Tafseer van De Romeinen · Ar-Room · 30:16
En wat degenen die ongelovig zijn en Onze Verzen en de ontmoeting van het Hiernamaals loochenen betreft: zij zijn degenen die voor de bestraffing voorgeleid zullen worden.
De uitleg van de woorden van de Verhevene: وَأَمَّا الَّذِينَ كَفَرُوا وَكَذَّبُوا بِآيَاتِنَا وَلِقَاءِ الآخِرَةِ فَأُولَئِكَ فِي الْعَذَابِ مُحْضَرُونَ (16) ("En wat betreft hen die ongelovig waren en Onze tekenen en de ontmoeting van het Hiernamaals loochenden, dezen zullen in de bestraffing voorgeleid worden") (30:16).
De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: en wat betreft hen die de eenheid van Allah ontkenden, Zijn boodschappers loochenden en de opwekking na de dood en de wederopstanding voor het Verblijf van het Hiernamaals verwierpen — dezen zullen in de bestraffing (ʿadhāb) van Allah voorgeleid worden. Allah heeft hen daarin doen verschijnen en hen daarin verzameld, opdat zij de bestraffing zouden proeven die zij in het wereldse leven loochenden (¹).
--------------------
De voetnoten:
(1) Zo staat het in het origineel, met weglating van het verbindende voornaamwoord. Dat wil zeggen: die zij loochenden.