Tafseer van Het Pleidooi · Al-Mujaadila · 58:19
De Satan heeft hen overmeesterd, waarna hij hen de gedachtenis van Allah deed vergeten. Zij zijn degenen van de groep (volgelingen) van de Satan. Weet: voorwaar, de volgelingen van de Satan zijn de verliezers.
De uitleg van Zijn, de Verhevene, woorden: اسْتَحْوَذَ عَلَيْهِمُ الشَّيْطَانُ فَأَنْسَاهُمْ ذِكْرَ اللَّهِ أُولَئِكَ حِزْبُ الشَّيْطَانِ أَلا إِنَّ حِزْبَ الشَّيْطَانِ هُمُ الْخَاسِرُونَ (19) (De satan heeft hen overmeesterd en heeft hen daardoor de gedachtenis van Allah doen vergeten. Dat zijn de partij van de satan. Voorwaar, de partij van de satan, zij zijn de verliezers.) (58:19)
Hij, de Verhevene zij Zijn gedachtenis, bedoelt met Zijn woorden: ( اسْتَحْوَذَ عَلَيْهِمُ الشَّيْطَانُ ) (de satan heeft hen overmeesterd), dat de satan de overhand op hen heeft gekregen, ( فَأَنْسَاهُمْ ذِكْرَ اللَّهِ أُولَئِكَ حِزْبُ الشَّيْطَانِ ) (en hen daardoor de gedachtenis van Allah heeft doen vergeten; dat zijn de partij van de satan), dat wil zeggen: zijn leger en zijn volgelingen, ( أَلا إِنَّ حِزْبَ الشَّيْطَانِ هُمُ الْخَاسِرُونَ ) (voorwaar, de partij van de satan, zij zijn de verliezers). Hij zegt: voorwaar, het leger van de satan en zijn volgelingen, zij zijn de ondergaanden, de bedrogenen in hun handelstransactie.