Tafseer van De Koe · Al-Baqara · 2:147
De Waarheid komt van jouw Heer, behoor daarom niet tot de twijlfelaars.
De uitspraak over de uitleg van Zijn woorden, de Verhevene: الْحَقُّ مِنْ رَبِّكَ فَلا تَكُونَنَّ مِنَ الْمُمْتَرِينَ (147)
(De waarheid is van jouw Heer, wees daarom niet een van degenen die twijfelen) (147)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Weet, o Muḥammad, dat de waarheid datgene is wat jouw Heer jou heeft doen weten en wat Hij jou van bij Hem heeft gebracht, niet datgene wat de joden en de christenen tot jou zeggen.
En dit is een mededeling van Allah, de Verhevene wiens gedachtenis verheven is, een mededeling aan Zijn profeet, vrede zij met hem: namelijk dat de gebedsrichting (qibla) waarheen Hij hem heeft gekeerd, de ware gebedsrichting is, dezelfde waarop Ibrāhīm, de boezemvriend van de Erbarmer, zich bevond, alsook de profeten van Allah, machtig en verheven is Hij, die na hem kwamen.
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt tot hem: Handel dus naar de waarheid die tot jou is gekomen van jouw Heer, o Muḥammad, en wees niet een van degenen die twijfelen.
* * *
Met Zijn woorden "wees daarom niet een van degenen die twijfelen" bedoelt Hij: wees dus niet een van degenen die in twijfel verkeren over het feit dat de gebedsrichting waarheen Ik jou heb gekeerd, de gebedsrichting is van Ibrāhīm, Mijn boezemvriend, vrede zij met hem, en de gebedsrichting van de overige profeten. Zoals:
2272 – Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft mij verteld, hij zei: Ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van al-Rabīʿ, die zei: Allah, de Verhevene wiens gedachtenis verheven is, zei tot Zijn profeet, vrede zij met hem: "De waarheid is van jouw Heer, wees daarom niet een van degenen die twijfelen" — Hij zegt: verkeer niet in twijfel, want het is jouw gebedsrichting en de gebedsrichting van de profeten vóór jou.
2273 – Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over "wees daarom niet een van degenen die twijfelen", hij zei: van degenen die twijfelen; hij zei: twijfel daar niet over.
* * *
Abū Jaʿfar zei: "al-mumtarī" is een afgeleide vorm (muftaʿil) van "al-mirya", en "al-mirya" betekent de twijfel. Hiertoe behoort ook de uitspraak van al-Aʿshā:
Zij stromen voort over de benen van de twijfelaars,
in galop, wanneer de luchtspiegeling deint.
* * *
Abū Jaʿfar zei: Indien iemand tot ons zou zeggen: Was de Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, dan in twijfel over het feit dat de waarheid van zijn Heer was, of dat de gebedsrichting waarheen Allah, de Verhevene wiens gedachtenis verheven is, hem keerde een waarheid van Allah was, zodat hem het twijfelen daarover werd verboden en tot hem werd gezegd: "wees daarom niet een van degenen die twijfelen"?
Dan wordt geantwoord: dat behoort tot de wijze van spreken die de Arabieren laten uitkomen in de vorm van een gebod of een verbod aan degene tot wie het gericht is, terwijl daarmee een ander bedoeld wordt. Zoals Hij, verheven is Zijn lof, zegt: يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ وَلا تُطِعِ الْكَافِرِينَ وَالْمُنَافِقِينَ [Surah Al-Aḥzāb: 1]
(O Profeet, vrees Allah en gehoorzaam de ongelovigen (kāfir) en de hypocrieten (munāfiq) niet),
waarna Hij zegt: وَاتَّبِعْ مَا يُوحَى إِلَيْكَ مِنْ رَبِّكَ إِنَّ اللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا [Surah Al-Aḥzāb: 2]
(En volg wat aan jou geopenbaard wordt van jouw Heer. Voorwaar, Allah is welbewust van wat jullie doen).
Zo kwam de uitspraak uit in de vorm van een gebod aan de Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, en een verbod aan hem, terwijl daarmee zijn metgezellen bedoeld werden die in hem geloofden. En wij hebben de tegenhanger hiervan reeds eerder uiteengezet op een wijze die het overbodig maakt het te herhalen.