Tafseer van De Wegen van Opgang · Al-Ma'aarij · 70:30
Behalve bij hun vrouwen en de slaven waarover zij beschikken, er wordt hen dan niets verweten.
إِلا ("behalve") — dat zij niet te laken zijn voor het nalaten van het bewaren ervan, عَلَى أَزْوَاجِهِمْ أوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُمْ ("ten aanzien van hun echtgenotes of wat hun rechterhand bezit"), namelijk hun slavinnen (imāʾ). En er is gezegd: لِفُرُوجِهِمْ حَافِظُونَ * إِلا عَلَى أَزْوَاجِهِمْ ("hun schaamdelen bewakend, behalve ten aanzien van hun echtgenotes") — terwijl daaraan geen ontkenning voorafging — vanwege de aanwijzing van Zijn woord: فَإِنَّهُمْ غَيْرُ مَلُومِينَ ("dan zijn zij waarlijk niet te laken"), dat erop wijst dat er in de uitspraak een betekenis van ontkenning ligt besloten. En dat is zoals het woord van de spreker: "Doe wat je goeddunkt, behalve het begaan van de zonde, want daarvoor word je bestraft", waarvan de betekenis is: "Doe wat je goeddunkt, behalve dat je bestraft wordt voor het begaan van de zonde."