Tabari
Terug naar surah 107, ayah 1

Tafseer van De Goede Daad · Al-Maa'un · 107:1

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يُكَذِّبُ بِٱلدِّينِ

Weet jij wie degene is die (de Dag van) het Oordeel loochent?

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uiteenzetting over de uitleg van het woord van Allah, verheven is Zijn lof en geheiligd zijn Zijn namen:

    أَرَأَيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ بِالدِّينِ (1)

    Allah, verheven is Zijn vermelding, bedoelt met Zijn woord: Hebt gij hem gezien die de Dīn loochent — hebt gij gezien, o Muḥammad, degene die de beloning van Allah en Zijn bestraffing loochent, zodat hij Hem niet gehoorzaamt in Zijn geboden en Zijn verboden.

    Hetgeen wij hieromtrent hebben gezegd, is ook hetgeen de uitleggingsgeleerden (ahl al-taʾwīl) hebben gezegd.

    *Vermelding van wie dit heeft gezegd:*

    Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn woord: أَرَأَيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ بِالدِّينِ — hij zei: "degene die het oordeel van Allah, de Almachtige en Majesteitelijke, loochent."

    Al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, op gezag van Ibn Jurayj, betreffende يُكَذِّبُ بِالدِّينِ — hij zei: "met de Afrekening."

    Voorts is vermeld dat dit in de lezing van ʿAbd Allāh luidt: "أَرَأَيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ الدِّينَ" — zodat de bāʾ in zijn lezing als een vulpartikel fungeert; haar aan- of afwezigheid in de zin is gelijkwaardig.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله جل ثناؤه وتقدست أسماؤه: أَرَأَيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ بِالدِّينِ (1) يعني تعالى ذكره بقوله: (أرأيت الذي يكذب بالدين) أرأيت يا محمد الذي يكذّب بثواب الله وعقابه, فلا يطيعه في أمره ونهيه. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. *ذكر من قال ذلك: حدثني محمد بن سعد, قال: ثني أبي, قال: ثني عمي, قال: ثني أبي, عن أبيه, عن ابن عباس, في قوله: ( أَرَأَيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ بِالدِّينِ ) قال: الذي يكذّب بحكم الله عز وجلّ. حدثني الحارث, قال: ثنا الحسن, قال: ثنا ورقاء, عن ابن جُرَيج ( يُكَذِّبُ بِالدِّينِ ) قال: بالحساب. وذُكر أن ذلك في قراءة عبد الله: " أرأيْتَ الَّذِي يُكَذِّبُ الدِّينَ" فالباء في قراءته صلة, دخولها في الكلام وخروجها واحد.