Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:180
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust slechts bij de Heer der Werelden.
Hij zegt: وَمَا أَسْأَلُكُمْ (En ik vraag jullie niet) voor mijn oprechte raadgeving aan jullie enige beloning of vergoeding — mijn beloning en vergoeding daarvoor berust immers slechts عَلَى رَبِّ الْعَالَمِينَ أَوْفُوا الْكَيْلَ (bij de Heer der werelden. Geef de maat vol).