Tafseer van Yoenoes (Jonas) · Yunus · 10:63
Degenen die geloofden en voortdurend (Allah) vreesden.
De bespreking van de uitleg van de woorden van de Verhevene: الَّذِينَ آمَنُوا وَكَانُوا يَتَّقُونَ (63)
Abū Jaʿfar zegt: De Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — zegt: degenen die Allah en Zijn gezant bevestigden, evenals wat van bij Allah gekomen is, en die Allah vreesden door Zijn verplichtingen na te komen en Zijn verboden te vermijden.
* * *
En Zijn woord الَّذِينَ آمَنُوا is een nadere bepaling (naʿt) van "de vrienden" (al-awliyāʾ), en de betekenis van de zin is: Weet wel, de vrienden van Allah zijn degenen die geloven en Allah vrezen — er is geen vrees over hen en zij zullen niet bedroefd zijn.
* * *
Als iemand nu vraagt: als de betekenis van de zin is wat u hebt vermeld, staat الَّذِينَ آمَنُوا dan in de nominatief (rafʿ) of in de accusatief (naṣb)?
Dan wordt gezegd: in de nominatief. En dat is zo — ook al is het een nadere bepaling van "de vrienden" — omdat het komt nádat het predikaat van "de vrienden" volledig is uitgesproken. De Arabieren doen dat in het bijzonder bij "inna": wanneer de nadere bepaling van het zelfstandig naamwoord waarop "inna" ingewerkt heeft, pas ná de voltooiing van het predikaat komt, dan zetten zij die in de nominatief, en zeggen: "inna akhāka qāʾimun al-ẓarīfu" — zoals Allah zegt: قُلْ إِنَّ رَبِّي يَقْذِفُ بِالْحَقِّ عَلامُ الْغُيُوبِ [Surah Sabaʾ (34:48)], en zoals Hij zegt: إِنَّ ذَلِكَ لَحَقٌّ تَخَاصُمُ أَهْلِ النَّارِ [Surah Ṣād (38:64)].
* * *
De arabisten (ahl al-ʿarabiyya) zijn het niet eens over de reden waarom dit zo gezegd wordt — terwijl er wel consensus bestaat onder allen van hen dat wat wij gezegd hebben de correcte uitdrukking in het Arabisch is. Dit is echter niet de plaats om de oorzaken te verklaren waarom dit zo gezegd wordt.
-------------------------------
Voetnoten:
(11) Zie Maʿānī al-Qurʾān 1: 470, 471.