Tabari
Back to surah 32, ayah 9

Tafseer of The Prostration · As-Sajda · 32:9

ثُمَّ سَوَّىٰهُ وَنَفَخَ فِيهِ مِن رُّوحِهِۦ ۖ وَجَعَلَ لَكُمُ ٱلسَّمْعَ وَٱلْأَبْصَٰرَ وَٱلْأَفْـِٔدَةَ ۚ قَلِيلًۭا مَّا تَشْكُرُونَ

Then He proportioned him and breathed into him from His [created] soul and made for you hearing and vision and hearts; little are you grateful.

Tabari (1 passage)

  1. Full Dutch translation of Tabari's text

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: ثُمَّ سَوَّاهُ وَنَفَخَ فِيهِ مِنْ رُوحِهِ وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالأَبْصَارَ وَالأَفْئِدَةَ قَلِيلا مَا تَشْكُرُونَ (9) (Vervolgens vormde Hij hem en blies in hem van Zijn geest, en Hij maakte voor jullie het gehoor, het gezicht en de harten. Weinig dankbaarheid betuigen jullie. (32:9))

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: vervolgens vormde Hij de mens, wiens schepping Hij uit klei was begonnen, tot een welgevormde, evenwichtige schepping, وَنَفَخَ فِيهِ مِنْ رُوحِهِ (en blies in hem van Zijn geest), zodat hij levend en sprekend werd. وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالأبْصَارَ وَالأفْئِدَةَ قَلِيلا مَا تَشْكُرُونَ (en Hij maakte voor jullie het gehoor, het gezicht en de harten; weinig dankbaarheid betuigen jullie) — Hij zegt: en jullie Heer schonk jullie de gunst, o mensen, door jullie het gehoor te geven waarmee jullie de geluiden horen, en het gezicht waarmee jullie de personen zien, en de harten waarmee jullie het goede van het kwade onderscheiden, opdat jullie Hem zouden danken voor wat Hij jullie daarvan heeft geschonken. En Zijn uitspraak قَلِيلا ما تَشْكُرُونَ (weinig dankbaarheid betuigen jullie) — Hij zegt: en jullie danken jullie Heer slechts met weinig dankbaarheid voor wat Hij jullie aan gunsten heeft geschonken.

    Show original Arabic
    القول في تأويل قوله تعالى : ثُمَّ سَوَّاهُ وَنَفَخَ فِيهِ مِنْ رُوحِهِ وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالأَبْصَارَ وَالأَفْئِدَةَ قَلِيلا مَا تَشْكُرُونَ (9) يقول تعالى ذكره: ثم سوّى الإنسان الذي بدأ خلقه من طين خلقا سويا معتدلا(وَنَفَخَ فِيهِ مِنْ رُوحِهِ) فصار حيا ناطقا( وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالأبْصَارَ وَالأفْئِدَةَ قَلِيلا مَا تَشْكُرُونَ ) يقول: وأنعم عليكم أيها الناس ربكم بأن أعطاكم السمع تسمعون به الأصوات، والأبصار تبصرون بها الأشخاص والأفئدة، تعقلون بها الخير من السوء، لتشكروه على ما وهب لكم من ذلك. وقوله: (قَلِيلا ما تَشْكُرُونَ) يقول: وأنتم تشكرون قليلا من الشكر ربكم على ما أنعم عليكم.