Tabari
Terug naar surah 54, ayah 29

Tafseer van De Maan · Al-Qamar · 54:29

فَنَادَوْا۟ صَاحِبَهُمْ فَتَعَاطَىٰ فَعَقَرَ

Zij riepen toen hun metgezel, die overmoedig werd en (haar) slachtte.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: fa-nādaw ṣāḥibahum fa-taʿāṭā fa-ʿaqar (29) ("Toen riepen zij hun metgezel, en hij greep [haar] en sneed [haar pezen] door")

    De Verhevene, wiens lof vermeld wordt, zegt: toen riep Thamūd hun metgezel, de slachter van de kameelin, Qudār ibn Sālif, om de kameelin te slachten, hem daartoe aansporend.

    En Zijn uitspraak fa-taʿāṭā fa-ʿaqar — Hij zegt: hij greep de kameelin met zijn hand en sneed haar pezen door (zodat zij neerviel en hij haar doodde).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : فَنَادَوْا صَاحِبَهُمْ فَتَعَاطَى فَعَقَرَ (29) يقول تعالى ذكره: فنادت ثمود صاحبهم عاقر الناقة قدار بن سالف ليعقر الناقة حضّا منهم له على ذلك. وقوله ( فَتَعَاطَى فَعَقَرَ ) يقول: فتناول الناقة بيده فعقرها.