Tafseer of The Light · An-Noor · 24:51
The only statement of the [true] believers when they are called to Allah and His Messenger to judge between them is that they say, "We hear and we obey." And those are the successful.
Allah de Verhevene zegt: de gelovigen behoorden, wanneer zij werden opgeroepen voor het oordeel van Allah en het oordeel van Zijn boodschapper opdat hij tussen hen en hun tegenpartijen oordele, enkel te zeggen أَنْ يَقُولُوا سَمِعْنَا — "wij hebben gehoord wat ons is gezegd" — وَأَطَعْنَا — "en wij gehoorzamen degene die ons daartoe heeft opgeroepen." De vorm كَانَ op deze plaats beoogt niet een mededeling over iets wat in het verleden heeft plaatsgevonden en daarmee is afgedaan, maar het is een berisping van Allah jegens degenen vanwege wie dit vers is neergedaald, alsmede een opvoeding voor anderen na hen.
Zijn woord وَأُولَئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ ("zij zijn de geslaagden"): Allah de Verhevene zegt: degenen die, wanneer zij worden opgeroepen voor Allah en Zijn boodschapper opdat hij tussen hen en hun tegenpartijen oordeelt, zeggen سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا — zij zijn de geslaagden. Dit wil zeggen: zij zijn degenen die hun doelen bereiken en hun wensen in vervulling zien gaan door zo te handelen — de eeuwig verblijvenden in de tuinen (janna) van Allah.