Tabari
Terug naar surah 2, ayah 244

Tafseer van De Koe · Al-Baqara · 2:244

وَقَٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌۭ

En strijdt op de Weg van Allah en weet dat Allah Alhorend, Alwetend is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: وَقَاتِلُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ (244)

    (En strijdt op de weg van Allah, en weet dat Allah Alhorend, Alwetend is.) (244)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — bedoelt daarmee: "En strijdt" (qātilū), o gelovigen, "op de weg van Allah" (fī sabīl Allāh), dat wil zeggen: in Zijn religie waartoe Hij u heeft geleid, en niet in gehoorzaamheid aan de Satan — strijdt tegen de vijanden van uw religie, die afhouden van de weg van uw Heer. Onthoudt u niet van de strijd (qitāl) tegen hen wanneer u hen ontmoet, en weest niet laf in de oorlog tegen hen, want in Mijn hand ligt uw leven en uw dood. Laat niemand van u zich door de vrees voor de dood of de angst voor zijn eigen levenseinde door de strijd tegen hen, weerhouden van de ontmoeting met hen en de strijd tegen hen, zodat dat hem ertoe zou brengen voor hen op de vlucht te slaan en van hen weg te vluchten, waarmee u zich vernedert en de dood die u vreesde u alsnog bereikt in de schuilplaats waar u uw toevlucht zocht — zoals de dood kwam tot hen die uit hun woningen vertrokken op de vlucht voor de dood, degenen wier geschiedenis Ik u verteld heb. Hun vlucht ervoor redde hen niet van het neerdalen ervan over hen, toen Mijn bevel tot hen kwam en Mijn beschikking over hen voltrokken werd. En het schaadde niet degenen die achterbleven dat zij zich er niet voor in acht hadden genomen, toen Ik hun levenseinden van hen afwendde en die van hun zielen afkeerde. Strijdt dus op de weg van Allah tegen wie Ik u bevolen heb te bestrijden van Mijn vijanden en de vijanden van Mijn religie, want wie van u in leven blijft, hem houd Ík in leven, en wie van u gedood wordt, diens dood geschiedt door Mijn beschikking.

    Vervolgens zegt de Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — tot hen: En weet, o gelovigen, dat uw Heer "Alhorend" (samīʿ) is ten aanzien van de uitspraak van wie van uw hypocrieten (munāfiqūn) over wie van u op Mijn weg gedood is, zegt: "Als zij ons gehoorzaamd hadden en in hun huizen waren blijven zitten, dan waren zij niet gedood." En Hij is "Alwetend" (ʿalīm) over wat hun borsten verbergen aan hypocrisie (nifāq) en ongeloof (kufr) en aan gebrek aan dankbaarheid voor Mijn gunsten aan hen en Mijn weldaden bij hen ten aanzien van henzelf en hun verwanten, en over de overige van hun aangelegenheden en de aangelegenheden van Mijn dienaren.

    De Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — zegt tot Zijn gelovige dienaren: Weest gij dan dankbaar jegens Mij door Mij te gehoorzamen in wat Ik u bevolen heb aan de strijd (jihād) tegen uw vijand op Mijn weg, en in het overige van wat Ik gebied en verbied, daar dezen Mijn gunsten verloochend hebben. En weet dat Allah Alhorend is ten aanzien van hun uitspraak, en Alwetend over hen en over anderen, en over het geloof (īmān) en ongeloof (kufr), de gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid waarin zij volharden, dat alles omvattend, totdat Ik eenieder naar zijn werk zal vergelden: indien het goed is, dan met goeds, en indien het kwaad is, dan met kwaads.

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: Er is geen grond voor de uitspraak van wie beweert dat Zijn woord: "En strijdt op de weg van Allah", een bevel van Allah is tot degenen die uit hun woningen vertrokken — terwijl zij met duizenden waren — om te strijden, nadat Hij hen weer tot leven had gewekt. Want Zijn woord: "En strijdt op de weg van Allah", kan — indien de zaak is zoals zij het hebben uitgelegd — niet anders zijn dan een van drie mogelijkheden:

    = Ofwel is het een aansluiting (ʿaṭf) op Zijn woord: فَقَالَ لَهُمُ اللَّهُ مُوتُوا (Toen zei Allah tot hen: Sterft), en het is onmogelijk dat Hij hen doet sterven en hun, terwijl zij dood zijn, beveelt te strijden op Zijn weg.

    = Ofwel is het een aansluiting op Zijn woord: ثُمَّ أَحْيَاهُمْ (Daarna wekte Hij hen tot leven), en ook dat heeft geen betekenis. Want Zijn woord: "En strijdt op de weg van Allah", is een bevel van Allah tot de strijd, terwijl Zijn woord: ثُمَّ أَحْيَاهُمْ (Daarna wekte Hij hen tot leven), een mededeling is over een handeling die reeds voorbij is. En het is niet welsprekend om een toekomstige mededeling aan te sluiten op een mededeling in het verleden — als zij beide mededelingen zouden zijn — vanwege het verschil in hun beider betekenissen. Hoe dan zou een bevel aangesloten worden op een mededeling in het verleden?

    = Ofwel is de betekenis ervan: Daarna wekte Hij hen tot leven en zei tot hen: Strijdt op de weg van Allah, waarbij vervolgens het werkwoord "zeggen" (al-qawl) is weggelaten, zoals de Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — gezegd heeft: إِذِ الْمُجْرِمُونَ نَاكِسُو رُءُوسِهِمْ عِنْدَ رَبِّهِمْ رَبَّنَا أَبْصَرْنَا وَسَمِعْنَا [Surah As-Sajdah: 12] (Wanneer de misdadigers hun hoofden buigen bij hun Heer: Onze Heer, wij hebben gezien en gehoord), in de betekenis van: zij zeggen: Onze Heer, wij hebben gezien en gehoord. Doch ook dat is slechts toegestaan op de plaats waar de uiterlijke bewoording van de tekst wijst op de noodzaak ervan, en waar de hoorder begrijpt dat het woord daarmee bedoeld is, ook al wordt het niet vermeld. Maar op de plaatsen waar geen aanwijzing is voor de noodzaak van dat woord in de tekst, is er geen grond voor de bewering van wie beweert dat het daar bedoeld is.

    -----------------

    Voetnoten:

    (214) Zie wat eerder is gezegd in de uitleg van "de weg van Allah" 3: 583, 592, en de verwijzingen aldaar.

    (215) "de vijanden van…" is het lijdend voorwerp van "strijdt", en de zinsbouw luidt: "Strijdt, o gelovigen, … tegen de vijanden van uw religie."

    (216) In het handschrift staat: "wa-lā taḥmū ʿan qitālihi ʿinda liqāʾihim, wa-lā taḥbū ʿan ḥarbihim", ongepunteerd, met het enkelvoudige voornaamwoord "qitālihi". De redacteuren van de gedrukte editie hebben dit gewijzigd, daar zij de lezing niet goed konden vatten, en er hebben gemaakt: "wa-lā tajbunū ʿan liqāʾihim, wa-lā taqʿudū ʿan ḥarbihim" — zij hebben veranderd, vervangen, weggelaten en gedaan wat zij wilden!! En zijn uitspraak "wa-lā taḥtamū ʿan qitālihim" komt van hun uitdrukking "iḥtamaytu min kadhā" en "taḥāmaytuhu": wanneer men zich ervoor in acht neemt en zich ervan onthoudt. En "min" en "ʿan" zijn op deze plaats gelijk.

    (217) In de gedrukte editie staat: "fa-yadʿūhu dhālika ilā al-tafrīd", en dat is onjuist, en sommigen die de tafsīr van aantekeningen voorzagen hebben de fout vergroot door dit verwerpelijke woord uit te leggen. Al-taʿrīd betekent: de vlucht en het zich snel verwijderen in de nederlaag. Men zegt: "ʿarrada al-rajul ʿan qawlihi", wanneer hij ervoor terugdeinst, het nalaat en vlucht.

    (218) "Waʾala ilā al-makān, yaʾilu, wa-uwūlan wa-waʾīlan wa-waʾlan": hij zocht er zijn toevlucht en streefde naar redding. En "al-mawʾil": de toevluchtsoord.

    (219) Al-ḥawbāʾ: de ziel, of het bloed van het hart.

    (220) In de gedrukte editie staat: "fa-anā uḥayyiḥuhu", en ik heb overgenomen wat in het handschrift staat.

    (221) In de gedrukte editie staat: "bimā tukhfīhi ṣudūruhum", en ik heb overgenomen wat in het handschrift staat. En "ajanna al-shayʾ": hij bedekte het, verborg het en hield het verborgen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَقَاتِلُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ (244) قال أبو جعفر: يعني تعالى ذكره بذلك: " وقاتلوا "، أيها المؤمنون=" في سبيل الله "، يعني: في دينه الذي هداكم له, (214) لا في طاعة الشيطان= أعداء دينكم, (215) الصادين عن سبيل ربكم, ولا تحتموا عن قتالهم عند لقائهم, ولا تجبنوا عن حربهم، (216) فإن بيدي حياتكم وموتكم. ولا يمنعن أحدكم من لقائهم وقتالهم حذر الموت وخوف المنية على نفسه بقتالهم, فيدعوه ذلك إلى التعريد عنهم والفرار منهم, (217) فتذلوا, ويأتيكم الموت الذي خفتموه في مأمنكم الذي وألتم إليه, (218) كما أتى الذين خرجوا من ديارهم فرارا من الموت, الذين قصصت عليكم قصتهم, فلم ينجهم فرارهم منه من نـزوله بهم حين جاءهم أمري، وحل بهم قضائي, ولا ضر المتخلفين وراءهم ما كانوا لم يحذروه، إذ دافعت عنهم مناياهم , وصرفتها عن حوبائهم, (219) فقاتلوا في سبيل الله من أمرتكم بقتاله من أعدائي وأعداء ديني, فإن من حيي منكم فأنا أحييه, (220) ومن قتل منكم فبقضائي كان قتله. &; 5-281 &; ثم قال تعالى ذكره لهم: واعلموا، أيها المؤمنون، أن ربكم " سميع " لقول من يقول من منافقيكم لمن قتل منكم في سبيلي: لو أطاعونا فجلسوا في منازلهم ما قتلوا=" عليم " بما تجنه صدورهم من النفاق والكفر وقلة الشكر لنعمتي عليهم، (221) وآلائي لديهم في أنفسهم وأهليهم، ولغير ذلك من أمورهم وأمور عبادي. يقول تعالى ذكره لعباده المؤمنين: فاشكروني أنتم بطاعتي فيما أمرتكم من جهاد عدوكم في سبيلي, وغير ذلك من أمري ونهيي, إذ كفر هؤلاء نعمي. واعلموا أن الله سميع لقولهم، وعليم بهم وبغيرهم وبما هم عليه مقيمون من الإيمان والكفر، والطاعة والمعصية، محيط بذلك كله, حتى أجازي كلا بعمله, إن خيرا فخيرا، وإن شرا فشرا. * * * قال أبو جعفر: ولا وجه لقول من زعم أن قوله: " وقاتلوا في سبيل الله "، أمر من الله الذين خرجوا من ديارهم وهم ألوف بالقتال، بعد ما أحياهم. لأن قوله: " وقاتلوا في سبيل الله "، لا يخلو- إن كان الأمر على ما تأولوه- من أحد أمور ثلاثة: = إما أن يكون عطفا على قوله: فَقَالَ لَهُمُ اللَّهُ مُوتُوا ، وذلك من المحال أن يميتهم، ويأمرهم وهم موتى بالقتال في سبيله. = أو يكون عطفا على قوله: ثُمَّ أَحْيَاهُمْ ، وذلك أيضا مما لا معنى له. لأن قوله: " وقاتلوا في سبيل الله "، أمر من الله بالقتال, وقوله: ثُمَّ أَحْيَاهُمْ ، خبر عن فعل قد مضى. وغير فصيح العطف بخبر مستقبل على خبر ماض، لو كانا جميعا خبرين، لاختلاف معنييهما. فكيف عطف الأمر على خبر ماض؟ = أو يكون معناه: ثم أحياهم وقال لهم: قاتلوا في سبيل الله, ثم أسقط" القول ", &; 5-282 &; كما قال تعالى ذكره: إِذِ الْمُجْرِمُونَ نَاكِسُو رُءُوسِهِمْ عِنْدَ رَبِّهِمْ رَبَّنَا أَبْصَرْنَا وَسَمِعْنَا [سورة السجدة: 12]، بمعنى يقولون: ربنا أبصرنا وسمعنا. وذلك أيضا إنما يجوز في الموضع الذي يدل ظاهر الكلام على حاجته إليه، ويفهم السامع أنه مراد به الكلام وإن لم يذكر. فأما في الأماكن التي لا دلالة على حاجة الكلام إليه, فلا وجه لدعوى مدع أنه مراد فيها. ----------------- الهوامش : (214) انظر ما سلف في تفسير : "سبيل الله" 3 : 583 ، 592 ، والمراجع هناك . (215) "أعداء . . . " مفعول"قاتلوا" ، والسياق : "قاتلوا أيها المؤمنون . . . أعداء دينكم" . (216) في المخطوطة"ولا تحموا عن قتاله عند لقائهم ، ولا تحبوا عن حربهم" غير منقوطة ، بإفراد ضمير"قتاله" ، فغيرها مصححوا المطبوعة ، إذ لم يحسنوا قراءتها فجعلوها : "ولا تجبنوا عن لقائهم ، ولا تقعدوا عن حربهم" غيروا وبدلوا واسقطوا وفعلوا ما شاءوا!! . وقوله : "ولا تحتموا عن قتالهم" من قولهم : احتميت من كذا وتحاميته : إذا اتقيته وامتنعت منه . و"من" و"عن" في هذا الموضع سواء . (217) في المطبوعة : "فيدعوه ذلك إلى التفريد" ، وهو خطأ ، وزاده خطأ بعض من علق على التفسير ، بشرح هذا اللفظ المنكر . والتعريد : الفرار وسرعة الذهاب في الهزيمة . يقال : "عرد الرجل عن قوله" ، إذا أحجم عنه ونكل وفر . (218) وأل إلى المكان يئل ، وؤولا ووئيلا ووألا : لجأ إليه طلب النجاة . والموئل : الملجأ . (219) الحوباء : النفس ، أو ورع القلب . (220) في المطبوعة : "فأنا أحيحه" ، وأثبت ما في المخطوطة . (221) في المطبوعة : "بما تخفيه صدورهم" ، وأثبت ما في المخطوطة . وأجن الشيء : ستره وكتمه وأخفاه .