Tabari
Terug naar surah 56, ayah 47

Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:47

وَكَانُوا۟ يَقُولُونَ أَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًۭا وَعِظَٰمًا أَءِنَّا لَمَبْعُوثُونَ

Zij plachten te zeggen: "Als wij gestorven zijn en tot stof en botten zijn geworden, zullen wij dan zeker opgewekt worden?

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het oordeel over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: وَكَانُوا يَقُولُونَ أَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَئِنَّا لَمَبْعُوثُونَ ("En zij plachten te zeggen: 'Wanneer wij gestorven zijn en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk worden opgewekt?'") (47)

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en zij plachten te zeggen, uit ongeloof (kufr) hunnerzijds aangaande de opstanding en uit ontkenning van Allahs herleving van Zijn schepselen na hun dood: wanneer wij stof zijn geworden in onze graven na onze dood, en vermolmde beenderen, zullen wij dan werkelijk daaruit levend worden opgewekt zoals wij vóór de dood waren?

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَكَانُوا يَقُولُونَ أَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَئِنَّا لَمَبْعُوثُونَ (47) يقول تعالى ذكره: وكانوا يقولون كفرا منهم بالبعث، وإنكارًا لإحياء الله خلقه من بعد مماتهم: أئذا كنا ترابا في قبورنا من بعد مماتنا، وعظاما نخرة، أئنا لمبعوثون منها أحياء كما كنا قبل الممات.