Tabari
Terug naar surah 10, ayah 93

Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:93

وَلَقَدْ بَوَّأْنَا بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ مُبَوَّأَ صِدْقٍۢ وَرَزَقْنَٰهُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَٰتِ فَمَا ٱخْتَلَفُوا۟ حَتَّىٰ جَآءَهُمُ ٱلْعِلْمُ ۚ إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِى بَيْنَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ فِيمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ

En Wij plaatsten de Kinderen van Israël in voortreffelijke woonplaatsen en Wij gaven hun voorzieningen van de goede dingen, en zij verschildein niet van mening totdat de kennis tot hen was gekomen. Voorwaar, jouw Heer oordeelt tussen hen op de Dag der Opstanding over dat waar zij van mening over verschilden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: وَلَقَدْ بَوَّأْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ مُبَوَّأَ صِدْقٍ وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّيِّبَاتِ فَمَا اخْتَلَفُوا حَتَّى جَاءَهُمُ الْعِلْمُ إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِي بَيْنَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ (93)

    (En Wij vestigden de Kinderen van Israël op een voortreffelijke verblijfplaats, en Wij voorzagen hen van het goede; en zij verschilden niet onderling totdat de kennis tot hen kwam. Voorwaar, uw Heer zal op de Dag der Opstanding oordelen tussen hen omtrent datgene waarover zij van mening verschilden.)

    Abū Jaʿfar zegt: Allah de Verhevene zegt: Wij lieten de Kinderen van Israël neerdalen op voortreffelijke verblijfplaatsen.

    Er is gezegd dat hiermee Syrië (al-Shām) en Jeruzalem (Bayt al-Maqdis) bedoeld worden. En er is gezegd dat hiermee Syrië en Egypte bedoeld worden.

    *Vermelding van degenen die dit zeiden:*

    17882 — Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: al-Muḥāribī en Abū Khālid hebben ons verteld, op gezag van Juwaybir, op gezag van al-Ḍaḥḥāk, betreffende de woorden مُبَوَّأَ صِدْقٍ : hij zei: "voortreffelijke verblijfplaatsen: Egypte en Syrië."

    17883 — Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, betreffende de woorden مُبَوَّأَ صِدْقٍ : hij zei: "Allah vestigde hen in Syrië en Jeruzalem."

    17884 — Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht gegeven, hij zei: Ibn Zayd zei betreffende de woorden وَلَقَدْ بَوَّأْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ مُبَوَّأَ صِدْقٍ : "Syrië." En hij reciteerde: إِلَى الأَرْضِ الَّتِي بَارَكْنَا فِيهَا لِلْعَالَمِينَ [Surah al-Anbiyāʾ: 71].

    Wat betreft Zijn woorden: وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّيِّبَاتِ — dit wil zeggen: Wij hebben de Kinderen van Israël voorzien van wettig voedsel, en dat is het "goede" (al-ṭayyib).

    Wat betreft Zijn woorden: فَمَا اخْتَلَفُوا حَتَّى جَاءَهُمُ الْعِلْمُ — Allah de Verhevene zegt: zij die Wij zo hebben begunstigd onder de Kinderen van Israël verschilden niet onderling, totdat datgene tot hen kwam waarvan zij weet hadden. Dit houdt in dat zij, vóórdat de Profeet Muḥammad ﷺ werd gezonden, het eens waren over zijn profeetschap en hem erkenden alsmede zijn zending, zonder daarin onderling te verschillen — op grond van de beschrijving die zij bij hen opgeschreven vonden. Doch toen datgene tot hen kwam dat zij herkenden, verwierp een deel van hen dit en geloofde een ander deel erin — en de gelovigen onder hen waren slechts weinigen in aantal. Dat is de betekenis van Zijn woorden: zij verschilden niet totdat het hun bekende tot hen kwam — namelijk hij die zij als profeet van Allah kenden — en zo plaatste Allah het woord "de kennis" (al-ʿilm) in de plaats van "het bekende" (al-maʿlūm).

    Er waren ook geleerden die "de kennis" (al-ʿilm) hier uitlegden als het Boek van Allah en Zijn openbaring.

    *Vermelding van degenen die dit zeiden:*

    17885 — Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht gegeven, hij zei: Ibn Zayd zei betreffende de woorden فَمَا اخْتَلَفُوا حَتَّى جَاءَهُمُ الْعِلْمُ : "de kennis" is het Boek van Allah dat Hij heeft neergezonden, en Zijn gebod waarmee Hij hen opdroeg. En verschilden zij dan onderling totdat de kennis tot hen kwam — uit wederzijdse afgunst onder hen? Hebben de aanhangers van deze begeerten soms gevochten om iets anders dan afgunst? Hij zei: "de afgunst" (al-baghy) kent twee gezichten: het gezicht van de begerigheid naar het wereldse — en degenen die daarvoor onder zijn aanhangers met elkaar vochten — en de afgunst ten aanzien van "de kennis", waarbij iemand de ander als onwetend en vergissend beschouwt terwijl hij zichzelf als de juiste en de kundige ziet, en zo in zijn vermeende gelijk en kennis de ander als vergissende vertrapt.

    Wat betreft Zijn woorden: إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِي بَيْنَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ — Allah de Verhevene zegt tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ: Voorwaar, uw Heer, o Muḥammad, zal op de Dag der Opstanding oordelen tussen de onderling twistenden van de Kinderen van Israël omtrent u — aangaande datgene waarover zij in deze wereld van mening verschilden betreffende Mijn zaak — door de loochenaars van u onder hen het Vuur in te doen gaan, en de gelovigen in u onder hen het paradijs (janna). Dat is Zijn oordeel op die Dag over datgene waarover zij van mening verschilden betreffende de zaak van Muḥammad ﷺ.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَلَقَدْ بَوَّأْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ مُبَوَّأَ صِدْقٍ وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّيِّبَاتِ فَمَا اخْتَلَفُوا حَتَّى جَاءَهُمُ الْعِلْمُ إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِي بَيْنَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ (93) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: ولقد أنـزلنا بني إسرائيل منازلَ صِدْق. (30) * * * قيل: عني بذلك الشأم وبيت المقدس. وقيل: عُنِي به الشأم ومصر. *ذكر من قال ذلك: 17882- حدثنا ابن وكيع قال ، حدثنا المحاربي ، وأبو خالد، عن جويبر، عن الضحاك: (مبوّأ صدق) ، قال: منازل صدق، مصر والشأم. 17883- حدثنا محمد بن عبد الأعلى قال ، حدثنا محمد بن ثور، عن معمر، عن قتادة: (مبوَّأ صدق) ، قال: بوّأهم الله الشأم وبيت المقدس. 17884- حدثني يونس قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد: (ولقد بوأنا بني إسرائيل مبوأ صدق) ، الشام. وقرأ: إِلَى الأَرْضِ الَّتِي بَارَكْنَا فِيهَا لِلْعَالَمِينَ [سورة الأنبياء: 71] * * * وقوله: (ورزقناهم من الطيبات) ، يقول: ورزقنا بني إسرائيل من حلال الرزق ، وهو (الطيب). (31) * * * وقوله: (فما اختلفوا حتى جاءهم العلم) ، يقول جل ثناؤه: فما اختلف هؤلاء الذين فعلنا بهم هذا الفعل من بني إسرائيل، حتى جاءهم ما كانوا به عالمين. وذلك أنهم كانوا قبل أن يبعث محمد النبيّ صلى الله عليه وسلم مجمعين على نبوّة محمدٍ والإقرار به وبمبعثه ، غير مختلفين فيه بالنعت الذي كانوا يجدونه مكتوبًا عندهم، فلما جاءهم ما عرفوا كفر به بعضهم وآمن به بعضهم، والمؤمنون به منهم كانوا عددًا قليلا. فذلك قوله: فما اختلفوا حتى جاءهم المعلوم الذي كانوا يعلمونه نبيًّا لله ، فوضع (العلم ) مكان (المعلوم). * * * وكان بعضهم يتأول (العلم ) ههنا ، كتابَ الله ووحيَه. *ذكر من قال ذلك: 17885- حدثني يونس قال: أخبرنا ابن وهب قال: قال ابن زيد في قوله: (فما اختلفوا حتى جاءهم العلم) ، (32) قال: (العلم)، كتاب الله الذي أنـزله ، وأمره الذي أمرهم به، وهل اختلفوا حتى جاءهم العلم بغيًا بينهم ؟ أهل هذه الأهواء، هل اقتتلوا إلا على البغي قال: و " البغي" وجهان: وجه النفاسة في الدنيا ومن اقتتل عليها من أهلها، وبغى في " العلم " ، يرى هذا جاهلا مخطئًا ، ويرى نفسه مصيبًا عالمًا، فيبغي بإصابته وعلمه عَلَى هذا المخطئ. * * * وقوله: (إن ربك يقضي بينهم يوم القيامة فيما كانوا فيه يختلفون) ، يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم: إن ربَّك ، يا محمد ، يقضي بين المختلفين من بني إسرائيل فيك يوم القيامة ، فيما كانوا فيه من أمري في الدنيا يختلفون، بأن يدخل المكذبين بك منهم النار ، والمؤمنين بك منهم الجنة ، فذلك قضاؤه يومئذ فيما كانوا فيه يختلفون من أمر محمد صلى الله عليه وسلم. (33) ------------------------ الهوامش : (30) انظر تفسير " بوأ " فيما سلف ص : 171، تعليق : 1 ، والمراجع هناك . (31) انظر تفسير " الطيب " فيما سلف من فهارس اللغة ( طيب ) . (32) في المطبوعة والمخطوطة : " . . . حتى جاءهم العلم بغيا بينهم " ، وليس هذا من تلاوة هذه الآية ، ولا هو في تفسيرها ، فحذفته . وأشباهها من الآيات التي ورد فيها ذكر العلم والبغي فيه في سورة آل عمران : 19 / سورة الشورى : 14 / سورة الجاثية : 17 ، وآثرت حذف هذه الزيادة من هذا الموضع ، لأني لم أجد أبا جعفر ذكر هذا الخبر في تفسير شيء من هذه الآيات ، والظاهر أن المعنى أخذ بعضه ببعض ، فزاد ابن زيد في التفسير من نظائر الآية في السور الأخرى . (33) انظر تفسير " القضاء " فيما سلف من فهارس اللغة ( قضى ) .