Tabari
Terug naar surah 34, ayah 41

Tafseer van Saba · Saba · 34:41

قَالُوا۟ سُبْحَٰنَكَ أَنتَ وَلِيُّنَا مِن دُونِهِم ۖ بَلْ كَانُوا۟ يَعْبُدُونَ ٱلْجِنَّ ۖ أَكْثَرُهُم بِهِم مُّؤْمِنُونَ

Zij zullen zeggen: "Heilig bent U, U bent onze Beschermer, niet zij. Zij plachten zelfs de Djinn's (de Satan) te aanbidden, de meesten van hen geloofden hem."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zij zullen zeggen: Geprezen zijt Gij, onze Heer — als verheerlijking van U en vrijspraak van wat dezen aan deelgenoten en gelijken aan U hebben toegeschreven — Gij zijt onze beschermer (walī), niet zij: wij nemen geen beschermer buiten U. Nee, zij plachten de jinn te aanbidden.

    En zoals wij gezegd hebben, hebben ook de geleerden van de uitleg gezegd.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woord En op de dag dat Wij hen allen verzamelen, dan zeggen Wij tot de engelen: Plachten dezen jullie te aanbidden?: dit is een vraag, zoals Zijn woord tot ʿĪsā Hebt gij tot de mensen gezegd: Neemt mij en mijn moeder tot twee goden naast Allah?.

    En Zijn woord de meesten van hen geloofden in hen: hij zegt: de meesten van hen geloofden de jinn; zij beweerden dat zij dochters van Allah waren — verheven is Allah verre boven wat zij zeggen, met een grote verhevenheid.

    Toon originele Arabische tekst
    (قَالُوا سُبْحَانَكَ) ربنا؛ تنـزيهًا لك وتبرئة مما أضاف إليك هؤلاء من الشركاء والأنداد (أَنْتَ وَلِيُّنَا مِنْ دُونِهِمْ) لا نتخذ وليًّا دونك (بَلْ كَانُوا يَعْبُدُونَ الْجِنَّ). وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة قوله (وَيَوْمَ نَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا ثُمَّ نَقُولُ لِلْمَلائِكَةِ أَهَؤُلاءِ إِيَّاكُمْ كَانُوا يَعْبُدُونَ) استفهام كقوله لعيسى أَأَنْتَ قُلْتَ لِلنَّاسِ اتَّخِذُونِي وَأُمِّيَ إِلَهَيْنِ مِنْ دُونِ اللَّهِ . وقوله (أَكْثَرُهُمْ بِهِمْ مُؤْمِنُونَ) يقول: أكثرهم بالجن مصدقون، يزعمون أنهم بنات الله، تعالى الله عمَّا يقولون علوًّا كبيرًا.