Tabari
Terug naar surah 5, ayah 24

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:24

قَالُوا۟ يَٰمُوسَىٰٓ إِنَّا لَن نَّدْخُلَهَآ أَبَدًۭا مَّا دَامُوا۟ فِيهَا ۖ فَٱذْهَبْ أَنتَ وَرَبُّكَ فَقَٰتِلَآ إِنَّا هَٰهُنَا قَٰعِدُونَ

Zij zeiden; "O Môesa, wij zullen daar nooit binnentreden, den zolang zij daarbinnen zijn. Gaat u maar en uw Heer, en vecht met u tweeën, voonvaar, wij zullen hier blijven zitten."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene, wiens gedachtenis machtig is: قَالُوا يَا مُوسَى إِنَّا لَنْ نَدْخُلَهَا أَبَدًا مَا دَامُوا فِيهَا فَاذْهَبْ أَنْتَ وَرَبُّكَ فَقَاتِلا إِنَّا هَاهُنَا قَاعِدُونَ (24) (Zij zeiden: "O Mozes, wij zullen haar nooit binnengaan, zolang zij daarin zijn. Ga jij dan met jouw Heer en strijd jullie beiden; wij blijven hier zitten." (24))

    Abū Jaʿfar zei: Dit is een bericht van Allah, machtig is Zijn gedachtenis, over de uitspraak van de vooraanstaanden uit het volk van Mozes tot Mozes, toen zij werden aangespoord tot de strijd tegen hun vijand en hun de hulp van Allah werd beloofd indien zij hen zouden bestoken en bij hen de poort van hun stad zouden binnengaan. Zij zeiden tot hem: "Wij zullen haar nooit binnengaan", waarmee zij bedoelen: wij zullen hun stad nooit binnengaan.

    De "hā en alif" in Zijn uitspraak "Wij zullen haar nooit binnengaan" verwijst naar "de stad".

    En met hun uitspraak "nooit" bedoelen zij: de dagen van ons leven. "Zolang zij daarin zijn" bedoelt: zolang de geweldenaars (al-jabbārūn) gevestigd zijn in die stad die Allah voor hen heeft voorgeschreven en die zij is opgedragen binnen te gaan. "Ga jij dan met jouw Heer en strijd jullie beiden; wij blijven hier zitten", dat wil zeggen: wij komen niet met jou mee, o Mozes, indien jij naar hen toe gaat om hen te bestrijden, maar wij laten jou alleen gaan, jij en jouw Heer, en strijdt gij beiden tegen hen.

    Sommigen van hen zeiden hierover: de betekenis van de woorden is niet "ga jij, en laat jouw Heer met jou meegaan en strijdt jullie beiden", maar de betekenis is: ga jij, o Mozes, en laat jouw Heer jou helpen. Want het gaan komt Allah, machtig is Zijn gedachtenis, niet toe.

    Dit zou echter slechts nodig zijn om er een uitweg voor te zoeken, indien het een bericht over een gelovig volk was. Maar wat betreft een volk dat tegen Allah, machtig is Zijn gedachtenis, en Zijn boodschapper in verzet komt, is er geen reden om een uitweg te zoeken voor wat zij zeiden aangaande Allah, machtig en verheven is Hij, en wat zij over Hem verzonnen, behalve datgene wat overeenkomt met hun ongeloof (kufr) en hun dwaling.

    Er is overgeleverd van al-Miqdād dat hij tot de boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, het tegenovergestelde zei van wat het volk van Mozes tot Mozes zei.

    11682 - Sufyān ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: mijn vader heeft ons verteld — en Hannād heeft ons verteld, hij zei: Wakīʿ heeft ons verteld — op gezag van Sufyān, op gezag van Mukhāriq, op gezag van Ṭāriq: dat al-Miqdād ibn al-Aswad tot de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei: "Wij zeggen niet zoals de Banū Isrāʾīl zeiden: 'Ga jij met jouw Heer en strijdt jullie beiden; wij blijven hier zitten', maar wij zeggen: ga jij met jouw Heer en strijdt jullie beiden; wij strijden met jullie mee."

    11683 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, hij zei: Er is ons verhaald dat de boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, op de dag van al-Ḥudaybiya tot zijn metgezellen zei, toen de polytheïsten (mushrikīn) het offerdier hadden tegengehouden en hun de weg naar hun rituelen werd versperd: "Ik ga met het offerdier en zal het slachten bij het Huis!" Toen zei al-Miqdād ibn al-Aswad tot hem: "Voorwaar, bij Allah, wij zullen niet zijn zoals de vooraanstaanden uit de Banū Isrāʾīl toen zij tot hun profeet zeiden: 'Ga jij met jouw Heer en strijdt jullie beiden; wij blijven hier zitten', maar: ga jij met jouw Heer en strijdt jullie beiden; wij strijden met jullie mee!" Toen de metgezellen van de profeet van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dit hoorden, volgden zij elkaar daarin op.

    Ibn ʿAbbās, al-Ḍaḥḥāk ibn Muzāḥim en een groep anderen zeiden: zij spraken deze woorden tot Mozes, vrede zij met hem, slechts toen de zaak van de geweldenaars en de hevigheid van hun macht hun duidelijk was geworden.

    11684 - Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh al-Faḍl ibn Khālid, hij zei: ʿUbayd ibn Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen: Allah, machtig en verheven is Hij, beval de Banū Isrāʾīl naar het heilige land te trekken met hun profeet Mozes, vrede zij met hem. Toen zij dichtbij de stad waren, zei Mozes tot hen: "Gaat haar binnen", maar zij weigerden en werden lafhartig, en zij zonden twaalf leiders uit om naar hen te kijken. Dezen gingen en keken en kwamen terug met een vrucht uit hun vruchten, ter grootte van de last van een man. Zij zeiden: "Schat de kracht en de macht van een volk wiens vrucht dit is!" Daarop zeiden zij tot Mozes: "Ga jij met jouw Heer en strijdt jullie beiden; wij blijven hier zitten."

    11685 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdallāh heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, op soortgelijke wijze.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله عز ذكره : قَالُوا يَا مُوسَى إِنَّا لَنْ نَدْخُلَهَا أَبَدًا مَا دَامُوا فِيهَا فَاذْهَبْ أَنْتَ وَرَبُّكَ فَقَاتِلا إِنَّا هَاهُنَا قَاعِدُونَ (24) قال أبو جعفر: وهذا خبر من الله جل ذكره عن قول الملأ من قوم موسى لموسى، إذ رُغِّبوا في جهاد عدوِّهم، ووعِدوا نصر الله إيَّاهم إن هم ناهضوهم ودخلوا عليهم باب مدينتهم، أنهم قالوا له: " إنا لن ندخلها أبدًا " يعنون: إنا لن ندخل مدينتهم أبدًا. و " الهاء والألف " في قوله: " إنا لن ندخلها "، من ذكر " المدينة ". * * * ويعنون بقولهم: " أبدًا "، أيام حياتنا (1) =" ما داموا فيها "، يعنون: ما كان الجبارُون مقيمين في تلك المدينة التي كتبها الله لهم وأُمِروا بدخولها=" فاذهب أنت وربك فقاتلا إنَّا هاهنا قاعدون "، لا نجيء معك يا موسى إن ذهبت إليهم لقتالهم، ولكن نتركك تذهب أنت وحدك وربُّك فتقاتلانهم. * * * وكان بعضهم يقول في ذلك: ليس معنى الكلام: اذهب أنت، وليذهب معك ربك فقاتلا= ولكن معناه: اذهب أنت، يا موسى، وليعنك ربُّك. وذلك أن الله عز ذكره لا يجوز عليه الذهاب. (2) وهذا إنما كان يحتاج إلى طلب المخرج له، لو كان الخبر عن قوم مؤمنين. فأمّا قومٌ أهلُ خلافٍ على الله عز ذكره ورسوله، فلا وجه لطلب المخرج لكلامهم فيما قالوا في الله عز وجل وافتروا عليه، إلا بما يشبه كفرهم وضلالتهم. * * * وقد ذكر عن المقداد أنه قال لرسول الله صلى الله عليه وسلم، خلافَ ما قال قومُ موسى لموسى. 11682 - حدثنا سفيان بن وكيع قال، حدثنا أبي= وحدثنا هناد قال، حدثنا وكيع= عن سفيان، عن مخارق، عن طارق: أن المقداد بن الأسود قال للنبي صلى الله عليه وسلم: إنا لا نقول كما قالت بنو إسرائيل: " اذهب أنت ورَبك فقاتلا إنّا هاهنا قاعدون "، ولكن نقول: اذهب أنت وربك فقاتلا إنا معكم مقاتلون. (3) 11683 - حدثنا بشر قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة قال: ذكر لنا أنّ رسول الله صلى الله عليه وسلم قال لأصحابه يوم الحديبية، حين صَدّ المشركون الهَدْيَ وحيل بينهم وبين مناسكهم: " إني ذاهب بالهَدْيِ فناحِرُه عند البيت! فقال له المقداد بن الأسود: أمَا والله لا نكون كالملأ من بني إسرائيل إذْ قالوا لنبيهم: " اذهب أنت وربك فقاتِلا إنا هاهنا قاعدون " ولكن: اذهب أنت وربك فقاتِلا إنّا معكم مقاتلون! فلما سمعها أصحابُ نبيِّ الله صلى الله عليه وسلم تتابعوا على ذلك. (4) * * * وكان ابن عباس والضحاك بن مزاحم وجماعة غيرهما يقولون: إنما قالوا هذا القول لموسى عليه السلام، حين تبيَّن لهم أمر الجبارين وشدّةُ بطشهم. 11684 - حدثت عن الحسين قال، سمعت أبا معاذ الفضل بن خالد قال، حدثنا عبيد بن سليمان قال، سمعت الضحاك يقول: أمر الله جل وعزّ بني إسرائيل أن يسيروا إلى الأرض المقدسة مع نبيهِّم موسى عليه السلام، فلما كانوا قريبًا من المدينة قال لهم موسى: " ادخلوها "، فأبوا وجبُنوا، وبعثوا اثنى عشر نقيبًا لينظروا إليهم، فانطلقوا فنظروا فجاءوا بحبة فاكهة من فاكهتهم بوِقْر الرجل، فقالوا: اقدُرُوا قوّة قوم وبأسُهم هذه فاكهتهم! فعند ذلك قالوا لموسى: " اذهب أنت وربك فقاتلا إنا هاهنا قاعدون ". 11685 - حدثني المثنى قال، حدثنا عبد الله قال، حدثني معاوية، عن علي، عن ابن عباس، نحوه. --------------------- الهوامش : (1) انظر تفسير"أبدا" فيما سلف 9: 227. (2) هذه مقالة أبي عبيدة في مجاز القرآن 1: 160 ، بمعناه ، وبغير لفظه. (3) الأثر: 11682-"مخارق" ، هو: "مخارق بن عبد الله بن جابر البجلي الأحمسي" ، ويقال: "مخارق بن خليفة". مترجم في التهذيب. و"طارق هو"طارق بن شهاب بن عبد شمس البجلي الأحمسي" ، رأى النبي صلى الله عليه وسلم ، وروى عنه مرسلا ، وروى عن الخلفاء الأربعة ، وهو من أصحاب عبد الله بن مسعود. مترجم في التهذيب. ومضى برقم: 9744. وهذا الخبر روي من طريق طارق ، مطولا ومختصرًا. رواه البخاري مختصرًا ، مرسلا وموصولا في صحيحه (الفتح 8: 205) ، ورواه مطولا موصولا (الفتح 7: 223-227) ، ورواه أحمد مطولا في مسند ابن مسعود برقم: 3698 ، 4070 ، 4376. وهذا الخبر في مشورة النبي صلى الله عليه وسلم أصحابه قبل بدر لما وصل الصفراء ، وبلغه أن قريشًا قصدت بدرًا ، وأن أبا سفيان نجا بما معه ، فاستشار الناس. وانظر القصة مفصلة في كتب السير. ثم انظر الخبر التالي ، وأن ذلك كان يوم الحديبية. (4) الأثر: 11683- كرر في المخطوطة هذا الأثر بإسناده ونصه ، ففي المرة الأولى كتبه إلى قوله: "إنا معكم مقاتلون" ، ثم عاد فكتب الخبر نفسه بإسناده ، وأتمه على وجهه إلى آخره. والظاهر أنه وقف عند هذا الموضع ، ثم عاد يكتب ، وكان الخبر قبله ينتهي أيضًا بقوله: "إنا معكم مقاتلون" ، فظن أن الذي كتب هو الخبر الأول ، فعاد فكتب الخبر بإسناده من أوله إلى تمامه.