Tabari
Terug naar surah 33, ayah 1

Tafseer van De Bondgenoten · Al-Ahzaab · 33:1

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ ٱتَّقِ ٱللَّهَ وَلَا تُطِعِ ٱلْكَٰفِرِينَ وَٱلْمُنَٰفِقِينَ ۗ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًۭا

O Profeet, vrees Allah en gehoorzaam niet de ongelovigen en de huichelaars: voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ وَلا تُطِعِ الْكَافِرِينَ وَالْمُنَافِقِينَ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا (33:1) (O Profeet, vrees Allah en gehoorzaam de ongelovigen (kāfir) en de hypocrieten (munāfiq) niet. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs. (1))

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt tot Zijn Profeet Mohammed ﷺ: يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ (O Profeet, vrees Allah) door Hem te gehoorzamen, door Zijn verplichte voorschriften te volbrengen en de rechten die Hij op u heeft te vervullen, en door u te onthouden van wat Hij verboden heeft en van het schenden van Zijn voorgeschreven grenzen (ḥudūd). وَلا تُطِعِ الْكَافِرِينَ (en gehoorzaam de ongelovigen (kāfir) niet), die tegen u zeggen: "Verdrijf de zwakken onder de gelovigen die u volgen van u, zodat wij bij u kunnen zitten." وَالْمُنَافِقِينَ (en de hypocrieten (munāfiq) niet), die tegenover u het geloof in Allah en oprechte raad aan u tonen, terwijl zij niet aflaten u, uw metgezellen en uw religie verderf en onheil te berokkenen. Aanvaard dus van hen geen mening, en raadpleeg hen niet als zou u oprechte raad bij hen zoeken, want voorwaar, zij zijn voor u vijanden. إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا (Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.) Hij zegt: voorwaar, Allah heeft kennis van wat hun zielen verbergen en van datgene wat zij beogen met het tonen van oprechte raad aan u, naast hetgeen zij jegens u in hun binnenste verborgen houden; Hij is wijs in het beschikken over uw aangelegenheid en de aangelegenheid van uw metgezellen en uw religie, en over al het andere in het beschikken over Zijn gehele schepping.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ وَلا تُطِعِ الْكَافِرِينَ وَالْمُنَافِقِينَ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا (1) يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم: ( يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ ) بطاعته، وأداء فرائضه، وواجب حقوقه عليك، والانتهاء عن محارمه، وانتهاك حدوده ( وَلا تُطِعِ الْكَافِرِينَ ) الذين يقولون لك: اطرد عنك أتباعك من ضعفاء المؤمنين بك حتى نجالسك ( وَالْمُنَافِقِينَ ) الذين يظهرون لك الإيمان بالله والنصيحة لك، وهم لا يألونك وأصحابك ودينك خبالا فلا تقبل منهم رأيا، ولا تستشرهم مستنصحا بهم، فإنهم لك أعداء (إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا) يقول: إن الله ذو علم بما تضمره نفوسهم، وما الذي يقصدون في إظهارهم لك النصيحة، مع الذي ينطوون لك عليه، حكيم في تدبير أمرك وأمر أصحابك ودينك، وغير ذلك من تدبير جميع خلقه .