Tafseer van Hoed · Hud · 11:2
Opdat jullie slechts Allah aanbidden. Voorwaar, ik ben voor jullie een waarschuwer en een verkondiger van een verheugende tijding.
De uitleg van de Woorden van Allah de Verhevene: أَلا تَعْبُدُوا إِلا اللَّهَ إِنَّنِي لَكُمْ مِنْهُ نَذِيرٌ وَبَشِيرٌ (dat gij niemand aanbidt behalve Allah; voorwaar, ik ben voor u van Hem een waarschuwer en een brenger van goed nieuws) (11:2)
Abū Jaʿfar zegt: Allah de Verhevene zegt: daarna is het uiteengezet met [de opdracht] dat gij niemand aanbidt behalve Allah alleen, zonder deelgenoot, en dat gij de afgoden (āliha) en de gelijken (andād) afwerpt. Vervolgens zegt Allah de Verhevene tot Zijn Profeet Muḥammad ﷺ: Zeg, o Muḥammad, tot de mensen — إِنَّنِي لَكُمْ (voorwaar, ik ben voor u) — van de zijde van Allah — نَذِيرٌ (een waarschuwer), die u waarschuwt voor Zijn bestraffing wegens het begaan van Zijn verboden en het aanbidden van de afgoden — وَبَشِيرٌ (en een brenger van goed nieuws), die u de blijde tijding brengt van de rijkelijke beloning voor gehoorzaamheid aan Hem en het oprechte aanbidden en de godsdienst voor Hem alleen. (18)
---
Noot (18): Zie de uitleg van "al-nadhīr" in het eerder behandelde gedeelte, p. 215, noot 2, en de aldaar genoemde bronnen. Zie ook de uitleg van "al-bashīr" in het eerder behandelde gedeelte uit de taalkundige registers (bashr).