Tabari
Terug naar surah 11, ayah 50

Tafseer van Hoed · Hud · 11:50

وَإِلَىٰ عَادٍ أَخَاهُمْ هُودًۭا ۚ قَالَ يَٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَٰهٍ غَيْرُهُۥٓ ۖ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا مُفْتَرُونَ

En tot het volk van 'Âd (zonden Wij) hun broeder Hôed, hij zei: "O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij, jullie zijn niets dan verzinners.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uiteenzetting over de uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: وَإِلَى عَادٍ أَخَاهُمْ هُودًا قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ إِنْ أَنْتُمْ إِلا مُفْتَرُونَ (50)

    Abū Jaʿfar zegt: Allah de Verhevene zegt: Wij zonden tot het volk van ʿĀd hun broeder Hūd, die tot hen zei: "O mijn volk, aanbid Allah" — Hem alleen, zonder deelgenoot — in plaats van wat jullie aanbidden naast Hem aan goden en afgoden. مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ — dat wil zeggen: er is voor jullie geen aanbeden wezen dat de aanbidding verdient behalve Hij; wijd u dan oprecht aan Hem in de aanbidding en zondert Hem af in de godheid. إِنْ أَنْتُمْ إِلا مُفْتَرُونَ — dat wil zeggen: jullie zijn, in jullie toekenning van deelgenoten aan Hem in de gedaante van goden en afgoden, niets anders dan mensen van leugen en vervalsing die het valse verzinnen, want er is geen god naast Hem.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَإِلَى عَادٍ أَخَاهُمْ هُودًا قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ إِنْ أَنْتُمْ إِلا مُفْتَرُونَ (50) قال أبو جعفر : يقول تعالى ذكره: وأرسلنا إلى قوم عاد أخاهم هودًا، فقال لهم: " يا قوم اعبدوا الله " وحده لا شريك له ، دون ما تعبدون من دونه من الآلهة والأوثان.(ما لكم إله غيره) ، يقول: ليس لكم معبود يستحق العبادة عليكم غيره، فأخلصوا له العبادة وأفردوه بالألوهة ، (إن أنتم إلا مفترون)، يقول: ما أنتم في إشراككم معه الآلهة والأوثان إلا أهل فرية مكذبون، تختلقون الباطل، لأنه لا إله سواه. (25) ----------------------- الهوامش : (25) انظر تفسير " الافتراء " فيما سلف من فهارس اللغة ( فرى) .