Tabari
Terug naar surah 3, ayah 108

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:108

تِلْكَ ءَايَٰتُ ٱللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِٱلْحَقِّ ۗ وَمَا ٱللَّهُ يُرِيدُ ظُلْمًۭا لِّلْعَٰلَمِينَ

Dit zijn de Verzen van Allah: Wij lezen ze jou volgens de Waarheid voor en Allah wil geen onrechtvaardigheid voor de werelden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: تِلْكَ آيَاتُ اللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِالْحَقِّ وَمَا اللَّهُ يُرِيدُ ظُلْمًا لِلْعَالَمِينَ (108) (Dat zijn de tekenen van Allah, die Wij u in waarheid voordragen. En Allah wenst geen onrecht voor de werelden. (3:108))

    Abū Jaʿfar zei: Met Zijn uitspraak, verheven is Zijn lof, "Dat zijn de tekenen van Allah" bedoelt Hij: dit zijn de tekenen van Allah.

    * * *

    Wij hebben reeds elders, in wat eerder voorafging, uiteengezet hoe de Arabieren "dat" (tilka) en "dat ginds" (dhālika) plaatsten in de plaats van "dit" (hādhā) en "deze" (hādhihi), op een wijze die het overbodig maakt dit te herhalen. (84)

    * * *

    En Zijn uitspraak "de tekenen van Allah" (85) betekent: de vermaningen van Allah, Zijn lessen en Zijn bewijsvoeringen. — "Wij dragen ze u voor" (86), Wij reciteren ze aan u en verhalen ze u — "in waarheid" (bi-l-ḥaqq), dat wil zeggen: met waarachtigheid en zekerheid.

    Met Zijn uitspraak "Dat zijn de tekenen van Allah" bedoelt Hij slechts: deze tekenen waarin Hij de aangelegenheden van de gelovigen onder de helpers (anṣār) van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vermeldde, alsook de aangelegenheden van de joden van de Banū Isrāʾīl en de Mensen van het Boek, en wat Hij zal doen met degenen die trouw zijn aan Zijn verbond, en met degenen die hun religie verruilen en die Zijn verbond verbreken na het erkend te hebben. Vervolgens deelde de Almachtige aan Zijn profeet Mohammed, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, mede dat Hij hem dit in waarheid voordraagt, en Hij liet hem weten dat wie Hij van Zijn schepselen bestraft met datgene waarmee Hij berichtte hen te zullen bestraffen [namelijk]: (87) het zwart maken van hun gezicht en hun eeuwige verblijf in Zijn pijnlijke bestraffing en geweldige strafoplegging — en wie Hij van hen beloont met datgene waarmee Hij hen beloonde: het wit maken van hun gezicht, hun eerbetoon en de verheffing van hun rang bij Hem, door hun eeuwige verblijf in Zijn voortdurende gelukzaligheid — dat dit zonder enig onrecht van Zijn kant jegens een van de twee groepen geschiedt, maar veeleer met een recht dat zij verdiend hebben, (88) en met daden die zij voorheen verrichtten en waarvoor Hij hen vergold. Aldus zei Hij, verheven is Zijn vermelding: "En Allah wenst geen onrecht voor de werelden", waarmee Hij bedoelt: en Allah, o Mohammed, is niet — bij het zwart maken van de gezichten van dezen en bij het hun doen smaken van de geweldige bestraffing, en bij het wit maken van de gezichten van genen en bij het hun verschaffen van gelukzaligheid in Zijn paradijs — uit op het plaatsen van iets van wat Hij daarvan deed buiten de plaats die er de juiste plaats voor is. Hiermee onderricht Hij Zijn dienaren dat in Zijn wijsheid jegens Zijn schepping niets anders passend zou zijn dan wat Hij beloofd heeft aan de mensen van gehoorzaamheid aan Hem en geloof in Hem, en niets anders dan wat Hij gedreigd heeft tegen de mensen van ongehoorzaamheid aan Hem en ongeloof in Hem — als een waarschuwing van Hem aan dezen en een blijde tijding van Hem aan genen.

    * * *

    ---------------

    De voetnoten:

    (84) Zie wat eerder voorafging 1: 225 - 228 / 3: 335.

    (85) Zie de uitleg van "āya" (teken) in wat voorafging in de taalkundige indexen, lemma "ʾyʾ".

    (86) Zie de uitleg van "talā" (voordragen) in wat voorafging 2: 409 - 411, 566 - 570 / 6: 466.

    (87) In de gedrukte uitgave staat: "dat wie Hij hem bestraft", maar ik heb overgenomen wat in het handschrift staat, want dat is correct. En wat tussen haakjes staat is een noodzakelijke toevoeging die de context vereist.

    (88) In de gedrukte uitgave staat: "maar met recht", en ik heb overgenomen wat in het handschrift staat.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : تِلْكَ آيَاتُ اللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِالْحَقِّ وَمَا اللَّهُ يُرِيدُ ظُلْمًا لِلْعَالَمِينَ (108) قال أبو جعفر: يعني بقوله جل ثناؤه: " تلك آيات الله "، هذه آيات الله. * * * وقد بينا كيف وضعت العرب " تلك " و " ذلك " مكان " هذا " و " هذه "، في غير هذا الموضع فيما مضى قبل، بما أغنى عن إعادته. (84) * * * وقوله: "آيات الله "، (85) يعني: مواعظ الله وعبره وحججه. =" نتلوها عليك "، (86) نقرؤها عليك ونقصُّها= (بالحق)، يعني بالصدق واليقين. وإنما يعني بقوله: " تلك آيات الله "، هذه الآيات التي ذكر فيها أمورَ المؤمنين من أنصار رسول الله صلى الله عليه وسلم وأمور يهود بني إسرائيل وأهل الكتاب، وما هو فاعل بأهل الوفاء بعهده، وبالمبدِّلين دينه، والناقضين عهدَه بعد الإقرار به. ثم أخبر عز وجل نبيه محمدًا صلى الله عليه وسلم أنه يتلو ذلك عليه بالحق، وأعلمه أن من عاقبَ من خلقه بما أخبر أنه معاقبه [به]: (87) من تسويد وجهه، وتخليده في أليم عذابه وعظيم عقابه =ومن جازاه منهم بما جازاه: من تبييض وجهه وتكريمه وتشريف منـزلته لديه، بتخليده في دائم نعيمه، فبغير ظلم منه لفريق منهم، بل بحق استوجبوه، (88) وأعمال لهم سلفت، جازاهم عليها، فقال تعالى ذكره: " وما الله يريد ظلمًا للعالمين "، يعني بذلك: وليس الله يا محمد= &; 7-98 &; بتسويد وجوه هؤلاء، وإذاقتهم العذاب العظيم، وتبييض وجوه هؤلاء وتنعيمه إياهم في جنته =طالبًا وضعَ شيء مما فعل من ذلك في غير موضعه الذي هو موضعه= إعلامًا بذلك عباده أنه لن يصلح في حكمته بخلقه غير ما وعد أهل طاعته والإيمان به، وغير ما أوعد أهل معصيته والكفر به = وإنذارًا منه هؤلاء وتبشيرًا منه هؤلاء. * * * --------------- الهوامش : (84) انظر ما سلف 1: 225 - 228 / 3: 335. (85) انظر تفسير"آية" فيما سلف في فهارس اللغة مادة"أيا". (86) انظر تفسير"تلا" فيما سلف 2: 409 - 411 ، 566 - 570 / 6: 466. (87) في المطبوعة: "أن من عاقبه" ، وأثبت ما في المخطوطة فهو صواب. وما بين القوسين زيادة لا بد منها يقتضيها السياق. (88) في المطبوعة: "بل لحق" ، وأثبت ما في المخطوطة.