Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:145
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
En ik vraag jullie daarvoor geen beloning — dat wil zeggen: ik vraag jullie voor mijn oprecht raadgeven aan jullie en mijn waarschuwen van jullie geen vergelding noch loon. Mijn loon berust slechts bij de Heer der werelden — dat wil zeggen: mijn vergelding en mijn loon berusten slechts bij de Heer van alles wat in de hemelen en op de aarde is en van al wat daartussenin bestaat aan schepselen.