Tabari
Terug naar surah 8, ayah 75

Tafseer van De Buit · Al-Anfaal · 8:75

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنۢ بَعْدُ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ مَعَكُمْ فَأُو۟لَٰٓئِكَ مِنكُمْ ۚ وَأُو۟لُوا۟ ٱلْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍۢ فِى كِتَٰبِ ٱللَّهِ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ

En degenen die daarna gelovig zijn geworden en zijn uitgeweken en samen rnet jullie hebben gestreden: zij zijn degenen die tot jullie behoren. En de bloedverwanten hebben voorrang boven de anderen in het Boek van Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend over alle dingen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَالَّذِينَ آمَنُوا مِنْ بَعْدُ وَهَاجَرُوا وَجَاهَدُوا مَعَكُمْ فَأُولَئِكَ مِنْكُمْ ("En zij die daarna geloofd hebben en uitgeweken zijn en samen met jullie de jihād gevoerd hebben — zij behoren tot jullie.")

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: "En zij die geloofd hebben" — in Allah en Zijn Boodschapper — na mijn uiteenzetting van wat ik heb uiteengezet betreffende de onderlinge vriendschapsband (walāya) van de Uitwijkelingen (muhājirūn) en de Helpers (anṣār) onder elkaar, en de verbreking van hun vriendschapsband met wie geloofde maar niet uitweek totdat hij uitwijkt =(en uitgeweken zijn), van het land van het ongeloof naar het land van de islam =(en samen met jullie de jihād gevoerd hebben), o gelovigen =(zij behoren tot jullie), in de vriendschapsband: voor hen geldt voor jullie aan recht en bijstand in de religie en aan onderlinge erfopvolging hetzelfde als wat voor hen jegens jullie geldt, en wat voor sommigen van jullie jegens anderen geldt, (45) zoals:-

    16352 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, hij zei: Vervolgens bracht Hij de erfenissen terug naar de bloedverwanten, voor wie zich bekeerde na de vriendschapsband van de Uitwijkelingen en de Helpers, met uitsluiting van hen, terug naar de bloedverwantschappen die tussen hen bestonden, (46) en Hij zei: (En zij die daarna geloofd hebben en uitgeweken zijn en samen met jullie de jihād gevoerd hebben — zij behoren tot jullie. En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah), dat wil zeggen: in de erfopvolging (47) = إِنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ ("Voorwaar, Allah is van alle dingen Alwetend"). (48)

    * * *

    De uitleg van Zijn woord: وَأُولُو الأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَى بِبَعْضٍ فِي كِتَابِ اللَّهِ إِنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ (75) ("En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah. Voorwaar, Allah is van alle dingen Alwetend." (8:75))

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: en degenen die door bloedverwantschap met elkaar verbonden zijn =(zij zijn elkaar nader), in de erfenis, wanneer zij behoren tot hen voor wie Allah daarvan een aandeel en deel heeft toebedeeld, eerder dan de bondgenoot (door eedverbond) en de beschermheer =(in het Boek van Allah), zegt: in het besluit van Allah dat Hij heeft opgeschreven in het Welbewaarde Tafereel (al-lawḥ al-maḥfūẓ) en in de voorafgaande beschikking (49) =(voorwaar, Allah is van alle dingen Alwetend), zegt: voorwaar, Allah is wetend van wat Zijn dienaren tot welzijn strekt, in Zijn doen erven van de een van de ander op grond van verwantschap en afstamming, eerder dan op grond van het bondgenootschap door verbintenis, en in alle overige zaken; niets daarvan blijft voor Hem verborgen. (50)

    * * *

    En overeenkomstig wat wij hierover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    16353 - Aḥmad ibn al-Miqdām heeft ons verteld, hij zei: al-Muʿtamir ibn Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: mijn vader heeft ons verteld, hij zei: Qatāda heeft ons verteld dat hij zei: De bedoeïen erfde niet van de Uitwijkeling, totdat Allah openbaarde: (En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah).

    16354 - Muḥammad ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Muʿādh ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Ibn ʿAwn heeft ons verteld, op gezag van ʿĪsā ibn al-Ḥārith: dat zijn broer Shurayḥ ibn al-Ḥārith een slavin (surriyya, bijvrouw-slavin) had, die van hem een dochter baarde. Toen het meisje opgroeide, werd zij uitgehuwelijkt en baarde een jongen, waarna de slavin stierf. Shurayḥ ibn al-Ḥārith en de jongen voerden een geschil voor Shurayḥ de rechter over haar erfenis. Shurayḥ ibn al-Ḥārith zei: hij heeft geen erfdeel in het Boek van Allah! Hij zei: toen wees Shurayḥ de erfenis toe aan de jongen. Hij zei: (En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah). Daarop reed Maysara ibn Yazīd naar Ibn al-Zubayr en bracht hem op de hoogte van het oordeel van Shurayḥ en zijn uitspraak. Ibn al-Zubayr schreef toen aan Shurayḥ: "Voorwaar, Maysara heeft mij bericht dat je zus en zo geoordeeld hebt", en je zei: (En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah), terwijl het niet zo is. Deze vers werd slechts geopenbaard omdat de man met een andere man een verbond placht aan te gaan, zeggend: "jij erft van mij en ik erf van jou", waarop werd geopenbaard: (En de bloedverwanten zijn elkaar nader in het Boek van Allah). Hij bracht de brief naar Shurayḥ, waarop Shurayḥ zei: De vissen van haar buik hebben haar vrijgelaten! (51) En hij weigerde van zijn oordeel terug te komen. (52)

    16355 - Yaʿqūb ibn Ibrāhīm heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Ibn ʿAwn, hij zei: ʿĪsā ibn al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: Shurayḥ ibn al-Ḥārith had een slavin (surriyya) — en hij vermeldde iets soortgelijks = behalve dat hij in zijn overlevering zei: de man placht met een andere man een verbond aan te gaan, zeggend: "jij erft van mij en ik erf van jou", en toen het werd geopenbaard, werd dat verlaten. (53)

    Einde van de uitleg van "Surah al-Anfāl".

    En alle lof zij Allah alleen, en moge Allah zegeningen schenken aan onze meester Mohammed en zijn familie.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَالَّذِينَ آمَنُوا مِنْ بَعْدُ وَهَاجَرُوا وَجَاهَدُوا مَعَكُمْ فَأُولَئِكَ مِنْكُمْ قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: " والذين آمنوا "، بالله ورسوله، من بعد تبياني ما بيَّنت من ولاية المهاجرين والأنصار بعضهم بعضًا، وانقطاع ولايتهم ممن آمن ولم يهاجر حتى يهاجر =(وهاجروا)، دارَ الكفر إلى دار الإسلام =(وجاهدوا معكم)، أيها المؤمنون =(فأولئك منكم)، في الولاية، يجب عليكم لهم من الحق والنصرة في الدين والموارثة، مثل الذي يجب لكم عليهم، ولبعضكم على بعض، (45) كما:- 16352- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن ابن إسحاق, قال: ثم ردّ المواريث إلى الأرحام ممن أسلم بعد الولاية من المهاجرين والأنصار دونهم، إلى الأرحام التي بينهم، (46) فقال: (والذين آمنوا من بعد وهاجروا وجاهدوا معكم فأولئك منكم وأولو الأرحام بعضهم أولى ببعض في كتاب الله)، أي: بالميراث (47) = إِنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ . (48) * * * القول في تأويل قوله : وَأُولُو الأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَى بِبَعْضٍ فِي كِتَابِ اللَّهِ إِنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ (75) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: والمتناسبون بالأرحام =(بعضهم أولى ببعض)، في الميراث, إذا كانوا ممن قسم الله له منه نصيبًا وحظًّا، من الحليف والولي =(في كتاب الله)، يقول: في حكم الله الذي كتبه في اللوح المحفوظ والسابق من القضاء (49) =(إن الله بكل شيء عليم)، يقول: إن الله عالم بما يصلح عباده، في توريثه بعضهم من بعض في القرابة والنسب، دون الحلف بالعقد, وبغير ذلك من الأمور كلها, لا يخفى عليه شيء منها. (50) * * * وبنحو ما قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: 16353- حدثنا أحمد بن المقدام قال، حدثنا المعتمر بن سليمان قال، حدثنا أبي, قال، حدثنا قتادة أنه قال: كان لا يرث الأعرابيُّ المهاجرَ، حتى أنـزل الله: ( وأولو الأرحام بعضهم أولى ببعض في كتاب الله). 16354- حدثنا محمد بن المثنى قال، حدثنا معاذ بن معاذ قال، حدثنا ابن عون, عن عيسى بن الحارث: أن أخاه شريح بن الحارث كانت له سُرِّيَّة، فولدت منه جارية, فلما شبت الجارية زُوِّجت, فولدت غلامًا, ثم ماتت السرِّية, واختصم شريح بن الحارث والغلام إلى شريح القاضي في ميراثها, فجعل شريح بن الحارث يقول: ليس له ميراث في كتاب الله! قال: فقضى شريح بالميراث للغلام. قال: ( وأولو الأرحام بعضهم أولى ببعض في كتاب الله)، فركب ميسرة بن يزيد إلى ابن الزبير, فأخبره بقضاء شريح وقوله, فكتب ابن الزبير إلى شريح: " إن ميسرة أخبرني أنك قضيت بكذا وكذا "، وقلت: ( وأولو الأرحام بعضهم أولى ببعض في كتاب الله)، وإنه ليس كذلك, إنما نـزلت هذه الآية: أنّ الرجل كان يعاقد الرجل يقول: " ترثني وأرثك ", فنـزلت: ( وأولو الأرحام بعضهم أولى ببعض في كتاب الله) . فجاء بالكتاب إلى شريح, فقال شريح: أعتقها حيتان بطنها! (51) وأبى أن يرجع عن قضائه. (52) 16355- حدثني يعقوب بن إبراهيم قال، حدثنا ابن علية, عن ابن عون قال، حدثني عيسى بن الحارث قال: كانت لشريح بن الحارث سُرِّية, فذكر نحوه = إلا إنه قال في حديثه: كان الرجل يعاقد الرجل يقول: " ترثني وأرثك "، فلما نـزلت تُرِك ذلك. (53) آخر تفسير " سورة الأنفال " والحمد لله وحده، وصلى الله على سيدنا محمد وآله. -------------------- الهوامش : (45) انظر تفسير " هاجر " ، و " جاهد " فيما سلف ص : 88 ، تعليق : 1 ، والمراجع هناك . (46) في المطبوعة والمخطوطة : " ثم المواريث إلى الأرحام التي بينهم " ، أسقط من الكلام تمام الكلام الذي أثبته من سيرة ابن هشام ، وسبب ذلك كما فعل في رقم : 16350 ، هو ذكر " الأرحام " مرتين ، فاختلط عليه بصره فنقل ما نقل . (47) في المطبوعة : " أي : في الميراث " ، وهو خطأ ، صوابه في المخطوطة والسيرة . (48) الأثر : 16352 - سيرة ابن هشام 2 : 333 ، وهو تابع الأثر السالف رقم : 16350 . (49) انظر تفسير " كتاب " فيما سلف ص : 64 ، تعليق 1 ، والمراجع هناك . (50) انظر تفسير " عليم " فيما سلف من فهارس اللغة ( علم ) . (51) في المطبوعة : " جنين " ، غير ما في المخطوطة . وفي أخبار القضاة لوكيع " جنان بطنها " ، والذي هنا ، وفي أخبار القضاة ، مشكل ، فأثبته حتى أعرف صوابه ، أو يعرفه غيري . (52) الأثر : 16354 ، 16355 - رواه وكيع في أخبار القضاة 2 : 320 ، 321 ، من طريق عمرو بن بشر ، عن حسن بن عيسى ، عن عبد الله ، عن ابن عون ، بنحوه . (53) الأثر : 16354 ، 16355 - رواه وكيع في أخبار القضاة 2 : 320 ، 321 ، من طريق عمرو بن بشر ، عن حسن بن عيسى ، عن عبد الله ، عن ابن عون ، بنحوه .