Tabari
Terug naar surah 31, ayah 10

Tafseer van Loeqmaan · Luqman · 31:10

خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ بِغَيْرِ عَمَدٍۢ تَرَوْنَهَا ۖ وَأَلْقَىٰ فِى ٱلْأَرْضِ رَوَٰسِىَ أَن تَمِيدَ بِكُمْ وَبَثَّ فِيهَا مِن كُلِّ دَآبَّةٍۢ ۚ وَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءًۭ فَأَنۢبَتْنَا فِيهَا مِن كُلِّ زَوْجٍۢ كَرِيمٍ

Hij schiep de hemelen en de aarde, zonder pilaren die jullie kunnen zien, en Hij plaatste op de aarde bergen opdat zij jullie niet zou doen wankelen, en Hij verspreidde daarop allerlei soorten dieren. En Wij zenden water uit de hemel, waarna Wij er allerlei soorten rijke gewassen op doen groeien.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: خَلَقَ السَّمَاوَاتِ بِغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَهَا وَأَلْقَى فِي الأَرْضِ رَوَاسِيَ أَنْ تَمِيدَ بِكُمْ وَبَثَّ فِيهَا مِنْ كُلِّ دَابَّةٍ وَأَنْزَلْنَا مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَنْبَتْنَا فِيهَا مِنْ كُلِّ زَوْجٍ كَرِيمٍ (31:10) (Hij schiep de hemelen zonder zuilen die gij kunt zien, en Hij wierp in de aarde stevige bergen, opdat zij niet met u zou schudden; en Hij verspreidde daarop allerlei levend gedierte. En Wij deden water uit de hemel neerdalen en deden daarin allerlei edel paar van gewassen ontspruiten.)

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en tot Zijn wijsheid behoort dat Hij خَلَقَ السَّمَاوَاتِ (de hemelen schiep), de zeven, بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها (zonder zuilen die gij kunt zien). Wij hebben reeds eerder het meningsverschil van de uitleggers vermeld over de betekenis van Zijn uitspraak بغَيْرِ عمَدٍ تَرَوْنَها (zonder zuilen die gij kunt zien) en hebben het juiste standpunt daarover naar onze opvatting uiteengezet.

    Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: Muʿādh ibn Muʿādh heeft ons verteld, op gezag van ʿImrān ibn Ḥudayr, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās: بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها (zonder zuilen die gij kunt zien). Hij zei: misschien is zij wel met zuilen die gij niet kunt zien.

    Hij zei: al-ʿAlāʾ ibn ʿAbd al-Jabbār heeft ons verteld, op gezag van Ḥammād ibn Salama, op gezag van Ḥumayd, op gezag van al-Ḥasan ibn Muslim, op gezag van Mujāhid, hij zei: zij is met zuilen die gij niet kunt zien.

    Hij zei: Yaḥyā ibn Ādam heeft ons verteld, op gezag van Sharīk, op gezag van Simāk, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās, hij zei: misschien is zij wel met zuilen die gij niet kunt zien.

    Ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad heeft ons verteld, op gezag van Simāk, op gezag van ʿIkrima over dit woord: خَلَقَ السَّمَواتِ بِغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها (Hij schiep de hemelen zonder zuilen die gij kunt zien). Hij zei: gij ziet haar zonder zuilen, terwijl zij toch met zuilen is.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: خَلَقَ السَّمَاوَاتِ بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها (Hij schiep de hemelen zonder zuilen die gij kunt zien). Hij zei: al-Ḥasan en Qatāda zeiden: zij is zonder zuilen — gij ziet haar; zij heeft geen zuilen.

    En Ibn ʿAbbās zei: بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَهَا (zonder zuilen die gij kunt zien). Hij zei: zij heeft zuilen die gij niet kunt zien.

    En Zijn uitspraak: وَأَلْقَى فِي الأرْضِ رَوَاسِيَ أَنْ تَمِيدَ بِكُمْ (en Hij wierp in de aarde stevige bergen, opdat zij niet met u zou schudden). Hij zegt: en Hij plaatste op het oppervlak van de aarde stevige bergen — dat zijn de vaststaande bergen — opdat zij niet met u zou schudden, dat wil zeggen: opdat zij niet met u zou schudden. Hij zegt: opdat zij niet met u in beweging zou geraken, en niet naar rechts of naar links zou bewegen, maar zich met u tot rust zou zetten.

    Zoals Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: وألْقَى فِي الأرْضِ رَوَاسِيَ (en Hij wierp in de aarde stevige bergen): dat wil zeggen bergen, أنْ تَمِيدَ بِكُمْ (opdat zij niet met u zou schudden) — Hij heeft haar bevestigd met de bergen; ware dat niet zo, dan zou zij geen schepsel op zich hebben laten standhouden. En dat is zoals de dichter van het rajaz-vers zei:

    «wa-l-muhru yaʾbā an yazāla mulahhabā» (en het veulen weigert dat het ophoudt fel te galopperen)

    met de betekenis: het houdt niet op.

    En Zijn uitspraak: وَبَثَّ فِيها مِنْ كُلّ دابَّةٍ (en Hij verspreidde daarop allerlei levend gedierte). Hij zegt: en Hij verstrooide over de aarde van alle soorten dieren. Men zegt: «al-dawābb» is een naam voor al wat eet en drinkt; maar naar mijn mening is het voor al wat over de aarde kruipt.

    En Zijn uitspraak: وأنـزلْنا مِنَ السَّماءِ ماءً فأنْبَتْنا فِيها مِنْ كُلّ زَوْجٍ كَرِيمٍ (en Wij deden water uit de hemel neerdalen en deden daarin allerlei edel paar ontspruiten). De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en Wij deden uit de hemel regen neerdalen, en deden door die regen in de aarde van alle paren ontspruiten, dat wil zeggen: van elke soort plant — كريم (edel), namelijk van schone groei.

    Zoals Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: مِنْ كُلّ زَوْجٍ كَرِيمٍ (allerlei edel paar): dat wil zeggen schoon.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : خَلَقَ السَّمَاوَاتِ بِغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَهَا وَأَلْقَى فِي الأَرْضِ رَوَاسِيَ أَنْ تَمِيدَ بِكُمْ وَبَثَّ فِيهَا مِنْ كُلِّ دَابَّةٍ وَأَنْزَلْنَا مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَنْبَتْنَا فِيهَا مِنْ كُلِّ زَوْجٍ كَرِيمٍ (10) يقول تعالى ذكره: ومن حكمته أنه (خَلَقَ السَّمَاوَاتِ) السبع (بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها)، وقد ذكرت فيما مضى اختلاف أهل التأويل في معنى قوله: (بغَيْرِ عمَدٍ تَرَوْنَها) وبيَّنا الصواب من القول في ذلك عندنا. وقد حدثنا ابن وكيع، قال: ثنا معاذ بن معاذ، عن عمران بن حدير، عن عكرِمة، عن ابن عباس (بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها) قال: لعلها بعمد لا ترونها. وقال: ثنا العلاء بن عبد الجبار، عن حماد بن سلمة، عن حميد، عن الحسن بن مسلم، عن مجاهد قال: إنها بعمد لا ترونها. قال: ثنا يحيى بن آدم، عن شريك، عن سماك، عن عكرِمة، عن ابن عباس قال: لعلها بعمد لا ترونها. حدثنا ابن المثنى، قال: ثنا محمد، عن سماك، عن عكرمة في هذا الحرف (خَلَقَ السَّمَواتِ بِغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها) قال: ترونها بغير عمد، وهي بِعمد. حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قَتادة (خَلَقَ السَّمَاوَاتِ بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَها) قال: قال الحسن وقَتادة: إنها بغير عمد ترونها، ليس لها عمد. وقال ابن عباس (بغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَهَا) قال: لها عمد لا ترونها. وقوله: ( وَأَلْقَى فِي الأرْضِ رَوَاسِيَ أَنْ تَمِيدَ بِكُمْ ) يقول: وجعل على ظهر الأرض رواسي، وهي ثوابت الجبال أن تميد بكم أن لا تميد بكم. يقول: أن لا تضطرب بكم، ولا تتحرّك يمنة ولا يسرة، ولكن تستقرّ بكم. كما حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قَتادة: (وألْقَى فِي الأرْضِ رَوَاسِيَ) : أي: جبالا(أنْ تَمِيدَ بِكُمْ) أثبتها بالجبال، ولولا ذلك ما أقرّت عليها خلقا، وذلك كما قال الراجز: والمُهْرُ يأْبَى أنْ يَزَال مُلَهَّبا (2) بمعنى: لا يزال. وقوله: (وَبَثَّ فِيها مِنْ كُلّ دابَّةٍ) يقول: وفرّق في الأرض من كلّ أنواع الدوابّ. وقيل: الدوابّ اسم لكلّ ما أكل وشرب، وهو عندي لكلّ ما دبّ على الأرض. وقوله: (وأنـزلْنا مِنَ السَّماءِ ماءً فأنْبَتْنا فِيها مِنْ كُلّ زَوْجٍ كَرِيمٍ) يقول تعالى ذكره: وأنـزلنا من السماء مطرا، فأنبتنا بذلك المطر في الأرض من كلّ زوج، يعني: من كل نوع من النبات (كريم)، وهو الحسن النِّبتة. كما حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قَتادة (مِنْ كُلّ زَوْجٍ كَرِيمٍ) : أي حسن. --------------------- الهوامش : (2) البيت من شواهد الفراء في (معاني القرآن الورقة 251). قال عند تفسير قوله تعالى: (وألقى في الأرض رواسي أن تميد بكم): لئلا تميد بكم؛ و (أن) في هذا الموضع تكفي من (لا) كما قال الشاعر: والمهــر يــأتي أن يــزل ملهبًـا • معناه : يأبى أن لا يزال . ا هـ .