Tabari
Terug naar surah 16, ayah 118

Tafseer van De Bij · An-Nahl · 16:118

وَعَلَى ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِن قَبْلُ ۖ وَمَا ظَلَمْنَٰهُمْ وَلَٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ

En de Joden verboden Wij wat Wij jou vroeger verhaalden. Wij deden hen geen onrecht aan maar zij waren onrechtvaardig voor zichzelf.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, de Verhevene, zegt: En Wij hebben vóór u, o Muhammad, aan de Joden verboden wat Wij u eerder hebben meegedeeld in soerat al-Anʿām — en dat is alles met klauwen, en van de runderen en schapen verbood Wij hen hun vet, behalve wat hun rug droeg of de darmen, of wat met been vermengd was. وَمَا ظَلَمْنَاهُمْ (en Wij hebben hen geen onrecht aangedaan) door hen dat te verbieden. وَلَكِنْ كَانُوا أَنْفُسَهُمْ يَظْلَمُونَ — en Wij vergolden hen dat als gevolg van hun aanmatiging jegens hun Heer en hun onrecht jegens zichzelf door de ongehoorzaamheid aan Allah, zodat dit voor hen de bestraffing (ʿadhāb) van Allah ten gevolge had.\n\nDe verklaring die wij gaven is ook de opvatting van de verklarers.\n\nDegenen die dat zeiden:\n\nYaʿqūb heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Abī Rajāʾ, op gezag van al-Ḥasan omtrent Zijn woord وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ : hij zei: In soerat al-Anʿām.\n\nYaʿqūb heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Ayyūb, op gezag van ʿIkrima omtrent Zijn woord وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ : hij zei: In soerat al-Anʿām.\n\nBishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda omtrent Zijn woord وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ : hij zei: Wat Allah, de Verhevene, heeft vermeld in soerat al-Anʿām, waar Hij zegt: وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا كُلَّ ذِي ظُفُرٍ … het vers.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: وحرّمنا من قبلك يا محمد على اليهود ، ما أنبأناك به من قبل في سورة الأنعام، وذاك كلّ ذي ظفر، ومن البقر والغنم ، حرمنا عليهم شحومهما ، إلا ما حملت ظُهورهما أو الحوايا ، أو ما اختلط بعظم ( وَمَا ظَلَمْنَاهُمْ ) بتحريمنا ذلك عليهم ( وَلَكِنْ كَانُوا أَنْفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ ) فجزيناهم ذلك ببغيهم على ربهم ، وظُلمِهم أنفسهم بمعصية الله، فأورثهم ذلك عقوبة الله. وبنحو الذي قلنا في ذلك ، قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني يعقوب، قال: ثنا ابن عُلَية، عن أبى رجاء، عن الحسن، في قوله ( وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ ) قال: في سورة الأنعام. حدثني يعقوب، قال: ثنا ابن عُلَية، عن أيوب، عن عكرمة، في قوله ( وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ ) قال في سورة الأنعام. حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله ( وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِنْ قَبْلُ ) قال: ما قصّ الله تعالى في سورة الأنعام حيث يقول وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا كُلَّ ذِي ظُفُرٍ ... الآية.