Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:39
Nee, zij loochenden zelfs de kennis over hem (de Koran), die zij niet kunnen bevatten, en de uitleg ervan is nog niet tot hen gekomen. Zo loochenden ook degenen vóór hen. Zie dan hoe het einde was van de onrechtplegers.
De uiteenzetting over de uitleg van Zijn verheven woord: بَلْ كَذَّبُوا بِمَا لَمْ يُحِيطُوا بِعِلْمِهِ وَلَمَّا يَأْتِهِمْ تَأْوِيلُهُ كَذَلِكَ كَذَّبَ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الظَّالِمِينَ (Veeleer loochenden zij datgene waarvan zij de kennis niet konden omvatten, terwijl de uitleg ervan hun nog niet was gekomen. Zo loochenden degenen vóór hen. Zie dan hoe het einde der onrechtplegers was.)
Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: Het is niet zo dat deze afgodendienaren, o Muḥammad, jou loochenen, maar zij loochenen datgene waarvan zij de kennis niet konden omvatten van hetgeen Allah op jou heeft nedergezonden in deze Koran — namelijk de bedreiging jegens hen vanwege hun ongeloof in hun Heer. وَلَمَّا يَأْتِهِمْ تَأْوِيلُهُ (terwijl de uitleg ervan hun nog niet was gekomen) — Hij zegt: en de verduidelijking van datgene waartoe die bedreiging zal leiden waarmee Allah hen in deze Koran heeft bedreigd, is hun nog niet gekomen. كَذَلِكَ كَذَّبَ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ (Zo loochenden degenen vóór hen) — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: zoals deze afgodendienaren, o Muḥammad, de bedreiging van Allah loochenden, zo loochenden de gemeenschappen die vóór hen zijn vergaan de bedreiging van Allah jegens hen vanwege hun loochening van hun gezanten en hun ongeloof in hun Heer. فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الظَّالِمِينَ (Zie dan hoe het einde der onrechtplegers was) — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt tot Zijn profeet Muḥammad, Allahs zegeningen en vrede zij met hem: Zie, o Muḥammad, hoe het uiteinde was van het ongeloof van wie ongelovig was jegens Allah. Hebben Wij niet sommigen van hen vernietigd door de aardbeving, en sommigen van hen door de verzwelging, en sommigen van hen door de verdrinking? Hij zegt: het einde van dezen die jou loochenen en Mijn tekenen verwerpen onder de ongelovigen van jouw volk, zal zijn als het einde was van de ongelovige gemeenschappen vóór hen, indien zij niet terugkeren van hun ongeloof en zich niet haasten naar berouw.