Tafseer van De Snelrennenden · Al-Aadiyaat · 100:9
Weet hij dan niet dat, wanneer naar buiten wordt gekeerd wat in de graven is.
Zijn woord: أَفَلا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِي الْقُبُورِ (Weet hij dan niet, wanneer wat in de graven is wordt opgestookt?)
Hij zegt: Weet deze mens — van wie dit de hoedanigheid is — dan niet, wanneer wat in de graven is wordt opgestookt en wanneer de doden die daarin liggen worden uitgehaald en doorzocht?
Er wordt vermeld dat er in de muṣḥaf van ʿAbdullāh staat: "idha buḥitha mā fi l-qubūr" (wanneer wat in de graven is wordt doorzocht). En zo hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) dat ook uitgelegd.
*Vermelding van degenen die dat zeiden:*
ʿAlī heeft mij verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over zijn woord: بُعْثِرَ مَا فِي الْقُبُورِ — (het betekent:) doorzocht. En de Arabieren kennen twee dialectvarianten voor "buʿthira": men zegt "baʿthara" en "baḥthara", en beide hebben dezelfde betekenis.