Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:80
Toen dan alle tovenaars waren gekomen, zei Môesa tot hen: "Werpt dat wat jullie (willen) werpen."
فَلَمَّا جَاءَ السَّحَرَةُ — Farao — zei Mozes: أَلْقُوا مَا أَنتُم مُّلْقُونَ — uw touwen en uw staven.
* * *
In de tekst is een weggelaten passage aanwezig die achterwege is gelaten, namelijk: "en zij brachten hem de tovenaars, en toen de tovenaars kwamen" — maar men heeft volstaan met de aanwijzing die gelegen is in de woorden فَلَمَّا جَاءَ السَّحَرَةُ, zodat het vermelden ervan achterwege werd gelaten.
Evenzo is na de woorden أَلْقُوا مَا أَنتُم مُّلْقُونَ eveneens een weggelaten passage aanwezig die niet vermeld wordt, namelijk: "en zij wierpen hun touwen en hun staven, en toen zij wierpen, zei Mozes" — maar men heeft volstaan met de aanwijzing die uit het zichtbare deel van de tekst blijkt, zodat het vermelden ervan achterwege werd gelaten.
* * *