Tabari
Terug naar surah 10, ayah 7

Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:7

إِنَّ ٱلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ لِقَآءَنَا وَرَضُوا۟ بِٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَٱطْمَأَنُّوا۟ بِهَا وَٱلَّذِينَ هُمْ عَنْ ءَايَٰتِنَا غَٰفِلُونَ

Voorwaar, degenen die de ontmoeting met Ons niet verwachten en die tevreden zijn met het wereldse leven en die zich er gerust in voelen en zij die achteloos tegenover Onze Tekenen staan.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uiteenzetting van de uitleg van het woord van Allah, de Verhevene: إِنَّ الَّذِينَ لا يَرْجُونَ لِقَاءَنَا وَرَضُوا بِالْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَاطْمَأَنُّوا بِهَا وَالَّذِينَ هُمْ عَنْ آيَاتِنَا غَافِلُونَ (Voorwaar, degenen die de ontmoeting met Ons niet verwachten en tevreden zijn met het wereldse leven en daarin rust vinden, en degenen die onachtzaam zijn ten aanzien van Onze tekenen.) (10:7)

    Abū Jaʿfar zei: Allah, de Verhevene, zegt: Voorwaar, degenen die de ontmoeting met Ons op de Dag der Opstanding niet vrezen — zij ontkennen daardoor de beloning en de bestraffing, wedijveren om de sieraden en verleidingen van de wereld, zijn daarmee tevreden als vervanging voor het Hiernamaals, en bevinden zich daarin in rust en stilte — en degenen die onachtzaam zijn (ghāfilūn) ten aanzien van de tekenen van Allah — dat wil zeggen: Zijn bewijzen voor Zijn Eenheid en Zijn argumenten jegens Zijn dienaren, betreffende de oprechtheid van de aanbidding aan Hem alleen — die zijn er afkerig van en houden zich er achteloos mee bezig; zij overdenken ze niet zoals iemand die zichzelf oprecht adviseert dat zou doen, zodat zij door die tekenen de waarheid zouden kennen van datgene waarnaar die tekenen hen leiden, en zij zouden erkennen door middel van die tekenen de nietigheid van datgene waaraan zij vasthouden.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّ الَّذِينَ لا يَرْجُونَ لِقَاءَنَا وَرَضُوا بِالْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَاطْمَأَنُّوا بِهَا وَالَّذِينَ هُمْ عَنْ آيَاتِنَا غَافِلُونَ (7) قال أبو جعفر : يقول تعالى ذكره: إن الذين لا يخافون لقاءَنا يوم القيامة، فهم لذلك مكذِّبون بالثواب والعقاب، متنافسون في زين الدنيا وزخارفها، راضُون بها عوضًا من الآخرة، مطمئنين إليها ساكنين (1) ، والذين هم عن آيات الله ، وهي أدلته على وحدانيته، وحججه على عباده ، في إخلاص العبادة له ، (غافلون) ، معرضون عنها لاهون، (2) لا يتأملونها تأمُّل ناصح لنفسه، فيعلموا بها حقيقة ما دلَّتهم عليه، ويعرفوا بها بُطُول ما هم عليه مقيمون. -------------------- الهوامش : (1) انظر تفسير " الاطمئنان " فيما سلف 13 : 418 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك . (2) انظر تفسير " الغفلة " فيما سلف 13 : 281 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك .