Tabari
Terug naar surah 75, ayah 1

Tafseer van De Opstanding · Al-Qiyaama · 75:1

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ لَآ أُقْسِمُ بِيَوْمِ ٱلْقِيَٰمَةِ

Ik zweer bij de Dag der Opstanding.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De reciteurs verschilden over de lezing van Zijn woord: ( لا أُقْسِمُ بِيَوْمِ الْقِيَامَةِ ) "Ik zweer bij de Dag der Opstanding." De meeste reciteurs van de steden lazen het: ( لا أُقْسِمُ ) waarbij [lā] losgemaakt is van uqsim, met uitzondering van al-Ḥasan en al-Aʿraj, want van hen beiden is overgeleverd dat zij dit lazen als ( لأقسِمُ بِيَوْمِ القِيامَةِ ) met de betekenis: ik zweer bij de Dag der Opstanding, waarbij vervolgens de lām van de eed eraan voorafgevoegd is.

    De lezing die ik op deze plaats niet anders toelaat, is "lā" losgemaakt, met uqsim als beginwoord, overeenkomstig wat de reciteurs van de steden hebben, vanwege de eensgezindheid van het gezaghebbende bewijs van de reciteurs daarop.

    Nu verschilden zij die het lazen op de wijze die wij voor lezing hebben gekozen, over de uitleg ervan. Sommigen van hen zeiden: "lā" is een verbindingspartikel (zonder ontkennende betekenis), en de betekenis van de woorden is slechts: ik zweer bij de Dag der Opstanding.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Abū Hishām al-Rifāʿī heeft ons verteld, hij zei: Ibn al-Yamān heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van al-Ḥasan ibn Muslim ibn Yannāq, op gezag van Saʿīd ibn Jubayr: ( لا أُقْسِمُ بِيَوْمِ الْقِيَامَةِ ) zei hij: ik zweer bij de Dag der Opstanding.

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van al-Ḥasan ibn Muslim, op gezag van Saʿīd ibn Jubayr: ( لا أُقْسِم ) zei hij: ik zweer.

    En anderen van hen zeiden: nee, "lā" is binnengevoegd als versterking van de woorden.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Ik hoorde Abū Hishām al-Rifāʿī zeggen: ik hoorde Abū Bakr ibn ʿAyyāsh zeggen: Zijn woord ( لا أُقْسِمُ ) is een versterking van de eed, zoals zijn uitdrukking "lā wallāhi" (nee, bij Allah). En sommige grammatici van Kūfa zeiden: "lā" is een weerlegging van iets dat eraan voorafging in de woorden van de polytheïsten (mushrikīn) die het paradijs en het Vuur loochenden; vervolgens werd de eed begonnen, en werd gezegd: ik zweer bij de Dag der Opstanding. Hij placht te zeggen: elke eed die voorafgegaan wordt door een weerlegging van woorden, moet noodzakelijkerwijs "lā" eraan vooraf hebben, om daarmee onderscheid te maken tussen de eed die een ontkenning is en de eed die op zichzelf begint. En hij zegt: zie je niet dat je aan het begin zegt: "wallāhi inna al-rasūla la-ḥaqq" (bij Allah, de Boodschapper is waarlijk waar); maar wanneer je zegt: "lā wallāhi inna al-rasūla la-ḥaqq" (nee, bij Allah, de Boodschapper is waarlijk waar), dan is het alsof je een volk dat het loochende hebt tegengesproken.

    Zij verschilden hierover ook: is het een eed of niet? Sommigen van hen zeiden: het is een eed; onze Heer zweert bij de Dag der Opstanding en bij de zelfverwijtende ziel (al-nafs al-lawwāma).

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Jarīr heeft ons verteld, op gezag van Mughīra, op gezag van Abū al-Khayr ibn Tamīm, op gezag van Saʿīd ibn Jubayr, hij zei: Ibn ʿAbbās zei tegen mij: "Van wie ben jij?" Ik zei: "Van de mensen van Irak." Hij zei: "Wie van hen?" Ik zei: "Van de Banū Asad." Hij zei: "Van hun berooiden, of van hen aan wie Allah gunsten heeft geschonken?" Ik zei: "Nee, integendeel, van hen aan wie Allah gunsten heeft geschonken." Hij zei tegen mij: "Vraag." Ik zei: "Lā uqsimu bi-yawmi al-qiyāma." Hij zei: jouw Heer zweert bij wat Hij wil van Zijn schepping.

    -----------------

    Voetnoten:

    (4) ( لا ) is een toevoeging die de betekenis vereist.

    (5) Wellicht wordt met al-ḥarīb hier bedoeld: de arme die beroofd is, dat wil zeggen: degene wiens bezit verdwenen is.

    Toon originele Arabische tekst
    اختلفت القرّاء في قراءة قوله: ( لا أُقْسِمُ بِيَوْمِ الْقِيَامَةِ ) فقرأت ذلك عامة قرّاء الأمصار: ( لا أُقْسِمُ ) [لا] (4) مفصولة من أقسم، سوى الحسن والأعرج، فإنه ذكر عنهما أنهما كانا يقرآن ذلك ( لأقسِمُ بِيَوْمِ القِيامَةِ ) بمعنى: أقسم بيوم القيامة، ثم أدخلت عليها لام القسم. والقراءة التي لا أستجيز غيرها في هذا الموضع " لا " مفصولة، أقسم مبتدأة على ما عليه قرّاء الأمصار، لإجماع الحجة من القرّاء عليه. وقد اختلف الذين قرءوا ذلك على الوجه الذي اخترنا قراءته في تأويله، فقال بعضهم " لا " صلة، وإنما معنى الكلام: أقسم بيوم القيامة. * ذكر من قال ذلك: حدثنا أبو هشام الرفاعي، قال: ثنا ابن يمان، قال: ثنا سفيان، عن ابن جريج، عن الحسن بن مسلم بن يناق، عن سعيد بن جُبير ( لا أُقْسِمُ بِيَوْمِ الْقِيَامَةِ ) قال: أقسم بيوم القيامة. حدثنا ابن حميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن ابن جريج، عن الحسن بن مسلم، عن سعيد بن جُبير ( لا أُقْسِم ) قال: أقسم. وقال آخرون منهم: بل دخلت " لا " توكيدًا للكلام. * ذكر من قال ذلك: سمعت أبا هشام الرفاعي يقول: سمعت أبا بكر بن عياش يقول: قوله: ( لا أُقْسِمُ ) توكيد للقسم كقوله: لا والله. وقال بعض نحويِّي الكوفة: لا ردّ لكلام قد مضى من كلام المشركين الذين كانوا ينكرون الجنة والنار، ثم ابتدئ القسم، فقيل: أقسم بيوم القيامة، وكان يقول: كلّ يمين قبلها ردّ لكلام، فلا بدّ من تقديم " لا " قبلها، ليفرق بذلك بين اليمين التي تكون جحدًا، واليمين التي تستأنف، ويقول: ألا ترى أنك تقول مبتدئا: والله إن الرسول لحقّ; وإذا قلت: لا والله إن الرسول لحقّ، فكأنك أكذبت قوما أنكروه. واختلفوا أيضا في ذلك، هل هو قسم أم لا؟ فقال بعضهم: هو قسم أقسم ربنا بيوم القيامة، وبالنفس اللوّامة. * ذكر من قال ذلك: حدثنا ابن حميد، قال: ثنا جرير، عن مغيرة، عن أبي الخير بن تميم، عن سعيد بن جبير، قال: قال لي ابن عباس: ممن أنت ؟ فقلت: من أهل العراق، فقال: أيهم ؟ فقلت: من بني أسد، فقال: من حريبهم (5) ، أو ممن أنعم الله عليهم ؟ فقلت: لا بل ممن أنعم الله عليهم، فقال لي: سل، فقلت: لا أقسم بيوم القيامة، فقال: يقسم ربك بما شاء من خلقه. ----------------- الهوامش : (4) ( لا ) زيادة يقتضيها المعنى (5) لعل المراد بالحريب هنا: الفقير المحروب، أي: الذي ذهب ماله.