Tabari
Terug naar surah 10, ayah 101

Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:101

قُلِ ٱنظُرُوا۟ مَاذَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ وَمَا تُغْنِى ٱلْءَايَٰتُ وَٱلنُّذُرُ عَن قَوْمٍۢ لَّا يُؤْمِنُونَ

Zeg (O Moehammad): "Aanschouwt wat er in de hemelen en op de aarde is. Maar de Tekenen en de waarschuwingen baten niet voor een volk dat niet gelooft."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het spreken over de uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: قُلِ انْظُرُوا مَاذَا فِي السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَمَا تُغْنِي الآيَاتُ وَالنُّذُرُ عَنْ قَوْمٍ لا يُؤْمِنُونَ (Zeg: Aanschouwt wat er in de hemelen en op de aarde is. En wat baten de tekenen en de waarschuwers een volk dat niet gelooft?) (101)

    Abū Jaʿfar zei: Allah de Verhevene — verheerlijkt zij Zijn vermelding — zegt: Zeg, o Muḥammad, tegen deze polytheïsten (mushrikīn) van jouw volk, die jou om tekenen vragen als bewijs voor de waarheid van hetgeen waartoe jij hen oproept — namelijk de eenheid van Allah (tawḥīd) en het afleggen van gelijken en afgoden: Aanschouwt, o volk, wat er in de hemelen is aan tekenen die de waarheid aantonen van hetgeen waartoe ik jullie oproep — te weten de eenheid van Allah (tawḥīd) — zoals de zon en de maan ervan, de afwisseling van nacht en dag, het neerdalen van regen uit haar wolken als voorziening voor de dienaren, en wat er op de aarde is aan bergen, haar openbarsten met gewassen, de voedselvoorraden voor haar bewoners en alle soorten van haar wonderbaarlijkheden. Want daarin is voor jullie — als jullie verstand gebruiken en erover nadenken — een vermaning en een les, en een bewijs dat dit het werk is van Degene voor Wie het niet geoorloofd is dat er in Zijn heerschappij een deelgenoot is, noch dat er bij het bestuur en de bewaking ervan een helper is Die jullie onafhankelijk maakt van andere tekenen.

    Allah — groot zij Zijn lof — zegt: وَمَا تُغْنِي الآيَاتُ وَالنُّذُرُ عَنْ قَوْمٍ لا يُؤْمِنُونَ (En wat baten de tekenen en de waarschuwers een volk dat niet gelooft?). Allah — groot zij Zijn lof — zegt: En wat baten de bewijzen, de lessen en de gezanten die de dienaren waarschuwen voor de bestraffing van Allah (19), een volk voor wie reeds van Allah de ellende is voorbeschikt, en voor wie in de Oermoeder van het Boek is vastgelegd dat zij tot de bewoners van het Vuur (al-nār) behoren? Zij geloven in niets van dat alles en erkennen het niet. وَلَوْ جَاءَتْهُمْ كُلُّ آيَةٍ حَتَّى يَرَوُا الْعَذَابَ الأَلِيمَ (Zelfs als alle tekenen tot hen waren gekomen, totdat zij de pijnlijke bestraffing aanschouwen.) (20)

    -------------------

    Noten:

    (19) Zie de uitleg van "aghnaʾ" zoals eerder uiteengezet, blz. 89, noot 2, en de aldaar genoemde referenties.

    (20) Zie de uitleg van "al-nadhīr" zoals eerder uiteengezet, 10: 85.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : قُلِ انْظُرُوا مَاذَا فِي السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَمَا تُغْنِي الآيَاتُ وَالنُّذُرُ عَنْ قَوْمٍ لا يُؤْمِنُونَ (101) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: قل، يا محمد ، لهؤلاء المشركين من قومك، السائليك الآياتِ على صحّة ما تدعوهم إليه من توحيد الله وخلع الأنداد والأوثان: انظروا ، أيها القوم ، ماذا في السمواتِ من الآيات الدّالة على حقيقة ما أدعوكم إليه من توحيد الله ، من شمسها وقمرها، واختلافِ ليلها ونهارِها، ونـزول الغيث بأرزاق العبادِ من سحابها ، وفي الأرض من جبالها ، وتصدُّعها بنباتها، وأقوات أهلها، وسائر صنوف عجائبها، فإن في ذلك لكم إن عقلتم وتدبَّرتم موعظة ومعتبرًا، ودلالةً على أن ذلك من فعل من لا يجوز أن يكون له في ملكه شريك ، ولا له على تدبيره وحفظه ظهير يُغْنيكم عما سواه من الآيات. يقول الله جل ثناؤه: (وما تُغني الآيات والنذر عن قوم لا يؤمنون ) ، يقول جل ثناؤه: وما تغني الحجج والعبر والرسل المنذرة عبادة الله عقابه ، (19) عن قوم قد سبق لهم من الله الشقاء ، وقضى لهم في أم الكتاب أنهم من أهل النار ، لا يؤمنون بشيء من ذلك ولا يصدِّقون به. وَلَوْ جَاءَتْهُمْ كُلُّ آيَةٍ حَتَّى يَرَوُا الْعَذَابَ الأَلِيمَ ؟ (20) ------------------- الهوامش : (19) انظر تفسير " أغنى " فيما سلف ص : 89 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك . (20) انظر تفسير " النذير " فيما سلف 10 : 85 .