Tafseer van De Schepper · Faatir · 35:15
O mensen, jullie zijn het die behoefte aan Allah hebben, maar Allah, Hij is de Behoeftloze, de Geprezene.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: يَا أَيُّهَا النَّاسُ أَنْتُمُ الْفُقَرَاءُ إِلَى اللَّهِ وَاللَّهُ هُوَ الْغَنِيُّ الْحَمِيدُ (15) (O mensen, jullie zijn degenen die behoeftig zijn jegens Allah, en Allah is de Onbehoeftige, de Lofwaardige.)
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: o mensen, jullie zijn de behoeftigen en de armen ten opzichte van jullie Heer. Aanbidt Hem dus, en haast jullie naar dat wat Hem welgevallig is, dan zal Hij jullie van jullie armoede onafhankelijk maken en jullie behoeften bij Hem doen slagen. وَاللَّهُ هُوَ الْغَنِيُّ (en Allah is de Onbehoeftige): onafhankelijk van jullie aanbidding van Hem, van jullie dienst, en van al het overige aan zaken; zowel van jullie als van anderen dan jullie. الْحَمِيدُ (de Lofwaardige): dat wil zeggen: de geprezene om Zijn genadegaven; want elke genadegave bij jullie en bij anderen dan jullie komt van Hem, dus aan Hem komt de lof en de dank toe in elke toestand.