Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:70
(Voor hen is er slechts) een genieting op de wereld, daarna is hun terugkeer tot Ons. Vervolgens doen Wij hen de harde bestraffing proeven wegens dat waaraan zij ongelovig plachten te zijn.
Maar voor hen is er genot (matāʿ) in het aardse leven, waarmee zij zich vermaken, en een toereikende voorziening (balāgh) waarmee zij het uithouden tot aan de vastgestelde termijn waarin hun ondergang is opgeschreven (63). ثم إلينا مرجعهم — Hij zegt: wanneer de termijn die voor hen is opgeschreven ten einde loopt, is hun terugkeer en hun bestemming tot Ons (64). ثم نذيقهم العذاب الشديد — en dat is hun wording in de hel (jahannam) (65). بما كانوا يكفرون — vanwege hun ongeloof (kufr) jegens Allah in het aardse leven: zij loochenden Zijn boodschappers en verwierpen Zijn tekenen.
* * *
De oprichting van het woord متاع geschiedt door middel van een weggelaten woord ervóór, hetzij "dat" (dhālika), hetzij "dit" (hādhā) (66).
------------------------
Voetnoten:
(63) Zie de uitleg van "matāʿ" in het voorgaande, blz. 53, noot 3, en de daar genoemde bronnen.
(64) Zie de uitleg van "al-marjiʿ" in het voorgaande, blz. 98, noot 2, en de daar genoemde bronnen.
(65) Zie de uitleg van "al-dhawq" in het voorgaande, blz. 102, noot 1, en de daar genoemde bronnen.
(66) Zie Maʿānī al-Qurʾān van al-Farrāʾ, deel 1, blz. 472; daarin staat: "hetzij (huwa — hij), hetzij (dhāka — dat)".