Tafseer van Yoesoef (Jozef) · Yusuf · 12:97
Zij zeiden: "O onze vader, vraag voor ons vergeving voor onze zonden. Voorwaar, wij waren zondaren."
Het woord over de uitleg van de uitspraak van Allah de Verhevene: قَالُوا يَا أَبَانَا اسْتَغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا إِنَّا كُنَّا خَاطِئِينَ (Zij zeiden: O onze vader, vraag vergiffenis voor ons om onze zonden; wij waren voorwaar zondaars) (97)
Abu Jaʿfar zei: Allah de Verhevene zegt: De zonen van Yaʿqub die tussen hem en Yusuf een scheiding hadden aangebracht, zeiden: O onze vader, vraag uw Heer voor ons om te vergeven en te bedekken over de zonden die wij hebben begaan jegens u en jegens Yusuf, en ons daarvoor niet te bestraffen op de Dag der Opstanding. (Wij waren voorwaar zondaars) in wat wij hem hebben gedaan; wij erkennen onze zonden.