Tabari
Terug naar surah 6, ayah 4

Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:4

وَمَا تَأْتِيهِم مِّنْ ءَايَةٍۢ مِّنْ ءَايَٰتِ رَبِّهِمْ إِلَّا كَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ

En er komt geen Teken van de Tekenen van hun Heer tot hen of zij wenden zich daarvan af.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَمَا تَأْتِيهِمْ مِنْ آيَةٍ مِنْ آيَاتِ رَبِّهِمْ إِلا كَانُوا عَنْهَا مُعْرِضِينَ (4) (En er komt geen teken van de tekenen van hun Heer tot hen, of zij wenden zich ervan af) (4).

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven zij Zijn gedachtenis, zegt: En er komt tot deze ongelovigen, die afgoden en goden aan hun Heer gelijkstellen, "geen teken van de tekenen van hun Heer", dat wil zeggen: geen bewijs en geen teken en geen aanwijzing van de bewijzen van hun Heer, en Zijn aanwijzingen en Zijn tekenen omtrent Zijn eenheid, en omtrent de waarachtigheid van jouw profeetschap, o Muḥammad, en de waarheid van wat jij hun van Mij hebt gebracht, "of zij wenden zich ervan af", dat wil zeggen: of zij wenden zich ervan af, namelijk van het teken, en zij weigeren het te aanvaarden en te erkennen wat het in waarheid bevestigde en wat het als geldig aanwees, uit onwetendheid jegens Allah van hun kant, en uit misleiding door Zijn zachtmoedigheid jegens hen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَمَا تَأْتِيهِمْ مِنْ آيَةٍ مِنْ آيَاتِ رَبِّهِمْ إِلا كَانُوا عَنْهَا مُعْرِضِينَ (4) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: وما تأتي هؤلاء الكفار الذين بربهم يعدِلون أوثانَهم وآلهتهم ="آية من آيات ربهم " ، يقول: حجّة وعلامة ودلالة من حُجج ربهم ودلالاته وأعلامه على وحدانيته، وحقيقة نبوتك، يا محمد، وصدق ما أتيتهم به من عندي (16) =" إلا كانوا عنها معرضين " ، يقول: إلا أعرضوا عنها, يعني عن الآية, فصدّوا عن قَبُولها والإقرار بما شهدت على حقيقته ودلّت على صحته, جهلا منهم بالله، واغترارًا بحلمه عنهم . (17) ------------------ الهوامش : (16) انظر تفسير"الآية" فيما سلف من فهارس اللغة (أيي). (17) انظر تفسير"الإعراض" فيما سلف 9: 310 ، تعليق: 1 ، والمراجع هناك.