Tabari
Terug naar surah 23, ayah 87

Tafseer van De Gelovigen · Al-Muminoon · 23:87

سَيَقُولُونَ لِلَّهِ ۚ قُلْ أَفَلَا تَتَّقُونَ

Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Waarom vrezen jullie (Allah) dan niet?"

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De korangeleerden (qurrāʾ) hebben van mening verschild over de lezing van Zijn woord: سَيَقُولُونَ لِلَّهِ (Zij zullen zeggen: aan Allah). De algemene meerderheid van de korangeleerden in de Ḥijāz, Irak en Syrië lazen het als: سَيَقُولُونَ لِلَّهِ — met de lām — afgezien van Abū ʿAmr, die afweek van hen en het in dit geval en in de volgende passage las als: "saya-qūlūna Allāh" — zonder lām — in navolging van de schrijfwijze van de muṣḥaf. In de muṣḥafs van de steden is het immers zo geschreven, behalve in de muṣḥaf van de bewoners van Baṣra, waar het op beide plaatsen met de alif staat. Zij lazen het dus allen met de alif in navolging van de schrijfwijze van hun muṣḥaf. Wat betreft degenen die het met de alif lazen: er is geen bezwaar daartegen in hun lezing, want zij lieten het antwoord overeenstemmen met het begin van de zin, en zij lieten een nominatief beantwoorden door een nominatief. De betekenis van de zin in hun lezing is immers: "Zeg: wie is de Heer van de zeven hemelen en de Heer van de grote Troon? Zij zullen zeggen: de Heer daarvan is Allah." Daarin is dus geen bezwaar.

    Wat betreft degenen die het in dit vers en in het volgende zonder alif lazen, zij zeiden: de betekenis van Zijn woord قل من رب السماوات (Zeg: wie is de Heer van de hemelen) is: aan wie behoren de hemelen? Aan wie behoort het bezit ervan? Zij lieten het antwoord overeenstemmen met de betekenis en zeiden: "aan Allah" (li-llāh), want er werd gevraagd: aan wie behoort het bezit? Zij zeiden: dit is vergelijkbaar met de uitdrukking in het spraakgebruik waarbij iemand een man vraagt: "Wie is jouw meester?" en de antwoordende de betekenis van de vraag beantwoordt en zegt: "Ik behoor aan zus-en-zo" — want daarin is hetzelfde begrepen als in zijn woord: "Mijn meester is die en die." En sommigen vermeldden dat een dichter uit de Banū ʿĀmir hem voordroeg:

    "En ik weet dat ik eens een graf zal worden wanneer de rondtrekkende stammen verder trekken maar niet ik."

    "De vragers zeiden: Voor wie groef je? De berichtgevers zeiden hun: voor de vizier."

    Hier beantwoordde de genitief-naamval door een nominatief, want de bedoeling van de zin is: "De vragers zeiden: wie is de dode? De berichtgevers zeiden: de dode is de vizier." Zij beantwoordden dus de betekenis in plaats van de letterlijke formulering.

    De correcte lezing hierin is naar onze opvatting dat dit twee lezingen zijn, die door geleerden onder de korangeleerden zijn gebruikt, en die dicht bij elkaar liggen in betekenis. Met welke van de twee een lezer ook leest, hij is in het goed. Desondanks geef ik er persoonlijk de voorkeur aan het geheel zonder alif te lezen, vanwege de consensus van de schrijfwijze in de muṣḥafs van de steden daarover, met uitzondering van de muṣḥaf van de bewoners van Baṣra.

    Toon originele Arabische tekst
    وقد اختلفت القرّاء في قراءة قوله: ( سَيَقُولُونَ لِلَّهِ ) فقرأ ذلك عامة قرّاء الحجاز والعراق والشام: ( سَيَقُولُونَ لِلَّهِ ) سوى أبي عمرو، فإنه خالفهم فقرأه: " سَيَقُولُونَ الله " في هذا الموضع، وفي الآخر الذي بعده إتباعا لخط المصحف، فإن ذلك كذلك في مصاحف الأمصار، إلا في مصحف أهل البصرة، فإنه في الموضعين بالألف، فقرءوا &; 19-64 &; بالألف كلها اتباعا لخط مصحفهم، فأما الذين قرءوه بالألف فلا مؤنة في قراءتهم ذلك كذلك؛ لأنهم أجروا الجواب على الابتداء، وردّوا مرفوعا على مرفوع، وذلك أن معنى الكلام على قراءتهم: قل من رب السماوات السبع، ورب العرش العظيم، سيقولون ربّ ذلك الله، فلا مؤنة في قراءة ذلك كذلك. وأما الذين قرءوا ذلك في هذا، والذي يليه بغير ألف، فإنهم قالوا: معنى قوله: قل من رب السماوات: لمن السماوات؟ لمن ملك ذلك؟ فجعل الجواب على المعنى، فقيل: لله; لأن المسألة عن ملك ذلك لمن هو؟ قالوا: وذلك نظير قول قائل لرجل: مَنْ مولاك؟ فيجيب المجيب عن معنى ما سئل، فيقول: أنا لفلان; لأنه مفهوم لذلك من الجواب ما هو مفهوم بقوله: مولاي فلان. وكان بعضهم يذكر أن بعض بني عامر أنشده: وأعْلَــمُ أنَّنِــي ســأكُونُ رَمْسًـا إذَا سَـــارَ النَّوَاجِـــعُ لا يَسِــيرُ فقــال الســائلون لمــن حـفرتم? فقــال المخــبرون لهــم وزيـرُ (1) فأجاب المخفوض بمرفوع؛ لأن معنى الكلام: فقال السائلون: من الميت؟ فقال المخبرون: الميت وزير. فأجابوا عن المعنى دون اللفظ. والصواب من القراءة في ذلك أنهما قراءتان قد قرأ بهما علماء من القرّاء، متقاربتا المعنى، فبأيتهما قرأ القارئ فمصيب، غير أني مع ذلك أختار قراءة جميع ذلك بغير ألف؛ لإجماع خطوط مصاحف الأمصار على ذلك، سوى خط مصحف أهل البصرة. ------------------------ الهوامش : (1) البيتان مما أنشده الفراء عن بعض بني عامر ، في كتابه ( معاني القرآن ) الورقة 216 من مصورة الجامعة رقم 24059 قال الفراء : وقوله { قل لمن الأرض ومن فيها إن كنتم تعلمون سيقولون لله } هذه مسألة فيها ؛ لأنه قد استفهم بلام ، فرجعت في خبر المستفهم . وأما الأخريان ، فإن أهل المدينة وعامة أهل الكوفة يقرءونها كقراءة أبي كذلك : لله ، لله ، لله ، ثلاثتهنَّ . وأهل البصرة يقرءون الأخريين : الله ، الله ، وهو في العربية أبين ، لأنه مردود مرفوع ؛ ألا ترى أن قوله : { قل من رب السماوات } مرفوع ، لا خفض فيه ، فجرى جوابه على مبتدأ به ، وكذلك هي في قراءة عبد الله . والعلة في إدخال اللام في الأخريين في قول أبي وأصحابه : أنك لو قلت لرجل : من مولاك ؟ فقال : أنا لفلان ، كفاك من أن يقول : مولاي فلان ، فلما كان المعنيان واحدًا ، جرى ذلك في كلامهم ؛ أنشدني بعض بني عامر " وأعلم أنني سأكون رمسا .. . " البيتين . فرفع ، أراد : الميت وزير . و النواجع : جمع ناجعة ، وهي الجماعة تترك منازلها في طلب الكلأ.