Tafseer van De Nachtreis · Al-Israa · 17:107
Zeg (O Moehammad): "Gelooft er in of gelooft niet." Voorwaar, degenen aan wie ervóór de kennis gegeven was, vallen op hun gezichten neer, zich neerknielend, wanneer hij hun voorgedragen wordt.
Allah de Verhevene zegt tot Zijn Profeet Muhammad ﷺ: "Zeg, o Muhammad, tot hen die tot jou zeggen: 'Wij zullen jou niet geloven totdat jij voor ons een bron uit de aarde doet ontspringen' (17:90): gelooft in deze Koran — die zelfs als mensheid en djinn samen zouden proberen iets dergelijks voort te brengen, zij dat niet kunnen, ook al steunden zij elkaar (17:88) — of gelooft er niet in. Want uw geloof daarin voegt niets toe aan de schatkamers van Allahs genade, en uw ongeloof doet die niet verminderen. Als gij de Koran verloochent: zij die vóór zijn nedaling met kennis omtrent Allah en Zijn tekenen werden begiftigd — de gelovigen uit de mensen van de twee Boeken (ahl al-kitāb) — werpen zich wanneer deze Koran hen wordt gereciteerd ter ere en eerbied daarvoor neer, en uit kennis dat hij van bij Allah komt, op hun kaken neer in aanbidding."
De exegeten verschilden over hetgeen bedoeld wordt met يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ (zij vallen neer op hun kaken). Sommigen zeiden: daarmee zijn de gezichten bedoeld.
* Vermelding van wie dat zei:
ʿAlī heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ سُجَّدًا (zij vallen neer op hun kaken in aanbidding): "dat wil zeggen: op hun gezichten."
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ سُجَّدًا (zij vallen neer op hun kaken in aanbidding): "op hun gezichten."
Al-Hasan heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, op gezag van Qatāda: evenzo.
Anderen zeiden: daarmee zijn de baarden bedoeld.
* Vermelding van wie dat zei:
Al-Hasan heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, hij zei: al-Hasan zei over يَخِرُّونَ لِلأَذْقَانِ (zij vallen neer op hun kaken): "de baarden."