Tabari
Terug naar surah 77, ayah 41

Tafseer van De Gezondenen · Al-Mursalaat · 77:41

إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى ظِلَٰلٍۢ وَعُيُونٍۢ

Voorwaar, de Moettaqôen verkeren in schaduwen en bij bronnen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: voorwaar, degenen die de bestraffing van Allah vreesden door het vervullen van Zijn verplichtingen (farāʾiḍ) in deze wereld en het vermijden van het ongehoorzaam-zijn aan Hem, verkeren فِي ظِلالٍ ("in schaduwen") — beschuttende schaduwen, en een beschermende beschutting, waarin hun geen leed treft van hitte noch van koude — daar de ongelovigen aan Allah verkeren in een schaduw met drie pluimen, die niet beschermend is en niet baat tegen de vlam — وَعُيُونٍ ("en bronnen") — rivieren die stromen tussen de bomen van hun tuinen door.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: إن الذين اتقوا عقاب الله بأداء فرائضه في الدنيا، واجتناب معاصيه ( فِي ظِلالٍ ) ظليلة، وكِنّ كَنِين، لا يصيبهم أذى حرّ ولا قرّ، إذ كان الكافرون بالله في ظلّ ذي ثلاث شعب، لا ظليل ولا يغني من اللهب ( وَعُيُونٍ ) أنهار تجري خلال أشجار جناتهم .