Tabari
Terug naar surah 11, ayah 3

Tafseer van Hoed · Hud · 11:3

وَأَنِ ٱسْتَغْفِرُوا۟ رَبَّكُمْ ثُمَّ تُوبُوٓا۟ إِلَيْهِ يُمَتِّعْكُم مَّتَٰعًا حَسَنًا إِلَىٰٓ أَجَلٍۢ مُّسَمًّۭى وَيُؤْتِ كُلَّ ذِى فَضْلٍۢ فَضْلَهُۥ ۖ وَإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنِّىٓ أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍۢ كَبِيرٍ

En als jullie je Heer om vergeving vragen en jullie je vervolgens berouwvol tot Hem wenden, dan zal Hij jullie een goedegenieting schenken, tot een bepaalde tijd. En Hij beloont iedere bezitter van een verdienste met Zijn gunst. Als jullie afwenden: voorwaar, dan vrees ik voor jullie de bestraffing van de Grote Dag.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van het woord van Allah de Verhevene: وَأَنِ اسْتَغْفِرُوا رَبَّكُمْ ثُمَّ تُوبُوا إِلَيْهِ يُمَتِّعْكُمْ مَتَاعًا حَسَنًا إِلَى أَجَلٍ مُسَمًّى وَيُؤْتِ كُلَّ ذِي فَضْلٍ فَضْلَهُ وَإِنْ تَوَلَّوْا فَإِنِّي أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ كَبِيرٍ (''En vraagt jullie Heer om vergeving, en keert daarna tot Hem terug. Hij zal jullie voorzien van een goede levensgenot tot een vastgestelde termijn. En Hij geeft iedere deugdzame zijn belofte. En als jullie je afwenden, dan vrees ik voor jullie de bestraffing van een grote dag.'') (3)

    Aboe Djaʿfar zei: Allah de Verhevene zegt: Daarna werden Zijn verzen uiteengezet met het verbod niemand dan Allah te aanbidden, en met het gebod: ''Vraagt jullie Heer om vergeving.'' Met Zijn woord: (''en vraagt jullie Heer om vergeving'') bedoelt Hij: Verricht, o mensen, de daden die jullie Heer tevreden over jullie stellen, zodat Hij over jullie grote zonden een sluier trekt — de zonden die jullie hebben begaan door het aanbidden van afgoden en beelden, en het tot deelgenoten maken van goden en rivalen in Zijn aanbidding.

    En Zijn woord: (''en keert daarna tot Hem terug'') — Hij zegt: Keer daarna terug tot jullie Heer door het uitsluitend Hem aanbidden, buiten al het andere wat jullie aanbidden naast Hem, na het afwerpen van de rivalen en de distantie van het aanbidden ervan.

    Daarom werd gezegd: (''en vraagt jullie Heer om vergeving, en keert daarna tot Hem terug''), en niet: ''en keert tot Hem terug'' — want ''de inkeer'' (tawba) betekent het terugkeren naar het handelen in gehoorzaamheid aan Allah, en het vragen om vergeving (istighfār) is om vergeving van het shirk waarop zij vasthielden. Het handelen voor Allah is geen daad voor Hem tenzij nadat men het shirk achterwege laat; want voor zover het shirk betreft, is het handelen slechts voor de satan. Daarom beval Allah de Verhevene hen tot inkeer naar Hem na het vragen om vergeving van het shirk. Want de mensen van het shirk waren van mening dat zij Allah gehoorzaamden in veel van hun handelingen, terwijl zij op hun shirk volhardden.

    En Zijn woord: (''Hij zal jullie voorzien van een goede levensgenot tot een vastgestelde termijn'') — Allah de Verhevene zegt tot de polytheïsten (mushrikīn) die Hij hiermee aansprak: Vraagt jullie Heer om vergeving en keert daarna tot Hem terug. Want als jullie dat doen, zal Hij jullie in het aardse leven royaal voorzien, en jullie de sieraden ervan schenken, en jullie een uitstel geven in jullie termijnen tot het tijdstip waarop Hij de dood over jullie heeft verordend.

    En gelijkluidende meningen over de uitleg hiervan hebben de uitleggers van de Koran geuit.

    Vermelding van wie dit zei:

    17928 — Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda betreffende het woord: (''Hij zal jullie voorzien van een goede levensgenot tot een vastgestelde termijn'') — jullie bevinden jullie in dat levensgenot. Neemt dus de gehoorzaamheid aan Allah en de erkenning van Zijn recht op jullie, want Allah is een Weldoener die de dankbaren liefheeft. De mensen van de dankbaarheid ontvangen meer van Allah, en dat is Zijn oordeel dat Hij heeft bepaald.

    En Zijn woord: (''tot een vastgestelde termijn''), daarmee bedoelt Hij de dood.

    17929 — Al-Muthanná heeft mij verteld, hij zei: Aboe Ḥudayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Nadjīḥ, op gezag van Mudjāhid: (''tot een vastgestelde termijn''), hij zei: de dood.

    17930 — Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda betreffende het woord: (''tot een vastgestelde termijn''), dat is de dood.

    17931 — Al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, op gezag van Qatāda: (''tot een vastgestelde termijn''), hij zei: de dood.

    En wat betreft Zijn woord: (''En Hij geeft iedere deugdzame zijn beloning'') — Hij bedoelt: Hij beloont iedereen die zich onderscheidt met het gunnen van zijn bezit of zijn kracht of zijn weldaad aan anderen, oprecht daarin, bedoelend het aangezicht van Allah — met de rijkste beloning en gunst in het hiernamaals, zoals:

    17932 — Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Aboe ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Nadjīḥ, op gezag van Mudjāhid: (''En Hij geeft iedere deugdzame zijn beloning''), hij zei: wat hij heeft verricht voor rekening van zijn bezit, of arbeid met zijn hand of zijn voet, of een woord, of al het vrijwillige in zijn zaak.

    17933 — Al-Muthanná heeft mij verteld, hij zei: Aboe Ḥudayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Nadjīḥ, op gezag van Mudjāhid, hij zei,

    17934 — ... en Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbdallāh heeft ons verteld, op gezag van Warqāʾ, op gezag van Ibn Abī Nadjīḥ, op gezag van Mudjāhid, gelijkelijk — maar hij zei: of handwerk met zijn handen of zijn voeten en zijn spreken, en al het vrijwillige in zijn zaak.

    17935 — Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Djuraydj, op gezag van Mudjāhid: gelijkelijk — maar hij zei: en al wat hij uitsprak in zijn zaak.

    17936 — Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: (''En Hij geeft iedere deugdzame zijn beloning''), dat wil zeggen: in het hiernamaals.

    Er is ook van Ibn Masʿūd overgeleverd dat hij over de uitleg hiervan zei wat:

    17937 — Mij is verteld van al-Musayyab ibn Sharīk, op gezag van Aboe Bakr, op gezag van Saʿīd ibn Djubayr, op gezag van Ibn Masʿūd betreffende het woord: (''En Hij geeft iedere deugdzame zijn beloning''), hij zei: Wie een slechte daad verricht, die wordt één slechte daad opgeschreven. Wie een goede daad verricht, die worden tien goede daden opgeschreven. Als hij in het aardse leven gestraft wordt voor de slechte daad die hij heeft verricht, blijven voor hem tien goede daden over. En als hij er niet voor gestraft wordt in het aardse leven, wordt er één van de tien goede daden afgetrokken en blijven er negen voor hem over. Dan zegt hij: ''Verloren is wie zijn enkelvoud laat overwinnen van zijn tien!''.

    En Zijn woord: (''En als jullie je afwenden, dan vrees ik voor jullie de bestraffing van een grote dag'') — Allah de Verhevene zegt: En als zij zich afwenden van wat ik hen oproep tot, aan het uitsluitend Allah aanbidden en het achterwege laten van het aanbidden van de goden, en weigeren om Allah om vergeving te vragen en tot Hem in te keren — en zij sich dan omkeerden en de rug toekeerden — dan vrees ik, o volk, voor jullie (''de bestraffing van een grote dag'') — groot in zijn belang, geweldig in zijn verschrikking. En dat is de dag waarop iedere ziel vergolden wordt voor wat zij heeft verdiend, en zij worden geen onrecht aangedaan.

    En Allah de Verhevene zegt: (''En als jullie je afwenden, dan vrees ik voor jullie de bestraffing van een grote dag''), maar dit is iets wat voorafgegaan wordt door een aanspreekvorm. De Arabieren gebruiken de aanspreekvorm als zij een redevoering hebben voorafgaan, wisselen dan over naar berichtvorm over de afwezige, en keren daarna terug naar de aanspreekvorm. Dit hebben wij op andere plaatsen verduidelijkt, zodat er geen behoefte is het hier te herhalen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَأَنِ اسْتَغْفِرُوا رَبَّكُمْ ثُمَّ تُوبُوا إِلَيْهِ يُمَتِّعْكُمْ مَتَاعًا حَسَنًا إِلَى أَجَلٍ مُسَمًّى وَيُؤْتِ كُلَّ ذِي فَضْلٍ فَضْلَهُ وَإِنْ تَوَلَّوْا فَإِنِّي أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ كَبِيرٍ (3) قال أبو جعفر : يقول تعالى ذكره: ثم فصلت آياته ، بأن لا تعبدوا إلا الله ، وبأن استغفروا ربكم. ويعني بقوله: (وأن استغفروا ربكم) ، وأن اعملوا أيها الناس من الأعمال ما يرضي ربكم عنكم، فيستر عليكم عظيمَ ذنوبكم التي ركبتموها بعبادتكم الأوثان والأصنام ، وإشراككم الآلهة والأنداد في عبادته. (19) وقوله: (ثم توبوا إليه) ، يقول: ثم ارجعوا إلى ربكم بإخلاص العبادة له دون ما سواه من سائر ما تعبدون من دونه بعد خلعكم الأنداد وبراءتكم من عبادتها. (20) ولذلك قيل: (وأن استغفروا ربكم ثم توبوا إليه) ، ولم يقل: " وتوبوا إليه " ، لأن " التوبة " معناها الرجوع إلى العمل بطاعة الله، والاستغفار: استغفار من الشرك الذي كانوا عليه مقيمين، والعملُ لله لا يكون عملا له إلا بعد ترك الشرك به، فأما الشرك فإنّ عمله لا يكون إلا للشيطان، فلذلك أمرهم تعالى ذكره بالتوبة إليه بعد الاستغفار من الشرك، لأن أهل الشرك كانوا يرون أنهم يُطِيعون الله بكثير من أفعالهم ، وهم على شركهم مقيمون. وقوله: (يمتعكم متاعًا حسنًا إلى أجل مسمى)، يقول تعالى ذكره للمشركين الذين خاطبهم بهذه الآيات: استغفروا ربكم ثم توبوا إليه، فإنكم إذا فعلتم ذلك بسط عليكم من الدنيا ورزقكم من زينتها، وأنسأ لكم في آجالكم إلى الوقت الذي قضى فيه عليكم الموت. (21) * * * وبنحو الذي قلنا في تأويل ذلك قال أهل التأويل. *ذكر من قال ذلك: 17928- حدثنا بشر قال ، حدثنا يزيد قال ، حدثنا سعيد، عن قتادة قوله: (يمتعكم متاعًا حسنًا إلى أجل مسمى) ، فأنتم في ذلك المتاع ، فخذوا بطاعة الله ومعرفة حقّه، فإن الله منعم يحبّ الشاكرين ، وأهل الشكر في مزيدٍ من الله، وذلك قضاؤه الذي قضى. * * * وقوله: (إلى أجل مسمى)، يعني الموت. 17929- حدثني المثنى قال ، حدثنا أبو حذيفة قال ، حدثنا شبل، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد: (إلى أجل مسمى) ، قال: الموت. 17930- حدثنا بشر قال ، حدثنا يزيد قال ، حدثنا سعيد، عن قتادة قوله: (إلى أجل مسمى) ، وهو الموت . 17931- حدثنا الحسن قال أخبرنا عبد الرزاق قال، أخبرنا معمر، عن قتادة: (إلى أجل مسمى)، قال: الموت. * * * وأما قوله: (ويؤت كل ذي فضل فضله) ، فإنه يعني: يثيب كل من تفضَّل بفضل ماله أو قوته أو معروفه على غيره محتسبًا بذلك ، مريدًا به وجه الله ، أجزلَ ثوابه وفضله في الآخرة، كما:- 17932- حدثني محمد بن عمرو قال ، حدثنا أبو عاصم قال ، حدثنا عيسى، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد: (ويؤت كل ذي فضل فضله) ، قال: ما احتسب به من ماله، أو عمل بيده أو رجله، أو كَلِمة، أو ما تطوَّع به من أمره كله. 17933- حدثني المثنى قال ، حدثنا أبو حذيفة قال ، حدثنا شبل، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد قال ، 17934-. . . . وحدثنا إسحاق قال ، حدثنا عبد الله، عن ورقاء، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد ، بنحوه ، إلا أنه قال: أو عملٍ بيديه أو رجليه وكلامه، وما تطوَّل به من أمره كله. 17935- حدثنا القاسم قال: حدثنا الحسين قال: حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن مجاهد بنحوه ، إلا أنه قال: وما نطق به من أمره كله. 17936- حدثنا بشر قال ، حدثنا يزيد قال ، حدثنا سعيد، عن قتادة: (ويؤت كل ذي فضل فضله) ، أي : في الآخرة. * * * وقد روي عن ابن مسعود أنه كان يقول في تأويل ذلك ما:- 17937- حدثت به عن المسيب بن شريك، عن أبي بكر، عن سعيد بن جبير، عن ابن مسعود، في قوله: (ويؤت كل ذي فضل فضله) ، قال: من عمل سيئة كتبت عليه سيئة، ومن عمل حسنة كتبت له عشر حسنات. فإن عوقب بالسيئة التي كان عملها في الدنيا بقيت له عشر حسنات. وإن لم يعاقب بها في الدنيا أخذ من الحسنات العشر واحدة ، وبقيت له تسع حسنات. ثم يقول: هلك من غلب آحادُه أعشارَه !! * * * وقوله: (وإن تولوا فإني أخاف عليكم عذاب يوم كبير) ، يقول تعالى ذكره: وإن أعرضوا عما دعوتُهم إليه ، (22) من إخلاص العبادة لله ، وترك عبادة الآلهة ، وامتنعوا من الاستغفار لله والتوبة إليه ، فأدبروا مُوَلِّين عن ذلك، (فإني) ، أيها القوم ، (أخاف عليكم عذاب يوم كبير) شأنُه , عظيمٍ هَوْلُه، وذلك يوم تجزى كل نفس بما كسبت وهم لا يظلمون. * * * وقال جل ثناؤه: (وإن تولوا فإني أخاف عليكم عذاب يوم كبير) ، ولكنه مما قد تقدّمه قولٌ، والعرب إذا قدَّمت قبل الكلام قولا خاطبت ، ثم عادت إلى الخبر عن الغائب ، ثم رجعت بعدُ إلى الخطاب، وقد بينا ذلك في غير موضع ، بما أغنى عن إعادته في هذا الموضع. (23) -------------------------- الهوامش : (19) انظر تفسير " الاستغفار " فيما سلف من فهارس اللغة ( غفر ) . (20) انظر تفسير " التوبة " فيما سلف من فهارس اللغة ( توب ) . (21) انظر تفسير " المتاع " فيما سلف من فهارس اللغة ( متع ) . ، وتفسير " الأجل المسمى " فيما سلف من فهارس اللغة ( أجل ) . (22) انظر تفسير " التولي " فيما سلف من فهارس اللغة ( ولى ) . (23) انظر ما سلف 13 : 314 ، تعليق ، 3 : والمراجع هناك .