Tabari
Terug naar surah 17, ayah 109

Tafseer van De Nachtreis · Al-Israa · 17:109

وَيَخِرُّونَ لِلْأَذْقَانِ يَبْكُونَ وَيَزِيدُهُمْ خُشُوعًۭا ۩

En zij vallen op hun gezichten neer, terwijl zij huilen, en het vermeerdert hun vrees (voor Allah)."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah de Verhevene zegt: Deze mensen die vóór de nedaling van het Onderscheid met kennis begiftigd werden — de gelovigen uit de mensen van de twee Boeken — vallen wanneer de Koran hun wordt gereciteerd neer op hun kaken, wenend; en wat er aan vermaningen en lessen in de Koran staat, vermeerdert hun onderworpenheid (khushūʿ) — d.w.z. hun onderdanigheid jegens het gebod van Allah, hun gehoorzaamheid en hun ootmoed voor Hem.

    Ahmad ibn Munīʿ heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn al-Mubārak heeft ons verteld, hij zei: Misʿar heeft ons bericht, op gezag van ʿAbd al-Aʿlā al-Taymī, dat wie van de kennis heeft ontvangen en daarna weent, het recht heeft dat over hem gezegd wordt: "die heeft geen kennis ontvangen die hem baat — want Allah heeft de geleerden omschreven en gezegd: إِنَّ الَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ مِنْ قَبْلِهِ إِذَا يُتْلَى عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ (Degenen die vóór hem met kennis zijn begiftigd — wanneer het hun wordt gereciteerd, vallen zij neer op hun kaken) ..." — de twee verzen.

    Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Husayn heeft ons verteld, hij zei: Hajjāj heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn al-Mubārak heeft ons verteld, op gezag van Misʿar ibn Kidām, op gezag van ʿAbd al-Aʿlā al-Taymī — evenzo, met dien verstande dat hij zei: إِذَا يُتْلَى عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ (wanneer het hun wordt gereciteerd, vallen zij neer op hun kaken) — en toen zei hij: وَيَخِرُّونَ لِلأذْقَانِ يَبْكُونَ (en zij vallen neer op hun kaken, wenend) — het vers.

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over وَيَخِرُّونَ لِلأذْقَانِ يَبْكُونَ وَيَزِيدُهُمْ خُشُوعًا (en zij vallen neer op hun kaken, wenend; en het vermeerdert hun onderworpenheid): "Dit is een antwoord op en een uitleg van het vers in Kāf Hā Yāʾ ʿAyn Sād: إِذَا تُتْلَى عَلَيْهِمْ آيَاتُ الرَّحْمَنِ خَرُّوا سُجَّدًا وَبُكِيًّا (Wanneer hun de tekenen van de Barmhartige worden gereciteerd, vallen zij neer in aanbidding en wenend) (19:58)."

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: ويخرّ هؤلاء الذين أوتوا العلم من مؤمني أهل الكتابين من قبل نـزول الفرقان، إذا يُتْلَى عليهم القرآن لأذقانهم يبكون، ويزيدهم ما في القرآن من المواعظ والعبر خشوعا، يعني خضوعا لأمر الله وطاعته، واستكانة له. حدثنا أحمد بن منيع، قال: ثنا عبد الله بن المبارك ، قال: أخبرنا مِسْعر، عن عبد الأعلى التيميّ، أن من أوتي من العلم يبكه لخليق أن لا يكون أوتي علما ينفعه، لأن الله نعت العلماء فقال إِنَّ الَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ مِنْ قَبْلِهِ إِذَا يُتْلَى عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ .... الآيتين. حدثنا القاسم، قال: ثنا الحسين، قال: ثني حجاج، قال: ثنا عبد الله بن المبارك، عن مسعر بن كدام، عن عبد الأعلى التيمي بنحوه، إلا أنه قال إِذَا يُتْلَى عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ ثم قال ( وَيَخِرُّونَ لِلأذْقَانِ يَبْكُونَ ).... الآية. حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال: قال ابن زيد ( وَيَخِرُّونَ لِلأذْقَانِ يَبْكُونَ وَيَزِيدُهُمْ خُشُوعًا ) قال: هذا جواب وتفسير للآية التي في كهيعص إِذَا تُتْلَى عَلَيْهِمْ آيَاتُ الرَّحْمَنِ خَرُّوا سُجَّدًا وَبُكِيًّا .