Tabari
Terug naar surah 18, ayah 30

Tafseer van De Grot · Al-Kahf · 18:30

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ إِنَّا لَا نُضِيعُ أَجْرَ مَنْ أَحْسَنَ عَمَلًا

Voorwaar, degenen die geloven en goede werken verrichten: voorwaar, Wij zullen de beloning van wie een goed werk verricht niet verloren doen gaan.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uiteenzetting over de uitleg van de woorden van de Verhevene: إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ مَنْ أَحْسَنَ عَمَلا (18:30)

    Allah, Verheven is Zijn lof, zegt: Waarlijk, degenen die Allah en Zijn boodschapper geloof hechtten, en handelden in gehoorzaamheid aan Allah, en de grenzen van Zijn gebod en verbod in acht namen — Wij laten de beloning niet verloren gaan van wie zijn daad goed heeft gedaan en Allah heeft gehoorzaamd en Zijn geboden en verboden heeft gevolgd; integendeel, Wij zullen hem belonen voor zijn gehoorzaamheid en zijn goede daad met de Tuinen van Eden, waar rivieren onderdoor stromen.

    Indien men zou vragen: Waar is het gezegde (khabar) van het eerste "inna"? Dan antwoorden wij: Het is geoorloofd dat het gezegde ervan is: إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ مَنْ أَحْسَنَ عَمَلا , waarbij de betekenis van de tekst zou zijn: Wij laten de beloning niet verloren gaan van wie goed handelt. Dan laat men de eerste formulering los en beroept men zich op de tweede in de zin van herhaling (takrīr), zoals gezegd is: يَسْأَلُونَكَ عَنِ الشَّهْرِ الْحَرَامِ قِتَالٍ فِيهِ — met de betekenis: "over strijd daarin" door middel van herhaling; en zoals de dichter zei:

    "إنَّ الخَلِيفَـةَ إنَّ اللـهَ سَـرْبَلَهُ / سِـرْبالَ مُلْـكٍ بِـهِ تُرْجَـى الخَـواتِيمُ"

    (Er is ook een overlevering: "تُرْخَى".) Het is ook geoorloofd dat إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا een voorwaardelijke constructie is, zodat de betekenis van de tekst zou zijn: Wie goed handelt, van hem laten Wij de beloning niet verloren gaan, waarbij het verbindingswoord "fa-" impliciet is bij "innā". En het is ook geoorloofd dat het gezegde ervan is: "ūlāʾika lahum jannātu ʿadn", zodat de betekenis zou zijn: Degenen die geloof hechtten en goede daden deden — voor hen zijn de Tuinen van Eden.

    Voetnoten:

    (8) In (al-Lisān: sarbala) luidt: al-sirbāl is het hemd en het harnas. In de overlevering van ʿUthmān: "Ik trek een sirbāl niet uit die Allah mij heeft aangedaan" — waarbij hij de kaliefsheerschappij bedoelt. De auteur citeerde dit als bewijs dat de herhaling in het koranvers إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا ... إِنَّا لا نُضِيعُ een parallel heeft in het gedicht. Al-Farrāʾ behandelde dit in (Maʿānī al-Qurʾān): "Het gezegde van degenen die geloofden is in zijn woorden: innā lā nuḍīʿu, en dit lijkt op het gedicht van de dichter ... waarbij hij twee wijzen van grammaticale verklaring aangaf.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ مَنْ أَحْسَنَ عَمَلا (30) يقول تعالى ذكره: إن الذين صدقوا الله ورسوله، وعملوا بطاعة الله، وانتهوا إلى أمره ونهيه، إنا لا نضيع ثواب من أحسن عملا فأطاع الله، واتبع أمره ونهيه، بل نجازيه بطاعته وعمله الحسن جنات عدن تجري من تحتها الأنهار. فإن قال قائل: وأين خَبَر " إن " الأولى؟ قيل: جائز أن يكون خبرها قوله: ( إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ مَنْ أَحْسَنَ عَمَلا ) فيكون معنى الكلام: إنا لا نضيع أجر من عمل صالحا، فترك الكلام الأوّل، واعتمد على الثاني بنية التكرير، كما قيل : يَسْأَلُونَكَ عَنِ الشَّهْرِ الْحَرَامِ قِتَالٍ فِيهِ بمعنى: عن قتال فيه على التكرير، وكما قال الشاعر: إنَّ الخَلِيفَـــةَ إنَّ اللـــهَ سَــرْبَلَهُ سِـرْبالَ مُلْـك بِـهِ تُرْجَـى الخَـواتِيمُ (8) ويروى: تُرْخَى ، وجائز أن يكون: (إنَّ الَّذِينَ آمَنُوا) جزاء ، فيكون معنى الكلام: إن من عمل صالحا فإنا لا نضيع أجره، فتضمر الفاء في قوله " إنا " ، وجائز أن يكون خبرها: أولئك لهم جنات عدن، فيكون معنى الكلام: إن الذين آمنوا وعملوا الصالحات، أولئك لهم جنات عدن. ------------------------ الهوامش: (8) في ( اللسان : سربل ) السربال : القميص والدرع . وفي حديث عثمان : " لا أخلع سربالا سربلنيه الله " كنى به عن الخلافة . واستشهد به المؤلف على أن التكرار في قوله تعالى : إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ إِنَّا لا نُضِيعُ ..... الآية ، له نظير في قول الشاعر : " إن الخليفة إن الله سربله . . . " البيت . وقد بين وجهي الإعراب في المكرر . والبيت من شواهد الفراء في ( معاني القرآن : الورقة 185 من مصورة الجامعة ) قال : خبر الذين آمنوا في قوله : إنا لا نضيع وهو مثل قول الشاعر : إن الخليفة . . . البيت ، فإنه في المعنى : إنا لا نضيع أجر من عمل صالحا . فترك الكلام الأول ، واعتمد على الثاني ، بنية التكرير . كما قال : " يسئلونك عن الشهر الحرام " ، ثم قال : قتال فيه " يريد : عن قتال فيه ، بالتكرير ويكون أن تجعل " إن الذين آمنوا وعملوا " في مذهب جزاء ، كقولك : إن من عمل صالحا فإنا لا نضيع أجره ، فتضمر الفاء في قوله " فإنا " ، وإلقاؤها جائز ، وهو أحب الوجوه إلي .