Tafseer van Yoesoef (Jozef) · Yusuf · 12:60
Als jullie hem niet bij mij brengen, krijgen jullie geen maat (graan) meer en benadert mij (dan) niet meer."
De uitleg van de woorden van Allah, de Verhevene: فَإِنْ لَمْ تَأْتُونِي بِهِ فَلا كَيْلَ لَكُمْ عِنْدِي وَلا تَقْرَبُونِ (Als gij hem niet tot mij brengt, dan zal er bij mij geen maat voor u zijn, en kom mij niet nabij. — 12:60)
Abū Jaʿfar zegt: Allah, de Verhevene, zegt — mededeling doend van de woorden van Yūsuf tot zijn broers: (fa-in lam taʾtūnī bi-h): met uw broer van uw vader; (fa-lā kayla lakum ʿindī): hij zegt: dan is er bij mij geen voedsel dat ik voor u afmeet; (wa-lā taqrabūn): hij zegt: kom mijn land niet nabij.
Zijn woord (wa-lā taqrabūn) staat in de jussief als verbod, en de 'nūn' staat in de accusatief; zij is met een kasra uitgesproken omdat de yāʾ ervan is weggelaten; en de werkelijke tekst luidt: 'wa-lā taqrabūnī'.