Tafseer van De Knielenden · Al-Jaathiya · 45:36
Alle lof zij Allah, de Heer van de hemelen en de Heer van de aarde, de Heer der Werelden.
De uitleg van Zijn woord, de Verhevene: فَلِلَّهِ الْحَمْدُ رَبِّ السَّمَاوَاتِ وَرَبِّ الأَرْضِ رَبِّ الْعَالَمِينَ ("Aan Allah dan behoort de lof, de Heer van de hemelen en de Heer van de aarde, de Heer van de werelden") (36)
De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: فَلِلَّهِ الْحَمْدُ ("Aan Allah dan behoort de lof") voor Zijn gunsten en Zijn weldaden aan Zijn schepselen. Looft Hem dus, o mensen, want iedere gunst die jullie bezitten is van Hem, en niet van datgene wat jullie buiten Hem aanbidden aan goden en afgoden, en niet van datgene wat jullie buiten Hem tot een heer nemen en met Hem als deelgenoten toekennen. رَبِّ السَّمَاوَاتِ وَرَبِّ الأرْضِ ("de Heer van de hemelen en de Heer van de aarde") — hij zegt: de Eigenaar van de zeven hemelen en de Eigenaar van de zeven aardlagen, en رَبِّ الْعَالَمِينَ ("de Heer van de werelden") — hij zegt: de Eigenaar van alles wat zich in hen bevindt aan de verschillende soorten van het geschapene.