Tabari
Terug naar surah 51, ayah 52

Tafseer van De Verspreidsters · Adh-Dhaariyat · 51:52

كَذَٰلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا۟ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ

Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van de Verhevene: كَذَلِكَ مَا أَتَى الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ إِلا قَالُوا سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ (52) ("Evenzo kwam er tot degenen vóór hen geen boodschapper of zij zeiden: 'Een tovenaar of een bezetene'") (52:52)

    Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: zoals de Quraysh hun profeet Muḥammad ﷺ verloochenden en zeiden: hij is een dichter, of een tovenaar of een bezetene, zo deden ook de volkeren die hun boodschappers verloochenden — degenen over wie Allah Zijn wraak deed neerkomen — zoals het volk van Nūḥ, ʿĀd en Thamūd, en Farao en zijn volk. Tot dit volk dat wij genoemd hebben, vóór hen — dat wil zeggen: vóór de Quraysh, het volk van Muḥammad ﷺ — kwam er geen boodschapper of zij zeiden: een tovenaar of een bezetene, zoals de Quraysh tegen Muḥammad ﷺ zeiden.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : كَذَلِكَ مَا أَتَى الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ إِلا قَالُوا سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ (52) يقول تعالى ذكره: كما كذبت قريش نبيها محمدًا صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم , وقالت: هو شاعر, أو ساحر أو مجنون, كذلك فعلت الأمم المكذّبة رسلها, الذين أحلّ الله بهم نقمته, كقوم نوح وعاد وثمود, وفرعون وقومه, ما أتى هؤلاء القوم الذين ذكرناهم من قبلهم, يعني من قبل قريش قوم محمد صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم من رسول إلا قالوا: ساحر أو مجنون, كما قالت قريش لمحمد صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم.