Tabari
Terug naar surah 11, ayah 67

Tafseer van Hoed · Hud · 11:67

وَأَخَذَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ ٱلصَّيْحَةُ فَأَصْبَحُوا۟ فِى دِيَٰرِهِمْ جَٰثِمِينَ

En de bliksem greep degenen die onrecht hadden gepleegd, zodat zij doden in hun huizen werden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: وَأَخَذَ الَّذِينَ ظَلَمُوا الصَّيْحَةُ فَأَصْبَحُوا فِي دِيَارِهِمْ جَاثِمِينَ (67) (En degenen die onrecht pleegden werden gegrepen door de schreeuw, en zij lagen des morgens ineengestort in hun woningen.)

    Abū Jaʿfar zei: Allah de Verhevene zegt hier: Degenen die deden wat hun niet geoorloofd was — namelijk het afsnijden van de zij-kameel van Allah en hun ongeloof in Hem — werden الصَّيْحَةُ فَأَصْبَحُوا فِي دِيَارِهِمْ جَاثِمِينَ getroffen: de dood sloeg hen neer en liet hen roerloos liggen in hun binnenplaatsen (afrniyas). Zoals:

    18294. Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: فَأَصْبَحُوا فِي دِيَارِهِمْ جَاثِمِينَ — hij zei: zij lagen des morgens vernietigd.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَأَخَذَ الَّذِينَ ظَلَمُوا الصَّيْحَةُ فَأَصْبَحُوا فِي دِيَارِهِمْ جَاثِمِينَ (67) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: وأصاب الذين فعلوا ما لم يكن لهم فعله من عقر ناقة الله وكفرهم به ، (الصيحة فأصبحوا في ديارهم جاثمين) ، قد جثمتهم المنايا، وتركتهم خمودًا بأفنيتهم، (22) كما:- 18294- حدثنا بشر قال ، حدثنا يزيد قال ، حدثنا سعيد، عن قتادة: (فأصبحوا في ديارهم جاثمين) ، يقول: أصبحوا قد هلكوا. ------------------------ الهوامش : (22) انظر تفسير " الجثوم " فيما سلف 12 : 546 ، 566 .