Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:163
Zij (hebben) verschillende graden bij Allah en Allah is Alziende over wat zij doen.
Uiteenzetting over de uitleg van Zijn, de Verhevene, woord: هُمْ دَرَجَاتٌ عِنْدَ اللَّهِ وَاللَّهُ بَصِيرٌ بِمَا يَعْمَلُونَ (163) ("Zij hebben verschillende rangen bij Allah, en Allah is Alziend over wat zij doen.")
Abū Jaʿfar zei: Allah, wiens gedachtenis verheven is, bedoelt daarmee dat hij die het welbehagen van Allah najaagt en hij die de toorn van Allah over zich heeft afgeroepen, verschillende rangen bekleden bij Allah. Voor hem die het welbehagen van Allah najaagt is er eervolle behandeling en de overvloedige beloning; en voor hem die de toorn van Allah over zich heeft afgeroepen is er vernedering en de pijnlijke bestraffing (ʿadhāb), zoals:
8172 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "Zij hebben verschillende rangen bij Allah, en Allah is Alziend over wat zij doen", dat wil zeggen: voor ieder zijn er rangen naargelang wat zij hebben gedaan, in het paradijs (janna) en in het Vuur (al-nār). Voorwaar, voor Allah blijft hij die Hem gehoorzaamt niet verborgen ten opzichte van hij die Hem ongehoorzaam is.
8173 - Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās: "Zij hebben verschillende rangen bij Allah", hij zegt: naar gelang van hun daden.
* * *
En anderen zeiden: de betekenis daarvan is: voor hen zijn er rangen bij Allah, dat wil zeggen: voor hem die het welbehagen van Allah najaagt zijn er eervolle verblijfplaatsen bij Allah.
*Vermelding van wie dat zei:
8174 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft ons verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, op gezag van ʿĪsā, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid over Zijn woord: "Zij hebben verschillende rangen bij Allah", hij zei: dit is zoals Zijn woord: ("Voor hen zijn er rangen bij Allah.")
8175 - Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "Zij hebben verschillende rangen bij Allah", hij zegt: voor hen zijn er rangen bij Allah.
* * *
En er werd gezegd: Zijn woord "Zij hebben verschillende rangen" is zoals de uitspraak van de spreker: "Zij zijn klassen", zoals Ibn Harma zei:
Is het een doelwit voor de noodlotsbeschikkingen dat mijn volk zal zijn voor de wisselvalligheden van de tijd, of zijn zij als de loop der stortvloeden?
* * *
Wat betreft Zijn woord "en Allah is Alziend over wat zij doen", dat betekent: en Allah bezit kennis over wat zij die Hem gehoorzamen en zij die Hem ongehoorzaam zijn verrichten; niets van hun daden blijft voor Hem verborgen. Hij rekent voor beide partijen tezamen hun daden op, totdat aan elke ziel onder hen ten volle wordt vergolden wat zij aan goed en kwaad heeft verworven, zoals:
8176 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "en Allah is Alziend over wat zij doen", hij zegt: voorwaar, voor Allah blijft hij die Hem gehoorzaamt niet verborgen ten opzichte van hij die Hem ongehoorzaam is.