Tafseer van De Koe · Al-Baqara · 2:141
Dat was een gemeenschap die waarlijk heen is gegaan. Voor haar is wat zij heeft verworven, en voor jullie is wat jullie hebben verworven en jullie zullen niet worden ondervraagd over wat zij plachten te bedrijven.
De uitspraak over de uitleg van Zijn woorden, de Verhevene: تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُمْ مَا كَسَبْتُمْ وَلا تُسْأَلُونَ عَمَّا كَانُوا يَعْمَلُونَ (141)
(Dat was een gemeenschap die reeds is heengegaan; haar komt toe wat zij heeft verworven en u komt toe wat u hebt verworven, en u zult niet ondervraagd worden over wat zij deden.) (141)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene-zij-Zijn-gedachtenis bedoelt met Zijn woorden "Dat was een gemeenschap" (tilka ummah): Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq, Yaʿqūb en de stamvaders (al-asbāṭ). Zoals:
2140 – Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, op gezag van Saʿīd, op gezag van Qatāda, over Zijn woorden, de Verhevene: "Dat was een gemeenschap die reeds is heengegaan", waarmee bedoeld wordt: Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq, Yaʿqūb en de stamvaders (al-asbāṭ).
2141 – Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van al-Rabīʿ, iets soortgelijks.
* * *
Abū Jaʿfar zei: Wij hebben reeds eerder uiteengezet dat "al-umma" de gemeenschap, de groepering (al-jamāʿa) betekent.
* * *
De betekenis van het vers is dan: Zeg, o Muḥammad — tegen diegenen die met u twisten over Allah onder de joden en de christenen, indien zij verbergen welk getuigenis zij bezitten omtrent de zaak van Ibrāhīm en van hen die wij samen met hem genoemd hebben, en omtrent het feit dat zij moslims waren, terwijl zij beweren dat zij joden of christenen waren en daarmee logen —: Voorwaar, Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq, Yaʿqūb en de stamvaders (al-asbāṭ) waren een gemeenschap die reeds is heengegaan — dat wil zeggen: zij is haars weegs gegaan — en is tot haar Heer teruggekeerd, en is heengegaan met haar daden en haar verwachtingen. Haar komt bij Allah toe wat zij aan goeds heeft verworven gedurende de dagen van haar leven, en haar komt toe wat zij aan kwaad heeft verworven; niets baat haar dan haar goede daden, en niets schaadt haar dan haar slechte daden. Weet dat dan, o joden en christenen, want indien dezen — en zij zijn degenen op wie gij u beroemt, en van wie gij beweert dat gij door hen redding hoopt van de bestraffing van uw Heer, ondanks uw slechte daden en de zwaarte van uw zonden — bij Allah niets baat dan de goede daden die zij hebben verricht, en niets schaadt dan hun slechte daden, dan is het des te meer voor u zo, dat bij Allah niets u baat dan de goede daden die gij hebt verricht, en niets u schaadt dan uw slechte daden. Hoedt u dan voor uzelf, en haast u, vóór het scheiden uit dit leven, tot berouw en inkeer tot Allah van het ongeloof (kufr), de dwaling en de leugen die gij over Allah en over Zijn profeten en Zijn boodschappers verspreidt, waarin gij verkeert. Laat het vertrouwen op de verdiensten van de vaderen en de voorvaderen varen, want u komt slechts toe wat gij hebt verworven, en u rust slechts wat gij hebt verworven, en u zult niet ondervraagd worden over de daden die Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq, Yaʿqūb en de stamvaders verrichtten. Want iedere ziel die op de Dag der Opstanding voor Allah verschijnt, wordt slechts ondervraagd over wat zijzelf heeft verworven en vooruitgezonden, en niet over wat een ander heeft vooruitgezonden.
* * *