Tafseer van De Wedijver in Vermeerdering · At-Takaathur · 102:4
Nogmaals, nee! Jullie zullen het weten.
En Zijn woord: ثُمَّ كَلا سَوْفَ تَعْلَمُونَ — Hij zegt: vervolgens, zo dienen jullie niet te handelen, dat de wedijver in het vergaren van bezittingen (al-takāthur) en de menigte in aantal jullie afleidt; jullie zullen het weten wanneer jullie de begraafplaatsen bezoeken — wat jullie tegemoet zult treden wanneer jullie die bezoeken, van het kwaad dat schuilt in jullie bezig-zijn met de takāthur ten koste van de gehoorzaamheid aan jullie Heer. Hij herhaalde Zijn woord كَلا سَوْفَ تَعْلَمُونَ tweemaal, omdat de Arabieren, wanneer zij wilden verzwaren in het dreigen en het bedreigen, het woord tweemaal herhaalden.
Van al-Ḍaḥḥāk is in dat verband overgeleverd wat Ibn Ḥumayd ons heeft verteld, hij zei: Mahrān heeft ons verteld, op gezag van Abū Sinān, op gezag van Thābit, op gezag van al-Ḍaḥḥāk: كَلا سَوْفَ تَعْلَمُونَ — hij zei: dat betreft de ongelovigen (al-kuffār). ثُمَّ كَلا سَوْفَ تَعْلَمُونَ — hij zei: dat betreft de gelovigen (al-muʾminūn). En zo placht hij het te lezen.