Tabari
Terug naar surah 19, ayah 91

Tafseer van Maryam (Maria) · Maryam · 19:91

أَن دَعَوْا۟ لِلرَّحْمَٰنِ وَلَدًۭا

Omdat zij een zoon toeschrijven aan de Barmhartige.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: en de bergen staan op het punt om in te storten en uiteen te barsten, omdat zij aan de Erbarmer (al-Raḥmān) een zoon toeschreven. Het woord "an" (أَنْ) staat volgens sommige Arabische taalkundigen in de accusatief (naṣb), vanwege zijn aansluiting bij het werkwoord; volgens anderen staat het in de genitief (khafḍ) door een impliciet voorzetsel. Wij hebben de juiste opvatting hierover reeds op meer dan één plaats in dit boek van ons uiteengezet, op een wijze die het overbodig maakt het hier te herhalen.

    En Hij zei: أَنْ دَعَوْا لِلرَّحْمَنِ وَلَدًا ("omdat zij aan de Erbarmer een zoon toeschreven"). Met Zijn woorden أَنْ دَعَوْا ("omdat zij toeschreven") bedoelt Hij: dat zij Hem een zoon toedichtten, zoals de dichter zei:

    "Voorwaar, hoe menigeen roep je aan als oprechte raadgever, en wanneer hij afwezig is, tref je hem in zijn afwezigheid aan als iemand wiens hart niet welgezind is."

    En Ibn Aḥmar zei:

    "Hij richtte op haar een lange, smalle pijlpunt en doorboorde haar, en ik placht het stofje in haar oog de samengeklonterde antimoon (kohl) te noemen."

    -----------------------------

    De voetnoten:

    (8) Zie de uitleg van dit dichterlijke getuigenis tezamen met de uitleg van het volgende.

    (9) (1) Het vers staat in (Lisān al-ʿArab, lemma: daʿā). Het wordt toegeschreven aan Ibn Aḥmar al-Bāhilī. Hij zei: "ik noemde hem met Zayd" en "ik noemde hem zo" betekent: ik gaf hem die naam; het werkwoord wordt transitief na het weglaten van het voorzetsel. Ibn Aḥmar al-Bāhilī zei: "Hij richtte op haar..." het vers. Dat wil zeggen: ik noem het, en hij bedoelde: hij richtte op haar met een smalle pijlpunt, waarbij hij het voorzetsel wegliet en het werkwoord direct verbond. En de woorden van de Verhevene en Machtige أن دعوا للرحمن ولدا betekenen: dat wil zeggen, zij dichtten toe. En hij citeerde ook het vers van Ibn Aḥmar en zei: dat wil zeggen, ik placht te maken en te benoemen; en daaraan gelijk is het woord van de dichter: "Voorwaar, hoe menigeen roep je aan als oprechte raadgever..." het vers. De "mishqaṣ" onder de pijlpunten is die welke lang en niet breed is; is hij breed, dan is het de "miʿbalah" (Lisān al-ʿArab, lemma: shaqaṣa). En een pijl die "maḥshūr" en "ḥashr" is: dat is de pijl waarvan de veren-uiteinden gelijk zijn afgesneden, en al wat fijn en dun is, is "ḥashr". En "shabraqahā" betekent: zij verscheurde haar; men zegt: een "mushabraq" gewaad, dat wil zeggen: een aan stukken gescheurd, verscheurd gewaad. En in het boek (al-Maʿānī al-Kabīr van Ibn Qutaybah, uitgave Hyderabad, blz. 988) staat: hij zegt: ik placht uit mijn bezorgdheid over haar dat wat haar goed deed "stofje" (qadhā) te noemen, hoe dan niet datgene wat haar schaadt? En zijn woord "adʿū" betekent: ik benoem; men zegt: "wat noemen jullie dit onder jullie?", dat wil zeggen: hoe noemen jullie het? En "al-ḥashr" is de pijl met lichte veren waarvan de schacht en de versteviging zijn vastgebonden. En "al-ithmid" is de zwarte kohl, en "al-qarid" is datgene wat in het oog afbreekt; men zegt ook: "al-qarid" is datgene waarvan de delen aan elkaar kleven. En de betekenis is: jullie placht de antimoon "stofje" te noemen, uit mijn bezorgdheid over haar.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: وتكاد الجبال أن تخرّ انقضاضا، لأن دعوا للرحمن ولدا. ف " أن " في موضع نصب في قول بعض أهل العربية، لاتصالها بالفعل، وفي قول غيره في موضع خفض بضمير الخافض ، وقد بينا الصواب من القول في ذلك في غير موضع من كتابنا هذا بما أغنى عن إعادته في هذا الموضع. وقال (أَنْ دَعَوْا لِلرَّحْمَنِ وَلَدًا) يعني بقوله: (أَنْ دَعَوْا) : أن جعلوا له ولدا، كما قال الشاعر: ألا رُبَّ مَـنْ تَدْعُـو نَصِيحا وَإنْ تَغِب تَجـدْهُ بغَيْـبٍ غـيرَ مُنْتَصِـحِ الصَّدْرِ (8) وقال ابن أحمر: أهْـوَى لَهَـا مِشْـقَصًا حَشْرًا فَشَبْرَقَها وكـنتُ أدْعُـو قَذَاهـا الإثمـدَ القَـرِدَا (9) ----------------------------- الهوامش : (8) انظر شرح هذا الشاهد مع شرح تاليه . (9) ( 1 ) البيت في ( اللسان : دعا ) . ونسبه إلى ابن أحمر الباهلي . قال : ودعوته بزيد ، ودعوته إياه سميته به ، تعدى الفعل بعد إسقاط الحرف ؛ قال ابن أحمر الباهلي : " أهوى لها . . . " البيت . أي اسميه ، وأراد : أهوى لها بمشقص ، فحذف الحرف وأوصل وقوله عز وجل ( أن دعوا للرحمن ولدا ) : أي جعلوا ، وأنشد بيت ابن أحمر أيضا وقال : أي كنت أجعل وأسمي ؛ ومثله قول الشاعر : " ألا رب من تدعو تصيحا . . . البيت " . والمشقص من النصال : ما كان طويلا غير عريض ، فإذا كان عريضا فهو المعبلة ( اللسان : شقص ) . وسهم محشور وحشر : مستوى قذذ الريش ، وكل لطيف دقيق حشر . وشبرقها : مزقها ، يقال : ثوب مشبرق : مقطع ممزق . وفي كتاب ( المعاني الكبير لابن قتيبة طبع حيدر أباد ص 988 ) : يقول : كنت من إشفاتي عليها أسمي ما يصلحها قذى ، فكيف ما يؤذيها . وقوله " أدعو " أي أسمي ؛ تقول : ما تدعون هذا فيكم ؟ أي ما تسمونه ؟ والحشر : السهم الخفيف الريش الذي قد شد قصبه ورصافه . والإثمد : الكحل الأسود والقرد : هو الذي ينقطع في العين ؛ وقيل : القرد : الذي لصق بعضه ببعض . والمعنى : كنتم أسمي الإثمد قذى ، من حذري عليها .