Tafseer van De Nachtreis · Al-Israa · 17:70
En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd. Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechtten hen met een privilege boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.
Allah, verheven zij Zijn vermelding, zegt: وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ — door hen macht te geven over het andere geschapene en het overige geschapene aan hen dienstbaar te maken. وَحَمَلْنَاهُمْ فِي الْبَرِّ — op de ruggen van lastdieren en rijtuigen. وَ in الْبَحْرِ — in de schepen die Wij aan hen dienstbaar hebben gemaakt. وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّيِّبَاتِ — Hij zegt: van de goede spijzen en dranken, namelijk het geoorloofde en het heerlijke ervan. وَفَضَّلْنَاهُمْ عَلَى كَثِيرٍ مِمَّنْ خَلَقْنَا تَفْضِيلا — er is ons gemeld dat dit hun mogelijkheid betreft om met hun handen te werken en voedsel en drank daarmee te nemen en naar hun mond te brengen; iets wat anderen van het geschapene niet gegeven is.
Al-Qāsim heeft ons overgeleverd, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons overgeleverd, hij zei: Ḥajjāj heeft mij overgeleverd, op gezag van Ibn Jurayj, betreffende Zijn woord وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ — het gehele vers —, hij zei betreffende وَفَضَّلْنَاهُمْ : door hun twee handen waarmee zij eten en werken; terwijl al het andere behalve de mensen op een andere manier eet.
Al-Ḥasan ibn Yaḥyā heeft ons overgeleverd, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, op gezag van Zayd ibn Aslam, betreffende Zijn woord وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ : hij zei: de engelen zeiden: O onze Heer, U heeft de Kinderen van Adam het wereldse leven gegeven waruit zij eten en genieten, en dat hebt U ons niet gegeven; geef ons dat dan in het Hiernamaals. Waarop Hij zei: Bij Mijn majesteit, Ik zal het nageslacht van wie Ik met Mijn hand heb geschapen niet gelijk stellen met wie Ik met het woord "Wees!" schiep en hij werd.