Tafseer van Hoed · Hud · 11:34
En mijn raad baat jullie niet, als ik jullie raad zou willen geven. Als Allah jullie wil doen dwalen: Hij is jullie Heer en tot Hem worden jullie teruggekeerd."
(''En mijn raad baat jullie niet'') — Hij zegt: Mijn waarschuwing voor Zijn bestraffing en het neerdalen van Zijn toorn over jullie vanwege jullie ongeloof in Hem baat jullie niet (''als ik jullie wil adviseren''), door jullie daarvoor te waarschuwen, want mijn raad baat jullie niet, omdat jullie hem niet aanvaarden. (''Als Allah wil dat Hij jullie doet dwalen'') — Hij zegt: Als Allah wil dat Hij jullie vernietigt door Zijn bestraffing. (''Hij is jullie Heer en tot Hem keren jullie terug'') — Hij zegt: Tot Hem keren jullie terug na de vernietiging.
Van de stam Ṭayy wordt overgeleverd dat zij zeggen: ''fulān is ghāwī geworden'', met de betekenis: hij is ziek geworden.
En van anderen is gehoord, rechtstreeks van hen: ''ik heb fulān doen dwalen'', met de betekenis: ik heb hem vernietigd. En ''de jonge kameel werd ghawiya'' toen hij de melk verloor en stierf.
En er wordt vermeld dat het woord van Allah: فَسَوْفَ يَلْقَوْنَ غَيًّا (''Zij zullen spoedig de ghayy ontmoeten'') (Surah Maryam: 59) de betekenis heeft van: vernietiging.