Tabari
Terug naar surah 2, ayah 137

Tafseer van De Koe · Al-Baqara · 2:137

فَإِنْ ءَامَنُوا۟ بِمِثْلِ مَآ ءَامَنتُم بِهِۦ فَقَدِ ٱهْتَدَوا۟ ۖ وَّإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّمَا هُمْ فِى شِقَاقٍۢ ۖ فَسَيَكْفِيكَهُمُ ٱللَّهُ ۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

Als zij dan geloven in het gelijke van waarin jullie geloven, dan volgen zij waarlijk de Leiding. En als zij zich afwenden: voorwaar, dan zijn zij het die in vijandschap (jegens jullie) verkeren. Allah zal jou (O Moehammad) dan beschermen tegen hen. En Hij is de Alhorende, de Alwetende.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    ## De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: فَإِنْ آمَنُوا بِمِثْلِ مَا آمَنْتُمْ بِهِ فَقَدِ اهْتَدَوْا (En indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft, dan zijn zij waarlijk recht geleid)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene — Zijn vermelding zij verheven — bedoelt met Zijn uitspraak "indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft": indien de Joden en de Christenen Allah voor waar houden, en datgene wat tot u is neergezonden, en datgene wat is neergezonden tot Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq, Yaʿqūb en de stammen (al-asbāṭ), en datgene wat aan Mūsā en ʿĪsā is gegeven, en datgene wat aan de profeten is gegeven van hun Heer, en zij dat erkennen, op de wijze waarop gij het voor waar houdt en erkent, o gelovigen, dan zijn zij waarlijk tot het juiste gebracht en op het rechte pad gekomen, en hebben zij zich aan de weg van de waarheid gehouden en zijn zij recht geleid. Op dat moment behoren zij tot u en behoort gij tot hen, door hun toetreding tot uw geloofsgemeenschap (milla) door hun erkenning daarvan.

    Zo heeft de Verhevene — Zijn vermelding zij verheven — door middel van dit vers aangetoond dat Hij van niemand enige daad aanvaardt anders dan met het geloof (īmān) in deze betekenissen die Hij daarvóór heeft opgesomd, zoals:

    2108 — Al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak "indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft, dan zijn zij waarlijk recht geleid" en dergelijke, hij zei: Allah, geprezen zij Hij, heeft bericht dat het geloof (īmān) het stevige houvast (al-ʿurwa al-wuthqā) is, en dat Hij geen daad aanvaardt anders dan daarmee, en dat het paradijs (janna) slechts verboden wordt verklaard voor wie het verlaat.

    * * *

    Er is van Ibn ʿAbbās in dit verband een lezing overgeleverd waarmee de afschriften (maṣāḥif) van de moslims in strijd zijn gekomen, en die de reciteerders van de Qurʾān eensgezind hebben verlaten. En dat is hetgeen:

    2109 — Muḥammad ibn al-Muthannā heeft het ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Jaʿfar heeft ons verteld, hij zei: Shuʿba heeft ons verteld, op gezag van Abū Ḥamza, hij zei: Ibn ʿAbbās zei: Zegt niet: "indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft, dan zijn zij waarlijk recht geleid" — want er is voor Allah geen gelijke — maar zegt: "indien zij geloven in datgene waarin gij gelooft, dan zijn zij waarlijk recht geleid" — of hij zei: "indien zij geloven in wat gij gelooft".

    * * *

    Het is alsof Ibn ʿAbbās — in deze overlevering, indien zij authentiek van hem is — de uitleg richt van de lezing van wie reciteert: "indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft", als zou het betekenen: indien zij geloven in een gelijke van Allah, en in een gelijke van datgene wat is neergezonden op Ibrāhīm en Ismāʿīl. En dat, wanneer het naar deze betekenis wordt gewend, is zonder twijfel het toekennen van deelgenoten (shirk) aan Allah, de Geweldige. Want er is geen gelijke aan Allah — Zijn vermelding zij verheven — zodat wij daarin zouden geloven of het zouden verwerpen.

    * * *

    Maar de uitleg daarvan rust niet op de betekenis waar hij zijn uitleg op heeft gericht. De betekenis ervan is veeleer wat wij beschreven hebben, en dat is: indien zij voor waar houden zoals gij voor waar hebt gehouden datgene wat gij voor waar hebt gehouden — van al datgene wat wij u hebben opgesomd aan de boeken van Allah en Zijn profeten — dan zijn zij recht geleid. De vergelijking (tashbīh) is dus slechts gemaakt tussen de twee bevestigingen en de twee erkenningen, die het geloof van dezen en het geloof van genen zijn. Zoals de uitspraak van iemand: "ʿAmr is langs uw broer gekomen, gelijk ik langs hem ben gekomen", waarmee hij bedoelt: ʿAmr is langs uw broer gekomen gelijk mijn langskomen bij hem. De vergelijking is hier slechts ingevoerd als een vergelijking tussen de twee gevallen van langskomen, niet tussen ʿAmr en de spreker. Evenzo is bij Zijn uitspraak "indien zij geloven in het gelijke van datgene waarin gij gelooft" de vergelijking slechts gevallen tussen de twee gevallen van geloof, niet tussen Degene in Wie geloofd wordt.

    * * *

    ## De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَإِنْ تَوَلَّوْا فَإِنَّمَا هُمْ فِي شِقَاقٍ (En indien zij zich afwenden, dan verkeren zij slechts in verzet)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene — Zijn vermelding zij verheven — bedoelt met Zijn uitspraak "en indien zij zich afwenden": en indien zij zich afwenden — dezen die tot Muḥammad, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zijn metgezellen zeiden: "Weest Joden of Christenen" — en zich dus afkeren, en niet geloven zoals uw geloof, o gelovigen, in Allah, en in datgene waarmee de profeten zijn gekomen en waarmee de boodschappers zijn uitgezonden, en zij scheiding maken tussen de boodschappers van Allah en tussen Allah en Zijn boodschappers, en zij dus in een deel geloven en een deel verwerpen — weet dan, o gelovigen, dat zij slechts verkeren in ongehoorzaamheid, scheuring en oorlog tegen Allah, Zijn boodschapper en u, zoals:

    2110 — Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, op gezag van Saʿīd, op gezag van Qatāda: "en zij verkeren slechts in verzet (shiqāq)", dat wil zeggen: in scheuring (firāq).

    2111 — Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van al-Rabīʿ: "dan verkeren zij slechts in verzet (shiqāq)", dat betekent: scheuring.

    2112 — Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei: "en indien zij zich afwenden, dan verkeren zij slechts in verzet", hij zei: Al-shiqāq is de scheuring en het oorlogvoeren. Wanneer iemand in verzet (shāqqa) gaat, dan voert hij oorlog, en wanneer hij oorlog voert, dan is hij in verzet; beide zijn één en hetzelfde in de taal van de Arabieren. En hij reciteerde: وَمَنْ يُشَاقِقِ الرَّسُولَ (En wie zich tegen de boodschapper verzet) [Surah Al-Nisāʾ: 115].

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: De oorsprong van "al-shiqāq" is volgens ons — en Allah weet het best — ontleend aan de uitspraak van iemand: "deze zaak viel hem zwaar (shaqqa ʿalayhi)", wanneer zij hem benauwt en kwelt. Vervolgens werd gezegd: "die-en-die ging in verzet tegen die-en-die (shāqqa fulānun fulānan)", met de betekenis: ieder van beiden bracht de ander datgene toe wat hem benauwde en kwelde, en wiens leed hem zwaar drukte. Hiertoe behoort ook de uitspraak van Allah — Zijn vermelding zij verheven —: وَإِنْ خِفْتُمْ شِقَاقَ بَيْنِهِمَا (En indien gij een breuk tussen hen beiden vreest) [Surah Al-Nisāʾ: 35], met de betekenis: een scheiding tussen hen beiden.

    * * *

    ## De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: فَسَيَكْفِيكَهُمُ اللَّهُ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ (137) (Allah zal u tegen hen volstaan, en Hij is de Alhorende, de Alwetende)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene — Zijn vermelding zij verheven — bedoelt met Zijn uitspraak "Allah zal u tegen hen volstaan": Allah zal u, o Muḥammad, volstaan tegen dezen die tot u en tot uw metgezellen zeiden: "Weest Joden of Christenen, dan zult gij recht geleid worden" — van onder de Joden en de Christenen — indien zij zich afwenden van het geloven zoals het geloof van uw metgezellen in Allah, en in datgene wat tot u is neergezonden, en datgene wat is neergezonden tot Ibrāhīm, Ismāʿīl, Isḥāq en de overige profeten buiten hen, en zij scheiding maken tussen Allah en Zijn boodschappers — hetzij door het doden met het zwaard, hetzij door verdrijving uit uw nabijheid, en andere bestraffingen dan deze. Want Allah is "de Alhorende" (al-samīʿ) van datgene wat zij tot u zeggen met hun tongen en wat zij u tonen met hun monden aan onwetendheid en aansporing tot ongeloof (kufr) en de dwalende geloofsgemeenschappen — "de Alwetende" (al-ʿalīm) van datgene wat zij in hun binnenste verbergen jegens u en jegens uw gelovige metgezellen aan afgunst en haat.

    En Allah heeft dat met hen gedaan, terstond, en heeft Zijn belofte vervuld. Zo heeft Hij Zijn profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, volstaan door hem macht over hen te geven, totdat hij sommigen van hen doodde, anderen verdreef, en weer anderen vernederde en te schande maakte met het hoofdgeld voor niet-moslims (jizyah) en de onderwerping.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : فَإِنْ آمَنُوا بِمِثْلِ مَا آمَنْتُمْ بِهِ فَقَدِ اهْتَدَوْا قال أبو جعفر: يعني تعالى ذكره بقوله: " فإن آمنوا بمثل ما آمنتم به "، فإن صدّق اليهودُ والنصارَى بالله، ومَا أنـزل إليكم، وما أنـزل إلى إبراهيمَ وإسماعيل وإسحاقَ ويعقوبَ والأسباطِ, ومَا أوتي مُوسى وعيسى, وما أوتي النبيون من ربهم, وأقروا بذلك، مثلَ ما صدّقتم أنتم به أيّها المؤمنون وأقررتم, فقد وُفِّقوا ورَشِدوا، ولزموا طريق الحق، واهتدوا, وهم حينئذ منكم وأنتم منهم، بدخولهم في ملتكم بإقرارهم بذلك. فدلّ تعالى ذكره بهذه الآية، على أنه لم يقبل من أحد عَملا إلا بالإيمان بهذه المعاني التي عدَّها قَبلها، كما:- 2108- حدثنا المثنى قال: حدثنا أبو صالح قال: حدثنا معاوية بن صالح, عن علي بن أبي طلحة, عن ابن عباس قوله: " فإن آمنوا بمثل مَا آمنتم به فقد اهتدوا " ونحو هذا, قال: أخبر الله سبحانه أنّ الإيمان هو العروة الوثقى, وَأنه لا يقبل عملا إلا به, ولا تحرُم الجنة إلا على مَن تركه. * * * وقد روي عن ابن عباس في ذلك قراءةٌ، جاءت مصاحفُ المسلمين بخلافها, وأجمعت قَرَأة القرآن على تركها. وذلك ما:- 2109- حدثنا به محمد بن المثنى قال: حدثنا محمد بن جعفر قال: حدثنا شعبة, عن أبي حمزة, قال: قال ابن عباس: لا تقولوا: " فإن آمنوا بمثل مَا آمنتم به فقد اهتدوا " -فإنه ليس لله مثل- ولكن قولوا: " فإن آمنوا بالذي آمنتم به فَقد اهتدوا "- أو قال: " فإن آمنوا بما آمنتم به ". * * * فكأن ابن عباس -في هذه الرواية إن كانت صحيحة عنه- يوجِّه تأويل قراءة من قرأ: " فإن آمنُوا بمثل مَا آمنتم به "، فإن آمنوا بمثل الله, وبمثل ما أنـزل على إبراهيم وإسماعيل. وذلك إذا صرف إلى هذا الوجه، شِركٌ لا شكَّ بالله العظيم. لأنه لا مثل لله تعالى ذكرُه, فنؤمن أو نكفر به. * * * ولكن تأويل ذلك على غير المعنى الذي وَجّه إليه تأويله. وإنما معناه ما وصفنا, وهو: فإن صدّقوا مثل تصديقكم بما صدقتم به -من جميع ما عددنا عليكم من كتُب الله وأنبيائه- فقد اهتدوا. فالتشبيه إنما وقع بين التصديقين والإقرارين اللذين هما إيمان هؤلاء وإيمان هؤلاء. كقول القائل: " مرّ عمرو بأخيك مثلَ ما مررتُ به ", يعني بذلك مرّ عمرو بأخيك مثل مُروري به. والتمثيل إنما دخل تمثيلا بين المرورين, لا بين عمرو وبين المتكلم. فكذلك قوله: " فإن آمنوا بمثل ما آمنتم به "، إنما وقع التمثيل بين الإيمانين، لا بين المؤمَنِ به. * * * القول في تأويل قوله تعالى : وَإِنْ تَوَلَّوْا فَإِنَّمَا هُمْ فِي شِقَاقٍ قال أبو جعفر: يعنى تعالى ذكره بقوله: " وإن تَوَلَّوْا "، وإن تولى -هؤلاء الذين قالوا لمحمد صلى الله عليه وسلم وأصحابه: كُونُوا هُودًا أَوْ نَصَارَى - فأعرضوا، (31) = فلم يؤمنوا بمثل إيمانكم أيّها المؤمنون بالله, وبما جاءت به الأنبياءُ, وابتُعِثت به الرسل, وفرّقوا بين رُسُل الله وبين الله ورسله, فصدّقوا ببعضٍ وكفروا ببعضٍ = فاعلموا، أيها المؤمنون، أنهم إنما هُمْ في عصيان وفِرَاق وحَربٍ لله ولرسوله ولكم، كما:- 2110- حدثنا بشر بن معاذ قال: حدثنا يزيد, عن سعيد، عن قتادة: " وإنما هُم في شقاق "، أي: في فراق (32) 2111- حدثني المثنى قال: حدثنا إسحاق قال: حدثنا ابن أبي جعفر, عن أبيه, عن الربيع: " فإنما هُمْ في شقاق "، يعني فراق. 2112- حدثني يونس قال: أخبرنا ابن وهب قال: قال ابن زيد: " وإن توَلوا فإنما هم في شقاق " قال: الشقاق: الفراقُ والمحاربة. إذا شَاقَّ فقد حارب, وإذا حَارب فقد شاقَّ, وهما واحدٌ في كلام العرب، وقرأ: وَمَنْ يُشَاقِقِ الرَّسُولَ [سورة النساء: 115]. * * * قال أبو جعفر: وأصل " الشقاق " عندنا، والله أعلم، مأخوذٌ من قول القائل: " شَقَّ عليه هذا الأمر "، إذا كرَبه وآذاه. ثم قيل: " شاقَّ فلانٌ فلانًا "، بمعنى: نال كل واحد منهما من صاحبه ما كرَبه وآذاه، وأثقلته مَساءَته. ومنه قول الله تعالى ذكره: وَإِنْ خِفْتُمْ شِقَاقَ بَيْنِهِمَا [سورة النساء: 35] بمعنى: فراقَ بينهما. * * * القول في تأويل قوله تعالى : فَسَيَكْفِيكَهُمُ اللَّهُ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ (137) قال أبو جعفر: يعني تعالى ذكره بقوله: " فسيكفيكهمُ الله "، فسيكفيكَ الله يا محمد، هؤلاء الذين قالوا لَكَ ولأصحابك: كُونُوا هُودًا أَوْ نَصَارَى تَهْتَدُوا ، من اليهود والنصارى, إنْ هم تولوْا عن أن يؤمنوا بمثل إيمان أصحابك بالله, وبما أنـزل إليك, وما أنـزل إلى إبراهيم وإسماعيل وإسحاق وسائر الأنبياء غيرهم, وفرقوا بين الله ورُسُله - إما بقتل السيف, وإما بجلاء عن جوارك, وغير ذلك من العقوبات؛ فإن الله هو " السميع " لما يقولون لك بألسنتهم، ويبدون لك بأفواههم، من الجهل والدعاء إلى الكفر والملل الضّالة -" العليمُ" بما يُبطنون لك ولأصحابك المؤمنين في أنفسهم من الحَسد والبغضاء. ففعل الله بهم ذلك عَاجلا وأنجزَ وَعْده, فكفى نبيّه صلى الله عليه وسلم بتسليطه إيّاه عليهم، حتى قتل بعضهم، وأجلَى بعضًا، وأذلّ بعضًا وأخزاه بالجزية والصَّغار. --------- (31) انظر معنى"تولى" فيما سلف ، 2 : 162 ، 163 / ثم 298 ، 299 . (32) الأثر : 2110- سقط من المطبوعة في إسناده : "عن سعيد" ، وهو إسناد دائر في التفسير ، أقر به فيما سلف : 2104 .